Muurbloempjes

Meestal is mijn ochtendstress wel over tegen de tijd dat we bij de bushalte staan en in de verte de bus zien aankomen. Soms duurt het wat langer voor ik mij verzoen met het heelal en dan is de gang naar school een hellevaart. De kinderwagen met Francesca erin blijft haken aan de afstap van de bus, ik vergeet uit te checken, Naomi manifesteert op dat moment een enorme groene snottebel die ik niet kan afvegen omdat ik de zakdoekjes vergeten ben. Ik stap vervolgens stevig door anders KOMEN WE TE LAAT !!1!!! en Naomi zet haar hakken met pailletten en al in het zand, klaagt dat haar benen zooooo moeoeoeoe zijn en “jij loopt veel te snel voor mijijijij” wat er, heel erg 21ste-eeuws, uitkomt als “mai”, waar ik nog weer bozer van wordt en aaargh.

” Kom ’s hier, mop,” zeg ik, als ik besef waar we op afstevenen.
Naomi trekt haar mondhoeken naar beneden en slaat haar armen over elkaar.
” Kom ‘s, boze kabouter,” zeg ik en ik strek mijn hand naar haar uit.
” Ik ben geen kabouter,” zegt ze, ze pakt toch maar mijn hand, ” ik ben een zonneprinses.”
” Is dat zo?” Ik manoeuvreer de kinderwagen enkelhandig om een paaltje.
” Ja. Weet je waar zonneprinsessen wonen?”
” Nee, liefje?”
” In een hele dikke zonnestraal. Maar als ik een zonneprinses ben, dan ben jij…”
” Ja?” vraag ik. Ik probeer, nog steeds met eén hand, de kinderwagen uit het afval van een studentenhuis te houden.
” Een zonnekoningin natuurlijk. En Francesca is een baby-zonneprinses.”

Ik kijk om; Naomi is stil blijven staan en kijkt angstig naar een zeemeeuw die op een zwarte vuilniszak loert.
” Wat eten meeuwen?” vraagt ze.
” Alles.”
” Echt alles?”
” Bijna alles. Alleen geen plastic of glas of levende kleuters. Oh, kijk eens?” Ik stoot met de kinderwagen bijna tegen een andere, halfopen gepikte vuilniszak, Naomi springt behendig opzij.
” Wat zie je?” vraagt ze.

In de voeg tussen een stuk pleister en de bakstenen muur, ongeveer ter hoogte van Naomi’s groene ogen, groeit een plantje. De kleine paarse bloemen houden het midden tussen leeuwenbekjes en viooltjes.

” Wat een mooie ronde bladeren,” zegt Naomi.
” Ja, he,” zeg ik.
We staren een tijdje naar het wonder.
” Hoe komt dat plantje daar?” vraagt Naomi.
” Er zit wat ruimte tussen de bakstenen en daar kunnen de wortels van de plant zich aan vasthouden,” zeg ik, met mijn neus op de bloempjes. Orchidee-achtig zijn ze, met plompe bladeren die doen denken aan waterplanten.
” Guh,” zegt Francesca klaaglijk vanuit de kinderwagen, ” murrrhhh, uie.”
” Kom, we gaan weer, ” zeg ik.

Natuurlijk zijn we op tijd op school.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s