De oude doosch op zolder

Achter mijn beeldscherm zit ik beurtelings gegeneerd te giechelen en mijn hoofd in mijn armen te leggen om de hete tranen van schaamte te verbergen. Grote goden, wat zijn meisjes van zestien erg. Ik ben zojuist op zolder geweest om daar tussen de dozen met lappen en dozen met babykleertjes en dozen met kerstballen en stapels kranten (stapels kranten? Marceeeeeeel!!!!) mijn vroegere zonden op te duikelen. Waarlijk, lezer, ik heb drie kloeke Hema-opbergdozen van 31 liter die allemaal min of meer vol zitten met mappen met pakkende titels. Daarin beiden een heleboel vergeelde A4tjes, bedekt met hanepoten, grofweg chronologisch gerangschikt, hun tijd; allemaal onafgemaakte romans met zeer goed uitgewerkte personages en een plot futieler dan een menselijke blindedarm. Man man man, wat een ellende.

Er is een treurig personage in Umberto Eco’s Slinger van Foucault, de uitgever Jacopo Belbo, die mijmerend bij een kast vol met zijn eigen jeugdwerk verkondigt dat echte schrijvers hun rotzooi niet bewaren. Ik weet het nog zo zeker niet; een beetje artiste is een ijdeltuit en waarschijnlijk verliefd op zijn/haar handschrift. Misschien had Jacopo Belbo moeten spreken over slimme schrijvers, schrijvers die de wereld niet toestaan hun Shitty First Drafts te zien, maar willen doen geloven dat de werken hen uit het voorhoofd spruiten als Athena bij Zeus.

Enfin. Vroeger bewaarde ik elke snipper papier die ik beschreef met een literaire intentie, maar ik ben bescheiden geworden.Een paar weken geleden heb ik een zestal schrijfblokken met probeersels uit het Tamar en Allert-epos weggekiepert – oh frabjous day, callooh callay – weggooien kan zo bevrijdend zijn. Maar die drie dozen op zolder… okee, ik kan de inhoud niet lezen zonder boven al genoemde giechelende gene. Ook heb ik het meisje dat dat allemaal zo bloedserieus zat te schrijven een aantal keer flink uitgelachen. (Liefie, rustig- op een dag zul je echt meer dan genoeg hebben van Hubert Lampo, en wat moet je dan met al die pagina’s aanbiddende imitatio?)

Weggooien kan ik het niet. Het is allemaal zo aandoenlijk. Zwoeg, zwoeg, gingen de raderen in het puberhoofd, ze deed zo haar best om mooie formuleringen te vinden en om serieus te nemen proza te schrijven. In haar (dat wil zeggen mijn) geval betekende dat verhalen waar al mijn literaire helden nadrukkelijker in fungeerden dan hippe merken in clips van Lady Gaga. Echt, de boektitels vliegen je om de oren. En hoe ze (dat wil zeggen ik) in dat proces precies de sociale en persoonlijke zwaktes en onzekerheden toonde die ik zo ontzettend graag wilde verbergen, niet alleen omdat ik een puber was maar ook omdat ik een tweedegeneratiebuitenlander was en ben (en dat dat niet zo duidelijk te zien is maakte de zaken toen niet per se simpeler).

Aan de andere kant zijn die schrijfsels wel heel erg herkenbaar mij. Vlotte zinnen, ingewikkelde constructies (jelui hebt geen idee hoe vaak ik verstrikt raak in mijn eigen ontkenningen en dan vervolgens alles maar wis- veel geleerd de afgelopen negentien jaar, veel geleerd), lol in personages en moeite met plots, beschrijfpleizier, goed bekkende dialogen;  het was er allemaal al in 1991. Ik vermoed dat deze dingen bij mij horen zolang als ik het in me heb om A4-tjes vol te schrijven met hanepoten.

Eigenlijk had ik precies deze blogruimte willen vullen met mijn verslag van Koninginnedag 1990, maar deze mijmeringen zijn sterker dan ik, en het proza van Anna-1991-Rallo is niet voor publicatie. Dus totdat in 2120 een promovendus een doorwrocht onderzoek wil doen naar mijn litteraire ontwikkeling verdwijnen mijn vergeelde A4tjes weer terug naar waar ze thuishoren- de vliering.

Advertenties

4 gedachten over “De oude doosch op zolder

  1. Ik kan dit soort dingen ook nooit wegdoen… Bovendien vind ik het amusant om mijn basisschool-verhalen over ‘tante Rans en tante Poes’ terug te lezen… Genanter zijn de dagboeken, trouw bijgehouden vanaf mijn 12de. Staan ook interessante feiten in die ik allang vergeten was, maar ook zoveel genants, wat weer bewijst dat meisjes van 12, 13, 14, 15, 16 en 17 behoorlijk erg zijn ja… En dat van die ingewikkelde zinsconstructies herken ik ook wel, zeker van toen ik in mijn Vlaamse-literatuur-fase zat, slik…

  2. Ik wilde nog reageren op dit stukje maar was het vergeten. Erg herkenbaar… ook ik heb een genant dagboek liggen v.d. jaren 15-17. Pfff tienermeisjes. 😉 Toch wil je het niet wegdoen; ergens is het af en toe ook wel leuk om dit soort dingen tegen te komen…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s