Enige episoden uit de geschiedenis van mijn hoofdhaar.

Mijn moeder en ik hebben ons haar samen afgeknipt toen ik vier was en zij 31. Ze vond het maar niks, ze vond dat ze eruitzag als een vent, ze vond het jammer van mijn fraaie krullen. Capiddi e vai un’ mancanu mai, zei mijn moeder toen maar: haar en zorgen, het groeit allebei weer aan.

Vanaf toen knipte mijn moeder mijn haar. Toen ik negen was knipte ze me een pony, wat helemaal geen slecht idee was, behalve dan dat ze hem flink dik had gemaakt waardoor ik een soort luifel over mijn voorhoofd had hangen. Er is een foto van mijn moeders 35e verjaardag, vandaag 27 jaar geleden, waarop zij jong & mooi is en helemaal 1983 in haar bruin-groene blouse met hoog gegolfd kraagje en haar asblonde Farrah Fawcett-haar. Ik zit in een hoekje van de foto heel goofy te grijnzen, mijn gezicht bestaat vooral uit voortanden; en Die Pony.  (Het goede nieuws over mijn moeder is: ze is nu oud & mooi. Gefeliciteerd mam.)

Afgezien van dat soort zijsprongen bleef mijn kapsel vrij rechtdoorzee: recht afknippen onder mijn oren,  een jaar laten groeien en dan, liefst in de vakantie, weer recht onder mijn oren afknippen. Toen ik twaalf werd, besloot mijn moeder dat ze me niet meer zelf wilde knippen; ik was nu groot en ze wilde niet dat ik voor lul zou lopen met haar boblijnen. (Mensen onder de twaalf mogen blijkbaar wel voor lul lopen van mijn moeder.) De eerste keer heb ik het door de kapper alsvanouds laten knippen; toen werd ik veertien en moest het allemaal anders. Het probleem was dat ik  heel goed wist welk kapsel ik mooi vond, maar me niet afvroeg of dat eigenlijk wel kon met mijn haar. Corrie van Corrie’s Kapsalon had dagelijks tieners omhanden;  ze waarschuwde me, maar voorzag me van het gewenste hippe bloempotkapsel. De eerste drie dagen zat hij perfect. Toen greep de natuur in en sprong de krul genadeloos terug in de punten. Ik leed,  maandenlang. Alle fases tussen kort en lang waren allemaal even afschuwelijk, mijn haar krulde waar het moest hangen en hing waar ik krullen wilde, en dan was er nog die ene pluk die kapseltechnisch links hoorde maar van nature rechts zat – de ellende kende geen einde. Maar natuurlijk werd het vanzelf weer schouderlang.

En toen was ik achttien, en had vriendin Q. een prachtige jurk gemaakt voor mijn diploma-uitreiking. Ik had mijn haar een keer zelf geknipt en mijn verminkte kapsel detoneerde dramatisch met de mooie jurk. Ik ben toen naar Partners op het Verwulft gegaan (de favoriete kapper van vriendin K., vanwege het mooie plafond wat zo goed te zien is als je haar wordt gewassen) en ik heb zo’n 80 procent van mijn haar weg laten knippen. Sinéad vlak voor haar maandelijkse tondeusebeurt, zeg maar. Het stond me eigenlijk prima; ik kan naar de foto’s uit die tijd kijken zonder dat diepe diepe gevoel van Waarom heeft niemand me tegengehouden??. Alleen kickte de blutheid op gegeven moment weer in, dus vanaf 1994 heeft mijn haar vier jaar lang geen schaar gezien.

In het najaar van 1997 nam ik een verstandige beslissing;  ik hield een tijdje op met studeren. Ik was een veulen op de velden van het leven en ik stevende af op een aantal duizelingwekkende financiële drama’s; maar in november 1997 voelde het allemaal nog goed en ik bekroonde de beslissing door naar Zizzorz te gaan. Het resultaat was very nineties, gordijntjes van voren en zo geknipt dat het hoog opsprong van achter, met een hint van een matje aan de onderkant. Ook dat groeide weer aan.

In 2000 ben ik een tijd ziek geweest. Ik lag in het ziekenhuis en ik was flink ellendig, en daar kwam bij dat ik niet onder de douche durfde omdat ik bang was dat mijn infuus er uit zou vliegen. Het heelal stuurde een oplossing:  Op Nationale Ziekendag kwam een dame met een kapperswasbak mijn haar wassen. Oh zaligheid. Oh zelden geëvenaard genot oh wonderschone ervaring van warmte en reinheid en frisheid en aaaaah. Als ik er nu nog aan denk glijdt er een rimpeling van genoegen over mijn schedel; ik vond het altijd al fijn bij de kapper maar dit maakte het alleen maar beter, elke keer dat ik nu bij de wasbak plaatsneem word ik weer helemaal blij. Echt waar.

Ik heb gedurende mijn leven langduriger lang haar gehad dan kort.  Lang haar is simpeler, ik hoef veel minder naar de kapper,  ik hoef minder na te denken over Wat Er Mee Moet. Ik vind mijn haar mooi en laat het dus precies als het is, het bruin-met-grijze springerige krullerige, ik laat het los hangen of er komt een staart in; maar lang is lang, uiteindelijk. In mijn hart blijf ik echter altijd verlangen naar kort haar. Ik vind vrouwen met kort haar leuk, en ik vind mezelf met kort haar leuk. Ik associeer kort haar ook met pittigheid, met daadkracht en grip hebben op de situatie. Plus dat kort haar meestal hipper is dan lang haar. Misschien is het magisch denken, hoor, en redeneer ik als een soort omgekeerde Samson; als ik mijn haar laat knippen ben ik ineens een stuk dapperder. Misschien. De dichter zegtdan: Whatever works.

Helaas denkt niet iedereen in mijn gezin zo positief over kort haar.

Marcel is een toffe peer en over het algemeen de meegaandheid zelve, maar hij is wel een tikje aan de conservatieve kant waar het mensen hun uiterlijk betreft. Mijn uiterlijk, bedoel ik eigenlijk, en met name mijn bril en mijn haar. Toen hij me leerde kennen in 1998 had ik een klein zwart ovaal brilletje, en hij heeft tranen met tuiten gehuild toen ik afgelopen mei (nota bene: mei 2009) thuiskwam met een medium-groot zwart vierkant hip exemplaar. Evenzo loop ik al jaren te dreigen dat ik op een dag mijn haar af zal laten knippen, niet een beetje halfslachtig net iets korter dan de vorige keer, nee, lieverd, echt kort. Marcels tanden gaan dan uit zichzelf klapperen en hij vlucht ter plekke naar de badkamer om achter het douchegordijn te gaan wenen.

Ik ben zaterdag naar de kapper geweest voor mijn tienjaarlijkse daadkracht-fix. Ik kwam terug met een woeste dot haar aan de voorkant en verder alles kort maar gedekt.
” Ooh….je lokjes!” weeklaagde hij, en rende schokschouderend naar boven. Afgezien van wat geritsel en een paar onderdrukte snikken heb ik hem sindsdien niet meer gezien of gehoord- ik ga de arme schat zo maar eens een kopje soep brengen denk ik.

Advertenties

14 gedachten over “Enige episoden uit de geschiedenis van mijn hoofdhaar.

  1. Oh, ik wil het ook KORT; inderdaad: Sinéad. Totdat vriendin N me vertelde dat ze me dit semi-halflange haar ook heel goed vond staan… Hmm.

    Anna. Wat een non-onderwerp. En toch zo prangend. Heerlijk.

  2. O ja, HAAR! Als je jarenlang weelderige lange lokken hebt gehad zoals ondergetekende meent iedereen daar ook een relevante mening over te mogen geven, van mijn ouders, vrienden, ex tot bakker op de hoek. Toen het echt lang was (voorbij de ellebogen) kreeg ik regelmatig van totale vreemden commentaren/complimenten: in de Koe, in de rij voor de kassa bij de Perry Sport, in de supermarkt etc etc. Momenteel zijn er twee kampen: zij die mijn kortere haar leuk ende vlot vinden (mind you, het is nog steeds halflang- een halfzachte poging vergeleken met jouw radicale knipbeslissing), en zij die me met nauw verholen ontzetting aankijken en wensen dat het weer langer was. Intussen is het wel MIJN hoofd, MIJN haar, MIJN ochtend die ik kwijt ben aan het verzorgen van die bos.

    Kortom: I can relate! Waarschijnlijk een van mijn favoriete Ralloblogs to date. Erg he.

    • I’m sooo with you on this point! En dat dit stuk je favo is, terwijl je kunt kiezen uit zoveel intelluele, ontroerende en opruiende diatriben is wel echt erg hoor 🙂

  3. Topblog! We hebben ons hier in Noordwijk op de afdeling internet kostelijk vermaakt. Vooral dit stukje vind ik echt briljant: Toen greep de natuur in en sprong de krul genadeloos terug in de punten. Ik leed, maandenlang. Alle fases tussen kort en lang waren allemaal even afschuwelijk, mijn haar krulde waar het moest hangen en hing waar ik krullen wilde, en dan was er nog die ene pluk die kapseltechnisch links hoorde maar van nature rechts zat – de ellende kende geen einde. Maar natuurlijk werd het vanzelf weer schouderlang.
    Corine (collega MC Rallo)

    • Dag Corine, welkom op Ralloblog! Ik ben blij dat ik ook in Noordwijk blijdschap kan brengen. En geef toe, dat stukje is het tienerbestaan in een notendop.

  4. Haar-issues! Gelukkig heb ik daar zelf nog nóóit last van gehad *uche uche*
    En het feit dat als je je haar een tijdlang hetzelfde hebt, velen daar een mening over lijken te hebben, is ook verder helemaal niet herkenbaar *hevige hoestbui*

    Anna, schrijf nog twintig van dit soort haarstukjes (hihihi) en breng het op de planken als The Capillary Monologues 🙂 gegarandeerd succes!

    • The Hairy Monologues? …ik was vijftien toen mijn vader mijn eerste witte haar uittrok…oh i always loved your long yellow hair…waarom knippen vrouwen van in de dertig hun bij elkaar gespaarde haar toch af? (dixit Manon). Jaa, er is nog veel & nobel werk te doen! Doe jij de soundtrack? 🙂

  5. Het is een leuk blog. Maar hij klopt van geen kanten: krulhaar zit juist als het kort is al-tijd goed, en als het lang is nooit.
    Ik ga binnenkort ook weer, en dan weer lekker kort, lentekort. En ik ben heel benieuwd hoe jouw haar zit.

    • Ha Nyph, maar jouw haar is toch heel anders krullend dan dat van mij? Jij hebt woeste krul die zich altijd openbaart, en ik heb, als ik niet goed geknipt wordt, eigenlijk vooral slag en pluis. En ik vond jouw haar illo tempore lang ook ok, het is alleen kort beter 🙂

  6. Mijn woeste krul moet vaak wel spul hebben om niet teveel te pluizen. Anti-pluis die koop ik bij de kinki. Ik vind mijnes korter ook beter! nu weet ik zeker dat ik heel binnenkort weer ga.
    Nu gauw je nieuwe blog lezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s