Een anecdote over geheugen en sterfelijkheid

In het najaar van 1978 kwam mijn Siciliaanse oudtante Ita een tijdje bij ons wonen. Ik was vier, mijn broertje Max rond de 12 maanden. Het was een ijskoud jaar; Ita wierp eén blik op de prachtige sneeuw en heeft de rest van het seizoen geen voet meer buiten gezet.

Omdat Ita bij ons was konden mijn ouders af en toe de deur uit. Waarom namen ze geen oppas? Weet ik niet, het is wellicht niet erg Italiaans om een vreemde op je kinderen te laten passen. Maar op deze avond ergens in die winter waren mijn ouders op pad, ik weet niet waarheen.

Arme Ita. Ze was ziek, volledig op apegapen. Dus wat ik toen gedaan heb; ik heb een feestje gebouwd in haar slaapkamer. Ik bond haar vast met wol (felle jaren 1970-kleurtjes rood en groen en geel, op weg om een paar mooie truien voor Max & mij te worden) en danste joelend om haar heen. Max joelde in zijn onschuld vrolijk mee.

Ik herinner me vagelijk dat ik naar haar gezicht keek, ze lag op haar zij in bed en ze had een hoofddoek onder haar kin geknoopt. Misschien kreunde ze zelfs een beetje. Mijn rudimentaire empathie-functie sloeg op dat moment voorzichtig aan; ze zag er niet echt gelukkig uit, moest ik niet eens ophouden? (“Niet gelukkig” is tweetalige-kleuter-Nederlands voor “catatonisch”.) Maar ik herinner me ook vagelijk dat ik dóór moest met mijn oorlogsdans, alsof zij een hert was en ik een Bacchante, voortgedreven door de god van chaos en macht.

Kleine Bacchanten. Met vader en kerstboom.

Kleine Bacchanten. Met vader en kerstboom.

Mijn ouders waren verbijsterd toen ze weer thuiskwamen, dat weet ik nog. Ik kon niet uitleggen waarom ik het gedaan had, dat weet ik ook nog. Ben ik streng toegesproken of gestraft? Het moet haast wel. Het kan niet anders. Ik hoop het vurig.

Nu komt het. Toen ik dit verhaal begon te herkauwen had ik de chronologie niet helemaal helder, dus ik vroeg aan Max of hij dat nog wist, die ene keer, arme Ita, gekleurde wol, gejoel, migraine &c &c &c. Max wist van niks. (Natuurlijk wist hij van niks. Maar dat reconstrueerde ik later pas.)

Ik belde mijn moeder. “Was dat die ene jaar dat de verwarming uitviel?” vroeg ze. “Oh nee, wacht, dat was toen we bij die mensen logeerden en er was geen kachel. Ik heb het nog nooit zo koud gehad in m’n leven. Maar dat is een heel ander verhaal, toch?”

Mijn vader is dood, Ita is dood.  Er is gewoon niemand op de hele wereld die kan bevestigen dat ik dit heb meegemaakt. Miljarden bejaarden leven met dit besef maar voor deze nog-lang-geen-bejaarde-dankjehartelijk is het nog een schok. Niemand op de hele wereld, behalve ikzelf, weet nog dat ik dit heb meegemaakt. Wauw.

Ita en ik, zomer 1979.

Ita en ik, zomer 1979.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s