Ansichtkaart III

Als het regent waait een zwaar gordijn van water Schuins het hele eiland over. Raakt alles aan, noemt iedere naam. Bevrijdt de geur van grond uit de grond. Dan is het bijna stil en spreekt de donder vasthoudend als een cirkelende straaljager. De ochtend na het onweer ogen De zware wenkbrauwen licht, De sombere blikken […]