Zo/Pro: Tamar en Allert ontbijten

“Hee, Tamar,” zei Allert, “hee…”
Ik had hem wel horen binnenkomen en koffiezetten. Ik had alleen verkozen te doen alsof ik nog sliep.
“Het is dinsdag 20 mei 2060…” zei Allert, “Je hebt meer dan 70 jaar geslapen. Ik ben Allert nummer 3, ik ben speciaal gekloond op je gerust te stellen bij het ontwaken. Je bent een medisch wonder…”
“Hoe laat is het?” zei ik met een dikke droge stem.
“Het is iets over elf, en je bent om half twee gaan slapen,” zei Allert, “tijd om op te staan dunkt me.”
Ik pruttelde half afgemaakte zinnen. Hij zette de radio aan en Sjoooooors Fröhlich riep iets over Madonna.
“Oh man,” zei ik, mijn voorhoofd betastend, “ik heb teveel gedronken.”
“Ja,” zei Allert met een grijns, “van alles door elkaar ook.”
Ik wankelde naar de gootsteen, maakte mijn handen en mijn gezicht nat.
“Wil je koffie of thee?” vroeg Allert.
Hij wees me een stoel aan de keukentafel aan en ruimde een bruikbaar oppervlak af. Ik had een filosoof opzij geschoven en was gaan slapen, zei hij, maar ik was met enige regelmaat rechtop gaan zitten, en ik had meegedaan met het gesprek.
“Je was net Monty Python.”
“Ik weet helemaal niks meer,” zei ik somber.
“Verbaast me niks,” zei hij, “boterham?”
Ik knikte. Hij sneed twee sneetjes van een lichtbruin brood, hij smeerde ze dun in met boter (het was roomboter), en belegde ze met rookvlees zonder mij iets te vragen. Hij vouwde een theedoek om zijn arm en zette me het ontbijtbord voor met het uitgestreken hoofd van een ober in een film; hij schonk mijn thee in alsof het onbetaalbare cognac was van een goed jaar. Ik gniffelde bijna, maar toen kwam Rutger binnen.
“Goedemorgen,” zei hij, “gaat het weer?”
“Hm,” bromde ik.
Rutger kwam rechts van me zitten met een kop koffie. Allert met de theepot links.
“Ik voel me zo ellendig,” zei ik, “ik ga nooit meer drinken.”
“Je gaat zeker ook nooit meer roken,” suggereerde Rutger. Uit de zak van zijn grijsblauwe badjas stak een pak shag.
Inderdaad,” zei ik.
We kauwden onze boterhammen. Ze smaakten zelfgemaakt.
“Hoe is het afgelopen met Chiara?”
“Ze heeft keurig in de pot overgegeven, en toen onder het toeziend oog van Hanna de plee geboend, en toen gingen ze naar huis.”
Ik knikte. Ik hoopte dat Chiara zich net zo beroerd voelde als ik.
We zaten een poos in relatieve stilte. Het was ook overdag een gezellige keuken, een tikje shabby en vol met huisraad in lelijk eind-jaren-zeventig bruin-en-oranje. Buiten was het zonnig en binnen was het koud, de radiator loeide en tikte maar verwarmde niet.
Rutger liep naar de radio.
“Mag ik?” vroeg hij, iets te beleefd.
Ik keek hem verbaasd aan maar Allert haalde zijn schouders op zonder te kijken, waarop Rutger de knop omzette naar Hilversum Vier.
“Oh, heerlijk,” zei ik, misschien wel een tikje theatraal, “rustig.”
“Het is Shostakovich denk ik,” zei Allert, “dat blijft niet zo rustig.”
Of ik nog een boterham wilde. Ik schudde mijn hoofd.
“Help je dan mee met de afwas?”
Ik was van plan om nukkig te kijken en te weigeren en dan naar huis te gaan in een koude wolk van astranterigheid en schaamte, maar ik zei:
“Oh, ja hoor. Mag ik een trui lenen? En misschien toch nog een boterham? Lekker brood zeg.”
Iets in de lucht om mijn hoofd was opgeklaard. Ik at mijn boterham en mijmerde over verantwoordelijkheid en alcohol. Rutger begon in stilte met het stapelen van kopjes en glazen.  Allert zocht lege en halflege chipszakken chocoladepapiertjes en kroonkurken bij elkaar, en wees me vriendelijk op de fles Old Tennessee Snakebite whisky die Chiara en ik soldaat hadden gemaakt.
“Hij is nog niet leeg,” probeerde ik.
Allert wiebelde het miserabele bodempje heen en weer en ik kreunde zachtjes.
“Ik heb teveel gedronken.”
Rutger zei hmpf en Allert knikte, maar ze gingen niet in op mijn klacht. Ik mocht kiezen; afwassen of afdrogen? Ik kreeg een grote groene lamswollen trui van Allert, een paar rubberen handschoenen en een schort met Ollie B. Bommel erop. Allert droeg aan, ik waste, Rutger droogde en Allert borg weer op; het was een prettig en vertrouwd ritme.
“Weet je zeker dat Chiara alleen in de wc overgegeven heeft?” vroeg ik, mijn rubberen handschoenen polsdiep in een pan met smurrie.
“Nee, dat was dinges, hoeheetttie, hij wilde pannenkoeken bakken en hij zat heel stil in een hoekje beslag te maken, hij had al drie pannen vol voor hij besloot dat hij beter kon gaan slapen. Hij was bijna net zo dronken als jij.”
“Gut,” zei ik, onder de indruk, “zijn jullie feestjes altijd zo ranzig?”
“De mijne niet,” zei Rutger.
Allert draaide zich met een ruk om en keek hem vuil aan maar zei niks. Ik waste door, twijfelde even, maar ontdekte dat mijn nieuwsgierigheid groter was dan mijn discretie.
“Wat was er nou, gisteravond?” vroeg ik.

Advertenties

2 gedachten over “Zo/Pro: Tamar en Allert ontbijten

    • Hihi. Er zitten helemaal niet zoveel in het origineel, maar aangezien ik het op moet delen in partjes van max. 1000 woorden moet ik nieuwe verzinnen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s