Het monster van Toepenstein (Rev. ed.)

Naomi loopt.

Ik heb haar bij de hand en ik moet een beetje bukken omdat ze nog zo klein is, en we lopen samen over de stoep. Ze zet trotse stappen met rechte beentjes, haar loopje lijkt nog het meest op die van het monster van Frankenstein; maar hoe zou ik lopen met een luier tussen m’n benen?

Het schiet sowieso niet op. We zijn onderweg naar de vijver en de eendjes, maar Naomi is veel dichter bij de grond dan ik, en ziet van alles dat haar belangstelling trekt: besjes, blaadjes, peuken, kauwgom. Zodra een van deze interessante dingen opduikt, daal ik neer, schop hem weg en zeg “Sorry lieverd, peuken zijn niet voor Toepjes”. Ze kijkt me berustend aan, er is in de wereld wel meer niet voor Toepjes is haar gebleken. Om iets te doen te hebben zet ze maar koers naar de straat.

“Ho! Ho!”  roep ik, “de weg is voor de auto’s en de stoep is voor de Toep!” 

Het motto slaat nog niet echt aan maar ik hoop dat het zich vastzet in een neuronenbaan, en dat ze op een dag als bij mirakel zal begrijpen wat ik zeg.  Op dit moment blijft ze in de richting van de weg lopen tot ik haar optil en nogmaals herhaal dat ze op de stoep moet blijven. Geen sjoege, dus ik blijf haar op mijn heup houden tot we bij de eendjes zijn. Dan is er geen houden meer aan. Ze duikt van mijn arm af het grasveld op, roept “HAI! HAI!”, neemt nog even de tijd om mijn hand te pakken en rent op de eenden af. Die hebben al snel door dat er niks te eten valt en waggelen weer weg; en Naomi en ik er achter aan, als twee giechelende border collies achter een kudde schapen.

Relatief snel heeft ze genoeg van de eenden, maar gelukkig bespeurt ze een nieuwe uitdaging. Ze pakt nu ook mijn andere hand en loopt naar de stoep.

“Ja maar,” begin ik weer met het stoep-mantra, maar kleine Naomi heeft een project. Ze stapt af van de stoep, zegt Buh! loopt een paar stapjes en stapt weer op de stoep. Buh! Stapjes, stoep af,  Buh!, stapjes, stoep op, Buh! Ik heb al na een paar keer op en neer last van mijn rug, maar ik vind het leuk wat ze doet, en bovendien besef ik ineens dat “Buh” echt iets betekent.

Buh! Betekent het “Boem” ? Betekent het “Eindelijk voel ik straatstenen” ? Betekent  het “These here snakeskin pantoffels represent my individuality and my belief in personal freedom” ? Is het een kortsluiting in voornoemde neuronenbanen? Java-mens-ouders hebben het zich ook afgevraagd, en ik denk er maar niet te veel over na. Naomi is nu een jaar oud. Vorig jaar rond deze tijd zei ze alleen maar WAAAAH en Urf urf urf, en kon ze haar nekje nog niet zelf omhoog houden. Nu loopt ze zelf naar de eendjes; ze zal toch niet ook nog es gaan praten? Doe maar even niet moppie, je verroeste moedertje kan het nog niet aan.

Na een keer of zestien de stoep op en af te zijn gelopen (Buh! Buh! Buh!) richt haar aandacht zich opnieuw op de eendjes. Achter de vogels aan maar weer, maar in haar brandende ambitie laat ze mijn hand los, doet ze een paar woeste stappen en valt Buh! bovenop haar mooie neusje, en met haar voorhoofd in de eendenpoep. Zelf zit ze daar niet zo mee, ze is alleen een beetje geschrokken, en mijn poging om haar te troosten en te fatsoeneren valt niet in goede aarde. Hopla, weer naar de grond, weer lopen!

Ik zet haar neer, maar in plaats van weg te rennen kijkt ze naar de boom naast haar. Ze loopt er heen.

Haai? ” vraagt ze me.

“Dat is een boom lieverd,” zeg ik, “die hebben wij ook voor de deur.”

Haai?”

“Ja Toep, een boom,” zeg ik weer, en ik leg mijn hand op de bast. Ze legt haar hand naast die van mij en maakt een aai-gebaartje.

Haai,”  zingt ze, ze klinkt verrukt om iets. Om het gevoel van bast tegen haar hand? Omdat ik eindelijk de eendenpoep van haar voorhoofd heb kunnen vegen?

“Hai,” zegt ze ineens weer zakelijk, en zonder duidelijke overgang rent ze weer achter de eenden aan.

“Ja, haai, nou is het mooi geweest!” zeg ik, eenden, eendenpoep, bomen, het is al bijna acht uur en het juffertje moet naar bed. Ik ren achter haar aan en ze laat zich spartelend onder mijn arm tillen.

“Haai!” roept ze nog tegen de boom, en ik zeg “Haai to you too!” maar het helpt niet. Ze wil van mijn heup af, naar de grond.  Het monster van Toepenstein waggelt op eigen kracht naar huis, of niet. These pantoffels are made for walking!

Advertenties

5 gedachten over “Het monster van Toepenstein (Rev. ed.)

  1. en ik maar vertederd grijnzen. lief.
    Van mijn neef hoorde ik een keer dat dat hele praten van zijn zoontje hem juist vreselijk tegenviel. Toen bleek namelijk dat het enige wat het zoontje kon schelen “snoepje snoepje” oid was, en dat er helemaal geen diepzinnige gedachten in het gefronste hoofd van zijn zoontje schuilgingen.

    • Ha Nyph, dat was echt wel teleurstellend he? Maar om nou vanuit het Niets ineens Snoepje te gaan zeggen vind ik al heel wat. (Of Boom, of Eendenpoep. )

  2. Maar ze zien er soms uit alsof ze zouden willen zeggen “Ik zat te denken aan hoe het komt dat ik niet van de aarde val en vroeg me af of het nut heeft dat gras eigenlijk groen is…”

    • Ja, of ” Moeder, voel dan toch, de bast van deze boom-hoe goed is het om in balans te zijn met de Natuur!” Ja lach maar, mijn Naomi kijkt met enige regelmaat zo.
      (Je hebt wel gelijk hoor. Zo’n kind kan af en toe zo ontzettend wijs en mooi kijken dat het maar goed is dat we op dat moment niet weten haar h/zij aan denkt.) (Eten, namelijk, of poepen, of het intrigerende klepje van de afvalbak waar iedereen altijd zo hard over gilt.)

      • Of: “nu ik jou zie met een banaan; ik heb neteen manier gevonden om de omtrek van de aarde te berekenen”. Helaas horen we deze quote straks alleen nog maar in het Duits… 🙂
        Liefs!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s