Het gele bandje. 2nd rev. ed. with a new afterword of the author

Facebook-correspondente M. heeft vandeweek een Youtube-filmpje van Fabrizio de Andrè  op Facebook gezet. Het was een nummer dat ik goed ken, in een opname die ik niet kende, en voerde me op een waarlijke trip down memory lane. Fabrizio de Andrè (1940-1999)  was een Italiaanse singer/songwriter die voor de Nederlander het beste te beschrijven is als een mengsel van Leonard Cohen (thematiek, niveau & algehele beatnikkerigheid) en Boudewijn de Groot  (thematiek, niveau, zangtalent & impact op langharige meisjes met korte rokjes anno 1960).  Ik ken eigenlijk weinig Italiaanse muziek, maar naar De Andrè heb ik heel veel geluisterd, zonder hem ooit te delen met iemand. De teksten in zijn liedjes zijn namelijk erg belangrijk, en in Nederland kon niemand hem verstaan.

Ik  ken De Andrè omdat mijn oom Nino ergens in de jaren 1980 een geel cassettebandje bij ons thuis heeft achtergelaten.  Mind you, dit was op het moment dat de mogelijkheden om muziek te luisteren bij ons thuis beperkt waren tot de TV, een cassettespelertje, en een draagbare koffer-pick-up uit de jaren vijftig waarvan de stekker op geen enkel stopcontact paste. De geluidsdragers waarop wij werden geacht te overleven waren een aantal cassettebandjes bevattende Eine Kleine Nachtmuzik, iets van Beethoven, de Vier Jaargetijden, en de Grootste Successen van het Festival di San Remo 1983. Nee, dan het Gele Bandje. De ene kant bestond vooral uit ruis doorheen hetwelke de laatste helft van een nummer van Cat Stevens en een handvol liederen van Lucio Battisti te horen waren, die klonken alsof  ze waren opgenomen vanaf een platenspeler die op een olietanker stond die in een donkere nacht  naar Bombay voer, met windkracht zeven tegen. Kggggggggg ik heb ook dieieoewioewiewoe kant wel eens gedraaid maarpgsggssgs daar kreeg ik gauw genoekgggggg vanssssggg. Ik spoelde hem dus gauw door, en luisterde vooral naar de andere kant.

Dat was een live-optreden van een folk-achtige band, de muziek was meeslepend, met een fluit en een viool en een bassist die een stuk of zeven vingers per hand leek te hebben, en met een lead-zanger die een welluidende stem had  maar heerlijk kon snerpen en sneren, en een synthesizer en een accordeon die ook niet mis was en man, wat was dit? Dit was een legendarisch live-optreden van Fabrizio de Andrè met de band PFM, en dit was geweldig, en zo anders dan wat er op Toppop was en op die idiote bandjes van ons. Ik begreep er alleen niks van. Verstaan deed ik het wel, maar ik had geen idee waar het echt over ging. Iets  over een ketting van perzikpitten, en iemand die naar kattenpis stonk (huh?) en een treurig nummer met veel bas over een schoonmoeder die hem drie olifantenharen cadeau deed (hùh??), en iets over een hart dat te dicht bij een aarsgat zat (HÙH???).

Het eerste nummer dat ik echt begreep was een langzamer nummer. Het begon met iets dat klinkt als een Middeleeuwse riedel, als je niet zoveel weet over Middeleeuwse riedels. Dan begon de zanger te zingen, heel rustig en helemaal niet snerend en snerpend.

Je ligt in een korenveld begraven te slapen, het zijn niet de rozen en de tulpen die over je waken;  maar duizend rode klaprozen.

(Geef toe, prachtig beeld, simpel genoeg voor de twaalfjarige die tegen de verwarming aan zat te lezen, maar vol historische connotatie voor de cognoscenti.)

Iemand in het nummer ploegde met zware bepakking door de winter langs een stroompje, en betreurde de soldatenlijken in het water. En hij, Piero, heette hij, werd uitgenodigd om even stil te staan en om zich heen te kijken;  hij zou gauw genoeg aan het front zijn. Maar Piero sjouwde voort, en stak de grens over op een mooie dag in de lente.

Terwijl hij marcheerde met zijn ziel in zijn ransel zag hij een man aan de andere kant van de vallei, die eruitzag zoals hij zich voelde; maar zijn uniform had een andere kleur. Schieten Piero! Schiet hem neer! Doe het nou!

Ja maar, dacht Piero, als ik hem nu neerschiet heeft hij alleen nog maar tijd om dood te gaan; ik zal alle tijd hebben om in zijn ogen te kijken en hem te zien sterven. Dus Piero laat zijn geweer zakken, en op dat moment draait de andere man zich om, en hij ziet Piero, en hij is bang; en hij grijpt zich vast aan zijn geweer en schiet.

(Hier voelde ik dat strakke gevoel om m’n ogen opkomen. Piero? Weifelende Piero die zo onwillig naar de oorlog ging – d-d-dood?)

En Piero had alleen maar tijd om te beseffen dat hij geen tijd zou hebben om vergiffenis te vragen voor zijn zonden; hij ging sterven – en het was lente! Lieve Ninetta, doodgaan in mei, het is echt too much– als ik toch naar de hel moet, waarom niet in de winter? En het koren luisterde terwijl hij zijn geweer vastgreep met zijn handen, en  bevroren woorden vastgreep met zijn mond.

(Hier trilde mijn onderlip zo dat ik mijn eigen naam niet had kunnen uitspreken. Door mijn tranen heen zag  ik een pre-Napoleontische soldaat voor me, met een staartje en zo’n prullenbak op z’n hoofd en een geweer met een bajonet, en een bloederige vlek op zijn wit-met-rode uniformjas. )

Daar ligt hij dan, tussen de klaprozen. Psuedomiddeleeuwse riedel – uit.

Meteen zette de accordeon in voor een lustig up-tempo lied over een dwerg die rechter wordt en uit wraakzucht iedereen naar de galg stuurt, maar dat hoorde ik niet. Ik huilde tránen met tuiten.  Mijn moeder spoedde zich naar mijn zijde maar tut-tutte een beetje besmuikt- het was maar een liedje, Anna.  Okee, een prachtig liedje, en ik was op een susceptibele leeftijd… Toch kan dat niet het enige geweest zijn. We zijn een goede twintig jaar later, maar op het moment dat De Ander zich omdraait en schiet en Piero neerzijgt in het korenveld hou ik het zelden droog. Ik heb later nog wel eens een traan weggepinkt bij een liedje maar dit was de eerste en de meest gloeiende. Met het Gele Bandje  begon zowel mijn eigen muzikale smaak, als het besef dat er meer was dan Toppop, als mijn gevoel voor poëzie (en/of pathos – op twaalfjarige leeftijd nog moeilijk te scheiden…), in muziek maar ook op zich.

Luister maar.  Het valt vast tegen, maar geloof me, het vertelt een prachtig treurig verhaal. Had je ook gevonden als je het kon verstaan 🙂

Update: Helaas, mijn geheugen speelde mij parten! het nummer meteen na “La Guerra di Piero” gaat niet over de wraakzuchtige dwerg, dat is het nummer ervoor. Het nummer erna is “Il Pescatore” een mooi, hoopvol en ook up-tempo nummer over een visser, een vluchteling en de ondergaande zon. Maar dat zet ook heel lustig in.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s