De ezel

Naomi springt op van wat ze aan het doen is en rent naar de boekenkast.
“De koningen!” roept ze.
Ze klimt op haar stoeltje en verschuift de drie koningen en hun kameel een fractie van een millimeter.

Smiespel, fluister, moduleer. Hier wordt een verhaal verteld. Ik haal mijn veters uit Francesca’s mondje en ga tevreden weer in mijn stoel zitten, omringd als ik ben door lieve kleine meisjes.

“Prrrrrrrrrrrtrtrtrtlbr.Pssssssjsjsjsjsjsssjjsjsjst.”

“Toep?” vraag ik.

Naomi kijkt over haar schouder met haar stoutste, meest samenzweerderige kabouterhoofd.

“De ezel moet poepen,” zegt ze.
“Vrolijk kerstfeest, moppie,” mompel ik.
“Waarom zeg je dat?”
“Omdat ik je grappig vind.Wie ruimt al die ezelpoep eigenlijk op?”
“Dat doet de ezel zelf,” zegt Naomi.
“Maar dat kan hij helemaal niet! Hij heeft geen duimen!”
“Deze ezel wel,” zegt Naomi, nog steeds met die grote grijns, “het schaap moet ook poepen mama. En de kameel ook.”

Ze draait zich weer naar de kerststal, waar het Kindje Jezus stilletjes weent om ons zieleheil. Nog meer poep- en plasgeluiden. Fluister, smiespel; dan worden alle beesten weer keurig op hun plaats gezet.

“Ta,” zegt Francesca gedecideerd. “Te te te. Mamama nana. Te.”
Ze kruipt weg van haar plekje bij mijn voet met achterlating van een grote natte vlek op de vloerbedekking. De achterkant van haar romper is ook verdacht nat en geel.
“Oh jakkes,” zegt ik, “nee toch. Oh gatverdegatver nee toch. Smeerpijp van een baby!”
“Tetete,” zegt Francesca.
“Wat is er gebeurd?” vraagt Naomi.
“Spruit is doorgelekt. En wie gaat haar verschonen?”

“De ezel,” zegt Naomi met een lach zo stralend als de ster van Betlehem.

“Ja hoor, de ezel.” Ik frunnik in de luiertas, op zoek naar lapjes en rompers en kleertjes en luiers. “Nou, vrolijk kerstfeest dan maar, Toep. En jij ook, Stinky.”

Vrolijk Reviaans kerstfeest! Vergeet niet de troep op te ruimen.

Advertenties