Koffie

De dag voordat mijn grootmoeder stierf waren al haar kinderen naar haar toe gekomen. Mijn moeder en oom C., eerstgeboren dochter en jongste zoon, zorgden voor oma, verschoonden haar, baden de rozenkrans met haar. Mijn ooms A. en F. die niet zo goed om kunnen gaan met levenscrises deden Mannendingen: zorgen dat er eten in huis was en de dokter bellen.

Mijn aangetrouwde tantes P. en R. zagen hun dromen uitkomen en begonnen eindelijk de kasten vol mottige kleren en onherkenbare lappen uit te mesten, totdat de man van het grof vuil kwam. Hij keek naar de vuilniszakken, hij keek naar mijn bezweette, tevreden tantes en zei: “Het arme mens is nog niet eens dood en jullie halen haar huis al leeg.” De gemiddelde Siciliaan kan zijn of haar woorden een bijkans atomische kracht bijzetten met een welgemikte blik; dit verontwaardigde exemplaar veranderde mijn tantes daar ter plekke in zoutpilaren. Verootmoedigd veegden ze zich de kristallen uit het haar en haastten ze zich naar binnen, om te kijken of ze mijn moeder konden helpen.

Ach moeder Gods. En of ze mijn moeder konden helpen. Het lichaam van oma had het al opgegeven, zijzelf ook. Haar omgeving was alleen nog niet helemaal klaar met haar, dus kwamen er glaasjes water, lieten ze een verpleger aanrukken om een infuus te zetten, en probeerde mijn moeder oma voorzichtig een soepje te laten drinken. Alles wat er in ging kwam er ook weer uit, een druppel water op haar lippen betekende woest overgeven. Tot drie keer toe trok ze zichzelf het infuus uit.

Toen begrepen ze het. Ze lieten haar met rust.

“Hm,” zei oma na een tijdje.
“Wat is er, ma?” vroeg mijn moeder.
“Er is toch niks lekkerders, ” zei oma,  ze slikte en werkte moeilijk met haar tong, “dan koffie.”
“Zullen we een kopje voor je zetten lieverd? Ga even een kopje koffie zetten voor ma! Vraag aan C. of hij een kopje koffie wil zetten voor ma! He, wat? Gaan we koffie zetten voor ma? Koffie? Oh, okee, ‘tuurlijk, ik zet wel een kopje koffie voor ma.”

“Ja lieverd,” zei mijn moeder, met haar zachte vriendelijke stem, “jij hield altijd zo van koffie hè. Weet je nog dat je altijd een perculator naast je had staan op het fornuis?”
Oma’s ene mondhoek ging omhoog.
“En dat je dan tussen het koken door gewoon een lurk nam, recht uit de tuit?”
“Angh,” zei oma, haar andere mondhoek ging ook omhoog en ze knikte heel lichtjes.

“Hier ma,” zei C., “lekker kopje koffie.”
“Ng,” zei oma.
“Wil je wat drinken?”
“Ngee,” zei oma.
Mijn moeder en mijn tantes keken elkaar aan. Tante P. haalde haar schouders op zoals Italianen dat kunnen, Gods wil geschiede mensen, wat doe je eraan.
“Ik zet het hier neer, lieverd, ” zei mijn moeder, “dan kun je het ruiken.”

Toen oma twee dagen later opgebaard lag en we kopjes zochten voor het bezoek, vonden we haar laatste koffie in de kast, met het schoteltje bovenop.
“Stelletje iconoclasten gooit alles weg,” zei mijn oom F. met een vuile blik op zijn vrouw, “alleen ouwe koffie laten ze staan.”

Percolator

Advertenties

4 gedachten over “Koffie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s