Over het wegdoen van boeken

Er was een tijd dat ik alle boeken kocht die ik me kon permitteren. (Dat waren er niet veel; het was 1989 en geld was een bijna mythisch begrip in mijn leven.) De aankoop memoreerde ik dan op een archiefkaartje, dat ik bewaarde in een kaartenbakje; en die boeken werden geschikt en herschikt, alle 35, op auteur, onderwerp, genre en taal, of ook wel excentriekere criteria die ik me niet eens meer wil herinneren. (Niet op titel. Dat was er door vriendin Q. vrij grondig uitgeslagen.)

Voor dit stuk ben ik eens gaan kijken hoeveel van deze boeken ik nog bezit. Vier, waarde lezer. Drie Hubert Lampo’s en de prenten van Doré bij de Divina Commedia. Ook van de boeken die ik later heb gekocht heb ik meer weggedaan dan menigeen ooit zal bezitten.  Alle onleesbare dichtbundels uit de negentiende eeuw, alle nederlandse vertalingen van buitenlandse romans, circa 70% van mijn oude studieboeken, strepen en al; allemaal weg. De lelijke tweedehands doorgeragde en kapotgelezen detectives en science fiction-boekjes die ik tijdens het lezen eigenlijk al niks vond, alle retour-pockets-zonder-achterkant die ik in het verleden uit de container bij Een Grote Boekhandel heb gehaald, en nooit gelezen; allemaal weg. Alle boeken die ik wel een keer heb gelezen en waar ik me aan geërgerd heb of die ik gewoon slecht vond; allemaal weg.

Waren het allemaal slechte boeken? Nee, Socrates, niet allemaal. Ik heb behoorlijk slechte boeken bewaard, als uiterste noodmaatregel voor als ik ziek ben, of om een andere reden behoefte heb aan sub-Dan Brown rotzooi. Ik heb de boeken weggedaan die me onverschillig lieten en waar ik in mijn huis geen plaats voor wenste te maken. Vergeet niet / je moet namelijk weten dat ik in een boekhandel werk. Er komen in een boekhandel elk jaar weer zoveel boeken hoopvol binnen, die na verloop van tijd genadeloos worden verwijderd, dat enige ongevoeligheid omtrent het lot van het individuele boek bij de boekverkoper onvermijdelijk is.

Maar heb ik als persoon dan geen respect voor het boek? vraagt de lezer me, een traan in het linkeroog. Natuurlijk, Socrates, heb ik respect voor het boek. En waardering. En liefde, voorwaar,  sommige van mijn beste vrienden zijn boeken. Maar niet alle boeken zijn mijn beste vrienden.

Kijk, boekbezitters zijn, onder andere, te verdelen in twee soorten; mensen die hun boeken weg kunnen doen en mensen die hun boeken niet weg kunnen doen. De overeenkomst tussen deze beiden soorten boekenbezitters is dat ze boeken bezitten, en boeken bezitten betekent over het algemeen boeken waarderen. Hoe deze waardering zich uit is een heel ander verhaal. Voor de bewaarder is het boek ongedeeld en ondeelbaar, vorm en inhoud zijn eén, en als je een boek weggooit dan vermoord je iedereen die in dat boek voorkomt. Voor de weggooier is een boek een gebruiksvoorwerp. Wat heb je aan een boek wat niet deugt, om welke reden dan ook? Weg ermee!

Nu gaan de maskers af. Ook voor mij, in mijn afgestomptheid, is een boek  een gebruiksvoorwerp. Van het gemiddelde boek als voorwerp krijg ik een net iets lekkerder kick dan van een mooi kledingstuk. Er staat iets in, in het boek, en dat is mooi of lelijk, dan wel zinnig of onzinnig. Vaker  iets er tussen in. ( Het  kan ook intrigerend zijn om een andere reden dan zijn schoonheid of lelijkheid.) Ik lees het, ik hoop op te nemen wat het boek me te bieden heeft. Ik kan me hechten aan het fysieke boek en dat doe ik ook,  maar als een boek me echt niks (meer) doet kan ik het laten gaan in de hoop dat iemand anders er wel wat aan heeft. Ik geloof in het wegdoen van boeken, en ik doe het vaak als een (soms therapeuthische) maatregel als het in mijn hoofd en huis allemaal wat vol wordt. (Ik heb wel moeite met de met de eén-in-eén-uit-regel die ik mezelf opleg tot grote gniffelende hilariteit van Marcel, die niet gelooft in maat houden waar het om boeken en jazz-cds gaat).

Een van de mensen van wie ik ooit heb geleerd hoe een intellectuele mindset in het dagelijks leven werkt, is een vriendelijke chaoot die je op een zomerse donderdag  in een drukke winkelstraat kunt tegenkomen terwijl hij, Bach fluitend, met een rugzak vol boeken naar de Slegte fietst. Een collega die een boekencollectie heeft, as opposed to een gevulde boekenkast, doet regelmatig boeken weg om ruimte te maken voor nog betere boeken. En ik zal geen crisis of verhuizing voorbij laten gaan zonder de troep in mijn kledingkast en in mijn archief en in mijn boekenkast te schiften. Niet genadeloos, maar wel rechtvaardig. Ik hou ook echt van boeken, ik behandel ze zo goed als ik kan; een goed gebruiksvoorwerp verdient een goed gebruik.  Maar ik heb geleerd niet moeilijk te doen over een individueel boek. Er zijn er zoveel, en het hart heeft, net als mijn huis, maar vier kamers.

Advertenties

15 gedachten over “Over het wegdoen van boeken

  1. Ha Anna, fijn weer om een nieuw stukje van je te lezen! Ik ben ook een wegdoener van boeken, hoewel ik niet zo snel een boek in de prullenbak zal mieteren. Wat je zegt over het boek als gebruiksvoorwerp as opposed to het boek als object van sentimentele waarde herken ik wel. Ik heb bijvoorbeeld bijna uitsluitend paperbacks- die zijn lichter dan hardcovers en lezen lekkerder. Echt, de enige reden om een hardcover aan te schaffen is omdat ie erudieter staat in je boekenkast.

    Ik kan me trouwens nog een memorabel moment herinneren in de verder vrij saaie collegereeks Boekwetenschap. De prof vertelde toen dat hij op reis altijd een paperback of twee meenam. Als hij ging backpacken moest hij wel lichter reizen, dus wat deed hij: telkens nadat hij een pagina had gelezen, scheurde hij hem uit en gooide hij hem weg. Tijdens het vertellen van deze anekdote zogen meerdere mensen geschokt hun adem in. Kennelijk is het Boek als “ongedeeld en ondeelbaar” object nog erg belangrijk voor de letterenstudent, ook in deze tijden van blog en e-reader…

    • Nee, nee, nee! Pockets zijn afschuwelijk, want ze blijven niet open liggen (en dat zou toch het Wezen van een Boek moeten zijn, dat het open blijft liggen om het lezen mogelijk te maken…) Tijdens het eten moet je daarom een drietrapsconstructie opzetten: één boek van ca. 2,5 cm dik plat op tafel. De Pocket er schuin op, zodat je precies de goede kijkhoek hebt. En dan een afstandsbediening op de pocket, zodat het stomme ding open blijft. Ik heb mijn handen ten slotte nodig voor mijn aardappeltjes met jus! De afstandsbedieningen van vandaag de dag zijn jammer genoeg allemaal zo plastic en licht, dat ze een stevige Austen niet meer open houden… 😦

      De wereld zou moeten bestaan uit 1) hardcovers, 2)eeuwig stroom hebbende e-readers en 3) podcasts/audioboeken. Lang leve de ondergang der pocket!

      • Pockets zijn een uitvinding van de duivel, Tjamke, dat vindt George Steiner ook. Een voordeel: als ze oud genoeg zijn blijven ze onder jouw behandeling vanzelf in twee helften uit elkaar liggen. & dan kun je daarna het lijk naar de papierbak dragen onder het plechtig chanten van een gebed aan Allan Lane de vader de zoon & de heilige Penguin 🙂

  2. ik kan me wel vinden in je verhaal eigenlijk, ook al kan ik wel sentimenteel aan een boek gehecht zijn ook. ik ben degene die tot grote ontsteltenis van menig boekliefhebber doorgaans het ezelsoor verkiest boven de boekenlegger…

    de reden dat ik (nog) geen boeken weggooi, is dat ik er teveel die in mijn kast staan nog nooit gelezen heb. eerst lezen. dan kiezen. (en ondertussen komt er natuurlijk steeds meer bij…dat wel…)

  3. Ik kan me er ook wel in vinden om af en toe wat boeken weg te gooien. Als je alles bewaard groeit je huis helemaal dicht.

    Ik las een tijdje geleden een nieuwsbericht op internet over een man die geen boeken weg kon gooien en wiens huis letterlijk was dichtgegroeid. Als hij niet een groot deel van zijn boeken zou weg doen zou de woningbouwvereniging hem eruit zetten.

    Ik moet alleen Wietse nog zover krijgen dat hij af en toe iets weggooit want die bewaart zelfs oude Mares…

      • Voor research purposes: Ik ken twee zoons van zo’n man, beiden hele redelijke mensen, behalve als het over accumulerend bezit gaat. Één van de twee wil zelfs geen enkel boek bezitten…

      • En voorwaar, sprak de HEERE!, voor die tweede zoon zijn e-readers geschapen. (Ik weet niet waarom ze dat vers uit de Bijbel hebben geschrapt, het is zo waar.)

  4. ik zou dit zomaar geschreven kunnen hebben, nou ja, bij wijze van spreke dan :). Waar ik nog wel sentimenteel in kan zijn: boeken met opschriften van (soms lang verloren) vrienden, zelfs al doet ’t boek me niets (meer). Enne, die vriendelijke chaoot: ook bekend :).

    • Ja, ja! die boeken van vrienden, dat is moeilijk. Ik heb mijn hart een paar keer gestaald, & heb ook een enkele x gevraagd aan de betreffende vriend of hij/zij het echt niet erg vond..meestal vonden ze het niet erg, of waren ze allang vergeten dat ze ooit dat boek gegeven hadden. Maar dat blijft een lastige.

  5. Froukje raakt het teerste punt, althans voor mij. De ongelezen boeken in mijn kast… meestal non-fictie over zaken waar ik soms hartstochtelijk in ben geïnteresseerd. In de boekwinkel ervaar ik eerst Habgier, dan Kaufrausch. Maar zo’n boek kost vooral de eerste 50 pagina’s minstens zoveel energie als het bevrediging oplevert. Naast drukke baan… etc.
    Maar Anna dank je voor je blog, want heb me voorgenomen dat ik me niet meer schuldig ga voelen dat ik boeken waarvan ik geen kick (meer) verwacht gewoon wegdoe.
    En ga proberen volgende fietsvakantie de al gelezen helft van mijn dikke paperback thuis te laten…

  6. En ik hou er niet van als mijn pocket geknakt is. Vooral niet als iemand anders mijn pocket knakt voor ik hem gelezen heb. Kinderachtig, maar waar.

    • Je hoeft ook helemaal geen voorgeknakte pockets te kopen, behalve als je een berooide student bent (echt berooid, zoals dat in de jaren 1990 voor het laatst voorkwam).

      • Nee maar soms heb je een pocket zelf van jezelf in je eigen kast en gaat iemand anders hem lezen voor jij eraan toekwam. En dat die ander dan jouw nieuwe pocket knakt.

  7. Ik moest onmiddelijk denken aan een gedicht van Nico Scheepmaker:

    De Bibliofiel

    Een leven zonder boeken is steriel,
    je laat te weinig in je hoofd gebeuren.
    Want boeken openen gesloten deuren,
    behalve voor de ware bibliofiel.

    Die koopt zijn boeken louter om hun kleuren,
    de linnen rug van eersteklas textiel,
    en of de inhoud hem nu wel beviel,
    daar hoor je hem maar zelden over zeuren.

    Het gaat hem om het boek als stof’lijk blijk
    van zetkunst, drukkunst en geschept papier :
    een voorwerp dat je liefderijk kunt strelen.

    Alleen de aanblik doet hem maar plezier,
    hij leest het niet , het staat alleen te kijk,
    de inhoud zal hem daarom nooit vervelen.

    Nico Scheepmaker
    uit “Niet nog een Boek”

    😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s