Aangaande mijn Internetaansluiting

Terwijl ik dit schrijf zit ReinieR aan tafel met de laptop, hij spreekt hem bemoedigend toe en hoopt van hem gedaan te krijgen dat hij mij voortaan ook draadloos Internet biedt. Ik hoop dat het ReinieR lukt, want het zou het schrijven van dit blog vergemakkelijken, en de hoeveelheid snoeren in mijn leven verminderen. Het zou ook een laatste stap zijn in de aanpassing van mijn huishouden aan de eenentwintigste eeuw.

Ik heb al jaren een Internetaansluiting, alleen had ik heel lang geen computer die aan te sluiten was op mijn modem. Niet zo handig allemaal, maar dat is niet het punt dat ik wil maken. Ik was namelijk niet ongelukkig. (En Marcel al helemaal niet, maar dat is weer een ander verhaal.) Ik mailde op mijn werk (Slecht, slecht!! Stoute Anna!!) en als ik eens echt een Hele Lange Tijd op Internet moest zitten voor het een of ander, dan ging ik naar de kopieerwinkel. Toen ik vorig jaar met zwangerschapsverlof was en ineens alle tijd van de wereld had, en geen compu om op te Internetten, ging ik eens in de drie dagen even langs bij de Printer, om een kwartier à 20 minuten aan mijn correspondentie te besteden, en dan waggelde ik weer naar huis. Ik zie nu een aantal gezichten van efficiënte vrienden voor me, en hun afschuw van deze beschrijving spreekt welluidend tot mij; maar, ik wil het nog een keer herhalen, ik was niet ongelukkig met de bovenstaande gang van zaken.

Nu heb ik dus een Internetaansluiting, en een computer waarop die aansluiting ook te gebruiken is, en, als ReinieR klaar is, ook overal in huis de mogelijkheid tot Internet. En ik heb nog steeds wat te zeiken. Niet dat ik ongelukkig  geworden ben van Internet. Maar het knaagt toch aan me dat ik me voor mijn financiële dienstverlening, en  mijn kennis van de wereld, afhankelijk maak van een medium dat ik niet echt goed begrijp. Van een medium ook, waarin het zeer lastig is om mijn privacy te bewaren; en dat bovendien zorgt dat ik ( toch al niet echt beweeglijk) stukken minder vaak van mijn kont afkom.

Ondanks dat ik erg goed nadenk over waar ik mijn gegevens achterlaat, is er allerlei van en over mij verspreid over het Internet. Niet mijn pincode en niet de sleutel van mijn huis, maar toch. Ik heb wel eens een vlucht geboekt en de creditcard van Marcel gebruikt. Ik heb op allerhande blogs mijn e-mailadres achtergelaten, het wordt niet getoond maar het is Out There. Ik heb begrepen dat dertienjarigen moeite hebben met begrijpen wat het betekent dat alles wat ze op Internet zetten door iedereen gelezen kan worden. Van wie je houdt, wie je haat, hoe slecht je bent in wiskunde, iedereen kan het lezen. Ja maar het mag niet, het was alleen bedoeld voor NickyGirl1995. Ja maar het staat  nu toch op Hyves, en iedereen kan het lezen.

In een interview met Barbara Stok las ik, dat ze RSI-verschijnselen heeft, en om zichzelf in bescherming te nemen haar Internet-aansluiting heeft opgezegd. Zeeën van tijd heeft ze nu, zei ze. Dat is wat mensen die hun TV wegdoen zeggen; Zeeën van tijd heb je, die je kunt besteden aan iets anders dan op je kont naar een scherm staren. ( Je kunt op je kont gaan zitten lezen, of op je kont gaan zitten breien…) Dit was de eerste keer dat ik iemand las die heur Internetverbinding weg had gedaan en daarover sprak in dezelfde termen van bevrijding en rust.  Als het gaat om timesuck is het Internet wel vergelijkbaar met televisie, en als het gaat verslavingsgevoeligheid ook. Daar staat tegenover dat de informatie en het amusement die je via Internet verkrijgt op minder passieve wijze wordt verkregen dan via de televisie (een systeem als Tivo daargelaten).

En hoe verhouden mijn kritische opmerkingen zich tot het feit dat ik op 12 augustus van dit jaar besloten heb te gaan bloggen? Als er eén activiteit is waarbij je je hele hebben en houden (en dat van anderen) op het Internet zet, dan is het bloggen. Als er eén activiteit is die maakt dat je tijd achter het scherm en op je kont doorbrengt dan is het bloggen. Ik weet het nog niet helemaal. Ik wil nogmaals benadrukken dat ik Internet leuk vind, en dat ik niet ongelukkig ben geworden van de aanwezigheid van Internet in huis. Maar het is voor mij ook geen vanzelfsprekende aanwezigheid, en zolang als menselijke wezens niet worden geboren met een USB-portal in hun ruggegraat loont het de moeite om na te denken over wat Internet precies betekent.  Dat is wat ik nu probeer te doen, alleen ben ik nog maar net begonnen de grootste gemene delers te benoemen. Het Internet is te groot om het in eén blogje van duizend woorden te vatten; wordt vervolgd.

ReinieR maakt een tevreden geluid! Ik heb draadloos Internet! Ik kan met mijn laptop gaan en staan waar ik wil! Hoe heb je het nou opgelost? vraag ik. Oh, eh, zegt ReinieR,  ik heb de [technobabble] opdracht gegeven zich te [technobabble], zodat je [technobabble] nu aangepast is- ja het is ook helemaal niet interessant. Als het maar werkt.

Advertenties

Een gedachte over “Aangaande mijn Internetaansluiting

  1. In deze beschrijving herken ik me eigenlijk wel.
    Waar ik me zelf eerder aan stoor is mensen die geen emails beantwoorden (dit is overigens geen subtiele hint naar AnnA, mocht iemand dat denken). De email is nu zo’n wegwerpproduct dat een emailtje blijkbaar niet meer serieus wordt genomen. Ik stuur mensen berichten, maar ze antwoorden niet. Zelfs niet om me te vertellen op te hoepelen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s