Vijf vaam diep

De dag waarop we mijn vader bijzetten in zijn graf was het stralend, stralend weer, maar we hadden voor de vorm onze winterjassen aangedaan. Het was tenslotte december, en Italianen houden van formaliteiten. We waren met een groot luidruchtig gezelschap met de boot uit Trapani gekomen, maar toen we aanmeerden in de haven van Favignana werden we allemaal stil. De klep van de boot ratelde en dreunde neer, er bonkte van alles in het binnenste van de boot, maar wij waren stil. 

We liepen langzaam achter de lijkwagen aan, de boot af, de pier af, de heuvel op. Bovenaan de heuvel stond een mannetje in een versleten blauwe kazuivel,  hij had een bel en een kruis op een staf dus hij moest de pastoor wel zijn. We stopten, we gingen met z’n allen om de auto heen staan. We zwegen. De pastoor haalde met rituele trefzekerheid een blauwe vissersmuts tevoorschijn, zette hem op, en begon het Onzevader te bidden. En wij antwoordden. Een aantal Weesgegroetjes. En wij antwoordden. Toen zei hij een aantal passende nietszeggende woorden, over het naar huis dragen van Uw dienaar (je zag hem denken, Uw dienaar Dinges, vergeef me Heer, hoe heet deze man ook al weer?), en hij herinnerde ons eraan dat we stof zijn en tot stof zullen wederkeren, en wij antwoordden Amen, en toen zette hij zich, rinkelend en biddend,  in beweging. En de lijkwagen achter hem aan, en wij daar weer achteraan.

We liepen de haven uit, langs het grote oude huis met de palmen, het stadhuisplein op, de hoek om de winkelstraat met de grote gladde straatstenen in. Langs de weg stonden respectvolle maar verbaasde natives te kijken naar de stoet. Ze bleven stilstaan en baden mee als de pastoor weer eens een Onzevader of een Weesgegroet inzette, maar ze vroegen elkaar wie daar in godsnaam begraven werd. Was er recentelijk iemand doodgegaan in het dorp? Nee toch? Wie was dit dan? En waar hoorde hij bij?

We liepen langzaam langs het grote kerkplein, heuvelop langs het Mariakapelletje, en ik ging naast mijn ene broer lopen, die naast mijn moeder liep, en ik fluisterde:  “Weet jij in welke film we zitten?” Mijn broer lachte, en mijn moeder gniffelde.

(En het merkwaardige is nu: het was heel mooi weer, echt waar. Het was rond de twintig graden, en de zon scheen de hele tijd. Dat weet ik. Maar in mijn herinnering was het grauw en bewolkt en koud – koud, notabene! Ik liep te zweten in mijn jas, en ik herinner me dat ik het koud had. In het vliegtuig terug naar huis zat ik daar een tijdje over na te denken, over die grauwte, en toen viel me op dat in mijn herinnering ook vrouwtjes met hoofddoeken meeliepen, niet van die relatief kekke marokkaanse hoofddoeken, maar de echte authentieke kopvodden waar de vrouwen in de jaren ’40 en ’50 in Italië mee rondliepen, donkere lappen die onder hun kin waren vastgeknoopt. En toen wist ik in welke film we zaten. We zaten in Le due vite di Mattia Pascal, een Pirandello-verfilming met Marcello Mastroianni, in de scène waarin Mattia Pascal vertelt over zijn eigen begravenis. Ik grijnsde naar Zwitserland ver onder me. Het was goed. Mijn vader hield van die film.)

Mijn broer lachte, en mijn moeder gniffelde, en we liepen langs het Mariakapelletje een smalle straat door naar het kerkje. Sant’Anna. Het is maar een kleine kerk, van toen het eiland nog minder dan 500 bewoners had. ( “Zag je die richels?” vroeg mijn oudtante Ita me later, “die richels onder de ramen? Die stonden toen ik klein was vol met schedels. Sant’Anna was toen de kerk van het kerkhof. Toen deden we nog een stuk makkelijker over de dood.”) De kist nam het halve gangpad in – acht ooms en neven onder de bezielende en weinig effectieve leiding van neef Eduardo waren ermee gemoeid om het ding überhaupt de kerk in te krijgen. En de twee bloemstukken, ze bestonden uit echte bloemen maar ze waren zo lelijk dat ze eigenlijk beter van plastic hadden kunnen zijn, ze gleden alsmaar van de kist af. De padvindershoed hield ik vast want die mocht er niet vanaf glijden.

De pastoor draaide een verhaal af over de eeuwige gelukzaligheid die Uw dienaar Carmelo met een beetje mazzel te wachten staat. Mijn ene broer en ik hadden zo onze vermoedens over de verwachtingen die onze vader had over het hiernamaals. We keken elkaar niet aan en lieten het gewauwel het andere oor weer uitgaan. Dit was een formaliteit. De echte  herdenkingsdienst was al geweest, geleid door een pastoor die mijn vader goed had gekend. Deze mis was een formaliteit waar we even doorheen moesten. Ik vroeg me tijdens de eerste lezing af of  ik nou te communie moest of niet. Mijn vader was hypocriet genoeg geweest om het wel te doen, en ik, vermoedde ik, eigenlijk ook. Ik liet het maar afhangen van het moment, bedacht ik. Achter in de kerk hoorde ik iemand stommelend binnenkomen, en zonder nadenken keek ik om- recht in het gezicht van mijn jongste broer.

Hij had zich die ochtend in een nette zwarte broek met rechte pijpen gehesen om mijn moeder een plezier te doen (die broek heeft hij daarna nooit meer aangehad). Hij had mij gevraagd of ik een staart in zijn haar wilde maken (hij zag er anders altijd uit als een jonge Sneep, zijn haar als twee donkerbruine gordijnen langs zijn wangen). Hij stond schuin achter me, onmogelijk jong en mooi, en zijn gezicht was een masker van ontzetting en ongeloof. Ik staarde geschokt naar hem. Hij deed pijn aan mijn ogen. Ik wilde wegkijken en niet nu gaan huilen,  maar er was geen afleiding in de kleine kale kerk, behalve de pastoor die de mis afratelde,  de zonnestralen die door de ruiten kwamen –

( “Die richels onder de ramen stonden toen ik klein was vol met schedels. Sant’Anna was toen de kerk van het kerkhof. Toen deden we nog een stuk makkelijker over de dood.” )

– en de mobiel van Eduardo die net op dat moment, vlak na de evangelielezing,  ineens de Ouverture Wilhelm Tell piepte.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s