Sneeuwpoppen

De sneeuw ligt momenteel nog hoog opgetast op onze auto en op de sloot aan de overkant van het huis, in een waarlijke extravaganza van koud & wit. Vandaag overheerste de vieze slush die in je schoenen trekt en in z’n algemeenheid tot een vreselijk smerige bende wordt; maar gisteren was ik even snel de stad in om iets te kopen, en het was niet koud en iedereen stuntelde vrolijk over de gladde straat. Mensen werden vrolijk van het weer, leek het. Ik werd er ook vrolijk van, en ondanks dat het dag was deed het me erg denken aan de nacht van drie op vier januari 2001.

Ik was minder dan een maand daarvoor ontslagen uit het ziekenhuis na een veel te lang verblijf, vanwege allerlei narigheid waar ik een andere keer over zal uitwijden. Ik had het zelf niet zo door, maar ik maakte het mezelf niet makkelijk. Ik was nog ziek, ik slikte per dag meer medicijnen dan een normaal, niet te kleinzerig mens in een jaar, ik was elke dag misselijk & zwakjes. Toch probeerde ik mee te draaien in het volle leven, niet eens bewust maar omdat het leven nou eenmaal vol is en genoten moet worden en stel je toch eens voor dat ik iets zou missen. Dus was ik de hele avond van drie januari met vriendin H. en een of ander manspersoon (Jan D.? Peter W.?) in het café geweest. Toen ik erheen liep was het koud maar niet ongewoon voor januari; maar rond twaalf uur, toen we buiten kwamen, bleek het gesneeuwd te hebben.

Die sneeuw kwam helemaal uit het niets, en was niet zomaar het lullige laagje dat dat soort freak sneeuwbuien over het algemeen produceert, maar een flink pak. ( Niet zo flink als vandaag maar het had dan ook eén avond gesneeuwd en geen twee dagen.) Te voet onderweg naar huis deed ik vooral mijn best om mijn voeten op maagdelijke stukjes neer te zetten, want dat is een onschuldig soort vandalisme waar ik blij van word, een beetje zoals het ploppen van bubbeltjesplastic. Gaandeweg viel me op hoeveel mensen er die avond uit hun huis waren gekomen om sneeuwpoppen te maken. Het waren  veel sneeuwpoppen, en ze stonden overal. Ik was rond een uur of half eén thuis, en ik dacht: morgenochtend voel ik me so wie so ellendig. Wanneer komt een nacht als deze, zo stil en helder, wanneer komt dat terug, en zal ik dan de tijd hebben om goed te gaan kijken? Waarschijnlijk niet.

Ik deed een paar extra sokken aan. Ik deed een extra t-shirt aan. Ik pakte mijn fototoestel en een paar rolletjes van 800 Asa; een mens weet tenslotte nooit wat ze allemaal tegen kan komen in de stad. Ik pakte mijn mitaines omdat ik geen zin had om mijn handschoenen uit te doen als ik een foto wilde maken. Ik pakte een notitieblokje maar dat doe ik altijd. Ik pakte mijn portemonnee en mijn paspoort ( toen nog niet verplicht) omdat ik een schijterd ben en ik graag geïdentificeerd wil worden als ik dood en beroofd in een goot terechtkom. ( Ik denk dat de prednison en de sloten thee van de avond me naar het toch al niet erg heldere hoofd waren gestegen.) Ik ging op pad.

Het was een prachtige avond. Het sneeuwde niet meer, dus het typische sneeuw-licht dat in de lucht hangt als het sneeuwt was ook voorbij. Het enige licht in de stad waren de straatlantaarns, en die waren gelig. Het was stil met de merkwaardige stilte die sneeuw met zich meeneemt, toch waren er veel mensen op de been. De meesten klonken blij, de merkwaardige meligheid die sneeuw met zich meeneemt.  ( Eén jongen was niet blij. Hij stond onder een raam aan de Oude Rijn te roepen dat Zij hem erin moest laten, waarop Zij terugriep dat hij dan maar had moeten bellen waar hij bleef.  Het ontbrak er maar aan dat ze de nachtspiegel leeggooide uit het raam; Jan Klaassen en Katrijn in levende lijve.)  En overal sneeuwpoppen. In een heleboel kleinere straatjes was er minstens eén poging tot een sneeuwpop gedaan, de meesten niet meer dan twee bollen bovenop elkaar; een aantal met meer fantasie en handigheid in elkaar gezet en de meest uitbundige accesoires behept.

Ik heb een aantal foto’s gemaakt die vrij abstract zijn uitgepakt, gelige smeren licht met in het midden iets dat lijkt op een grote witte acht, als je goed kijkt ( maar de wortel is dan ineens wel helder, dat zal je altijd zien). Op eén foto echter is een sneeuwpop daadwerkelijk te zien. Ik heb minuten lang naar hem staan kijken. Op het van der Sterrepad, in de hoek achter het stookhok van het Koetshuis, had iemand een kniehoog sneeuwpopje gemaakt van een vosje, of een hond. Het beest zat zo vriendelijk naar de wereld te kijken, dat het jammer was dat hij ooit weg zou smelten. Maar dat was okee, zei het vosje, hij was er even en zou weer gaan, zo gaat dat met sneeuw.

Ik was om half drie thuis, en ik had natte enkels, en ik was moe, en dat ben ik geloof ik een week gebleven, maar ik heb nog dagen terug gedacht aan het vosje. Het was zo’n vrolijk hoopvol ding en dat kon ik op dat moment goed gebruiken.

Ik ben gisteravond met vriendin E. op pad geweest in het gele sneeuwlicht, in de sneeuwstilte, ten prooi aan een aanval van sneeuwmeligheid, op zoek naar maagdelijke stukken sneeuw om te ontmaagden, en naar chocolademelk. Allebei gevonden. Er stonden wel wat sneeuwpoppen hier en daar, maar niet zoveel als in 2001, en niet zo mooi als het vosje.

Advertenties

4 gedachten over “Sneeuwpoppen

  1. “Te voet onderweg naar huis deed ik vooral mijn best om mijn voeten op maagdelijke stukjes neer te zetten, want dat is een onschuldig soort vandalisme waar ik blij van word, een beetje zoals het ploppen van bubbeltjesplastic.”

    +100 herkenbaar!

    zucht… 4 januari 2001… mijn laatste dag als legally underaged chickie….

  2. één of ander manspersoon…als het één van die 2 was, hoe kan je dat dan niet meer weten! :).

    Je sneeuwverhaal is erg herkenbaar, ik noem het licht altijd oranje (ik zag trouwens gisteren dat je het ook paars kunt noemen, als het nacht is).

    Ik vind het trouwens erg leuk om te komen met oud jaar (maar mag ik het toch nog openhouden, desnoods breng ik mijn eigen eten mee…)

  3. “Te voet onderweg naar huis deed ik vooral mijn best om mijn voeten op maagdelijke stukjes neer te zetten, want dat is een onschuldig soort vandalisme waar ik blij van word, een beetje zoals het ploppen van bubbeltjesplastic.”

    Ja! Ik herken dit ook, heerlijk is dat! Bij ons in het straatje komen niet zoveel mensen voorbij dus lag er een mooi dik pak knispersneeuw… Fijn!

  4. erg mooi blogje

    ik probeer juist altijd in andermans voetstappen door de sneeuw te navigeren… & eerstvolgende eerste sneeuwnacht zoek ik een woonwijk op:)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s