Gouwe Dooien

Wie sterft op een dieptepunt draagt dat dieptepunt mee in zijn verhaal. Neem nou A., een vriend van Marcel. Hij is overleden aan een combinatie van mannige angsten en alcoholisme. Verloederd, noemden zijn ouders het, en ook al probeerde  vriendin P. op de begravenis zijn leven te framen als rock’n’roll, wie het verhaal kent blijft toch achter met een akelig bitter gevoel. Stel dat hij minder had gezopen na die eerste maagbloeding, dat hij uberhaupt minder had gezopen. Als hij nou gewoon een baan had gezocht, als hij nou etc etc etc, vul maar in.

Of mijn vader, ook zo’n fraai geval. Van binnen opgevroten door zijn gevoel van mislukking. Vreemdeling in een vreemd land, subtiel maar ondraaglijk veranderd na een hersenbloeding, te bescheten om te proberen de wereld van na 1986 te begrijpen. Bang om naar de tandarts te gaan, te laks om een nieuwe bril te kopen. Dachten we.

Toen A. en mijn vader ons ontvielen besefte ik dat mijn eigen verhaal ook zo verteld had kunnen worden. Ik heb vanaf mijn achttiende mijn colitis ulcerosa verwaarloosd, waardoor ik rond mijn 26ste op de rand van de dood stond. Ik had zomaar nog net die maand langer kunnen wachten met naar de dokter gaan en dan was ik waarschijnlijk dood geweest, door mijn schuld door mijn schuld door mijn domme schuld. Dan was de teneur van de verhalen over mij vergelijkbaar geweest met de verhalen over A. en mijn vader, alleen bij mij was het over deurwaarders gegaan, en vuilniszakken vol vieze was en onmogelijke liefdes en mislukte studies en rare uitspraken en buitenissige kleurencombinaties. En het laatste wat ze (jullie…) dan zouden zeggen was “…en als die muts nou gewoon naar de huisarts was gegaan!”

Volgens vriendin K. is je sneue einde niet datgene wat blijft van jou. De dingen die je samen hebt meegemaakt, die bepalen de herinnering. Hoogstwaarschijnlijk. Maar als de mooie verhalen verteld zijn, blijft toch het bittere gevoel dat iemand als A. niet zo vroeg dood had gehoeven als hij … vul maar in.

Aan het verhaal van mijn vader zit een epiloog die iets hoopvoller klinkt voor het soortelijk gewicht van de menselijke ervaring. Hij is zeer plotseling gestorven op 7 december 2004. Gedurende de eerste weken na zijn dood praatten zijn nabestaanden over hem alsof hij een levensmoede negentigjarige was geweest en niet een zestiger met een dip. Hij was boos en depressief die laatste tijd, hij sloot zich af en was veel moe, hij reikhalsde duidelijk naar het graf, niewaar?

Toen werd het de laatste week van januari 2005 en kreeg mijn moeder twee telefoontjes. Van de tandarts; waar meneer Rallo bleef voor zijn eerste afspraak in 15 jaar. Van de opticien; meneer Rallo’s eerste nieuwe bril in tien jaar was aangekomen.

Mijn vader’s leven was helemaal niet aan het aflopen; wij vertelden er een eind aan omdat we dat nodig hadden voor ons eigen verhaal.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s