Hubert Betrapt

En alweer een boek waarvan ik me het precieze moment kan herinneren dat ik het voor het eerst zag. Dat was ook in een bieb, maar dit was de schoolbieb, een veel te kleine ruimte met boekenkasten ter linkerzijde, en tafels ter rechterzijde, bij de ramen. Je had toen nog vrijwillige bibliotheekdames; iemands moeder die een ochtend per week aan een grijs bureautje zat en bibliotheekkaarten schreef.

Ik geloof dat ik een jaar of veertien was en in de tweede klas zat, toen ik  in de grote pauze stond te wachten in de uitleenrij, met god weet wat voor boek uit de achterste kast met jeugdliteratuur, een Tonke Dracht, een Thea Beckman, ik noem maar wat; en twee mensen vóór mij stond M.E., die ik kende van de leerlingenvereniging en de schoolband. M.E. was cool en volwassen en droeg groengestreepte overhemden en stropdassen. Niet dat groengestreepte overhemden nou zo cool waren, maar hij zat in de vierde of de vijfde klas, en zelfs in H., waar wij schoolgingen, waren gestreepte overhemden in welke kleur dan ook voor een leerling een zeer eigenzinnige dracht. Hij had een boek bij zich en een paar gekopieerde  papieren in een mapje en hij sprak heel zelfverzekerd met de bibliotheekdame.

“Hallo, ” zei ik, schuchter. Ik dacht tenminste dat het schuchter was. Waarschijnlijk heeft M.E. een brede glimlach gezien die op hem afkwam als een vriendelijke grizzly; waarschijnlijk keek de hele schoolbieb om naar het lawaai. Maar ik voelde me verlegen en ongemakkelijk dus ik dacht dat ik zachtjes en schuchter sprak.

” Wat heb je daar?” vroeg ik hem, nog steeds schuchter.

Oh, niks, het was een boek.

” Ja maar, waarom al dat papier?”

Oh, niks, hij had een mondeling straks, en hij had een veelzeggend stuk gekopieerd om het voor te lezen.

” Veelzeggend?”

” Ja, het gaat over twee mensen die elkaar eerst niet ontmoeten, en later wel, en ik moest er een voorbeeld van hebben.”

De bibliotheekmoeder keek verstoord; de mensen voor en achter ons begonnen met hun voeten te wiebelen.

” Oh…” zei ik,  schuchterder dan ooit. Werkelijk, als hij een loverboy was geweest had hij me daar ter plekke mee kunnen sleuren naar zijn scooter. Een man die een mondeling deed! Woehaa!  Intellectuele jongens zijn cool; kennis is macht, in elk geval wel over alfa-nerdige meisjes van veertien. (Okee- vooral over mij, dan.)

” Welk boek is het dan?’ vroeg ik zwakjes. Hij reikte het me nonchalant aan, voorbij de twee mensen tussen ons.

” Hermione Betrapt,” zei hij, ” Hubert Lampo.”

” Oh,” zei ik, weer, een beetje zoals Carice van Houten in de telefoonboekreclame met Arnon Grunberg,” dank je wel…” en ik gaf het gauw terug aan de bibliotheekmoeder die intussen echt chaggereinig keek.

Dat was het begin van een grote liefde. M.E. had zo zijn eigen aantrekkingskracht, maar Hubert Lampo was sterker. Het begon met Hermione Betrapt; al gauw volgde De Komst van Joachim Stiller. De Belofte aan Rachel, Helene Drefraye, De Ruiter op de Wolken, De Goden moeten hun getal hebben, de Zwanen van (huiver) Stonehenge, ik heb het allemaal verslonden. Ik heb ze geleend en nog meer geleend en wedergeleend in alle bibliotheken waar ik mijn neus liet zien,  en mijn eerste boeken waren tweedehands Lampo’s, toen nog allerwegen te koop voor bijna niks. Ik ben bijzonder blij dat ik niet wist van de verfilming van Joachim Stiller, want ik had waarschijnlijk droog brood gegeten en was naar Santiago gelopen met een steen in mijn schoen (bij wijze van ex-voto) om hem te zien. (De film schijnt niet eens op het boek te lijken- misschien maar goed ook.) Ik droomde van  pijprokende Vlaamse literatoren met coltruien; ik kocht alle boeken die Hubert Lampo in zijn jeugd had gelezen. Johan Daisne was wel gaaf. Maar Le Grand Meaulnes, ooit van gehoord? Ik vond er he-le-maal niks aan, maar het was sterker dan ik, Lampo had het gelezen en Lampo was- nou misschien niet mijn god, maar zo’n beetje wel mijn heiland.  Ik las Hubert Lampo, ik las over Hubert Lampo, ik schreef als Hubert Lampo; ik ademde Hubert Lampo.

Misschien negen jaar later verstoutte ik mij het eerste hoofdstuk van Hermione Betrapt voor te lezen op een van de voorleesavonden van Quack.

” Die man had een redacteur nodig,” zei vriend J. op z’n lijzigst, en ik moest hem tot mijn spijt gelijk geven. Hubert Lampo schreef veel te lange, onmogelijke zinnen. Hubert Lampo’s personages waren een mengsel van namedropping en boordkarton.  Hubert Lampo’s uitingen van hartstocht waren alles bij elkaar toch een beetje lullig; en waarom was het me nooit eerder opgevallen wat een mutsen ze waren, die (altijd blonde) gedroomde vrouwen waar zijn ik-personen zich mee inlieten ?  Ik moest helaas erkennen: Hubert Lampo is niet bedoeld voor mensen van boven de twintig. Ik was drieëntwintig. De liefde was over.

En M.E.? Die draagt nog wel eens een gestreept overhemd, maar over Hubert Lampo heb ik hem nooit meer gehoord.

Advertenties

5 gedachten over “Hubert Betrapt

  1. Ik vind het geweldig leuk om je blog te lezen en ga dat nu regelmatiger doen ipv een hele zondagochtend alles achter elkaar. Ik heb nu immers een VOEDING. Waar staat RSS voor?

    • Ha Nyph, volgens mij was het iets van Real Simple S-dinges. Maar wat er simpel aan is is voor mij nog wat onduidelijk.
      Wat leuk dat je er bent! XX Aa

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s