Kinderboerderij

Het hield me al een tijdje bezig dat Naomi, stadskind van stadsmensen, eigenlijk geen echte dieren kent, behalve wat poezen, honden en eenden; maar mijn maat was echt vol toen Naomi een betreurenswaardige voorkeur aan de dag begon te leggen voor een vreselijk boek over een zeer onwaarschijnlijke boerderij waar de zon altijd schijnt in de meest perverse pastelkleuren die ooit een Chinese drukkerij verlieten. Bleurgh, dacht ik, is dit wat mijn dochter moet denken van dieren? Gestroomlijnd en gepaintbrushed, en allemaal met enorme blauwe kleuter-ogen? Echte dieren zijn misschien niet altijd leuk, maar ze zijn wel echt; op dus naar de kinderboerderij.

Hee Toepje, weet we wat we vandaag gaan doen?  zei ik vrolijk, we gaan naar de kinderboerderij. Daar heb je dieren, kippen en geiten, en misschien een varken.
En een koe? vroeg mijn behoedzame dochter.
Nee, geen koe. (Lijkt me niet. Als ik een koe was op onze kinderboerderij zou ik in de vijver springen van pure claustrofobie.)
Is het varken lief? vroeg Naomi.
Ik weet het niet Toep, zei ik, schijnheilig. (Ik vind varkens lugubere beesten. Ze kijken kwaadaardig uit hun ogen. Slechtgehumeurd, ook. Maar misschien heb ik Margaret Atwood te goed gelezen.)
Ik kreeg weer een bedachtzame blik van haar, van het soort waar ouders opvoedcursussen van gaan doen. Maar we gingen toch.

Kijk ’s Toep, daar zijn de dieren. Zie je de kippen? Zullen we wat dichterbij…
NEE!

Naomi greep zich vast aan mijn dij en verborg haar hoofd in mijn kruis (ik zoek nog naar een manier om haar dat af te leren). We besloten dat we op het bankje gingen zitten, op veilige afstand van het hek.

Hee kijk eens, wat een boel kippen, en heeee! Zie je de ponies?
Oh. Kleine paardjes, stelde Naomi vast.
Kleine paardjes met bakkebaarden. Zullen we wat dichterbij…
Nee.

Dat was duidelijk. We bleven op het bankje en we wezen elkaar de dieren aan. Gele kippen, zwarte kippen, een haan.

Kijk, een mevrouw met brood. Dat vinden de kippen vast heel erg lekker! Zullen we wat dichterbij gaan? Nee? Okee. Kijk, de kippen komen het brood eten, en de gans, en de ponies- wat doet de pony nu?
De zwarte pony is niet zo aardig? probeerde Naomi de toestand te peilen.
Nou ja, hij geeft die hond een trap, het is maar goed dat het hek er tussen zit, inderdaad niet z0….
De gele pony is wel lief.
Hij heeft niemand geschopt tot nu toe, dat is waar, zei ik.

We keken nog even naar de mevrouw met het brood, en haar hond, en hoe de kippen naar het brood kwamen rennen, en naar de eenden.

Bububuh, zei Naomi toen.
Wat zeg je lieverd?
Bub-lub.
Toepje, sorry, ik kan je echt niet verstaan, wat is er?
Ik wil naar de billeteek, zei Naomi heel zachtjes, spelen met de capjuter.

Ze wilde naar de bibliotheek. Spelen met de computer.

Oh, stadskind van stadsmensen.

Advertenties

2 gedachten over “Kinderboerderij

  1. ik speel ook liever met de capjuter dan met een boos minipaard met bakkebaarden.

    maar er is nog hoop, wat vindt ze van hertjes/bambi’s?

  2. Hahaha, zo’n boerderij voor de eerste keer is ook heel intimiderend! Vond ik ook!! En het strand vond ik naar, en nog veel meer plaatsen waar allerlei andere kinderen om onverklaarbare redenen de tijd van hun leven leken te hebben… Ik was ook VEEL liever in de bibliotheek, al had dat toen niet zo zeer met de kapjoeters te maken.
    Maar ik zou zeggen: doe nog een poging in het voorjaar, wanneer er kleine geitjes zijn. Als Naomi DIE niet leuk vind dan is ze misschien gewoon een kleine nerd in de dop? Ook niet erg hoor 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s