Barende beesten

Laten we beginnen met het feit dat ik 2 gedichten ken over barend vee, en laten we het nu eens over die twee gedichten hebben.

Het was in het weilandenrijke Kootwijk, op 15 februari van het jaar 2009, en ik liep tussen Petra en Maarten B. in, en het kwam zo in me op, van die twee gedichten. Petra keek me aan met afstandelijke afschuw, niet zozeer omdat ze een probleem heeft met barende koeien, maar meer omdat ze ineens een glimp opving van de Augiasstal die de geest van een dichter zijn kan. Waarom, vroeg haar blik, zou je zoiets doen? Waren je onderwerpen op? Ik noem maar wat- Liefde, sex, dood, zonsondergangen, de ondergang van de maatschappij aan een tekort aan katholicisme, chrysanten, treinstations, bruggen in Brabant, spreeuwen, moeders en vaders, Japanse waaiers- enfin, op een dag is het allemaal op en rest de dichter nog maar een onderwerp: barend vee.

Ja, nee, Petra- bijna.

Het is namelijk best mogelijk om een barende koe, of een barend schaap te verzinnen. Je, dat wil zeggen ik, kan met wat moeite het beest zo voor me zien en horen. Het gemelijke geloei, het grote vochtige wezenloze oog dat zich uur na uur vult met paniek, het stampen van de poten vanwege groeiend onbehagen, het grote lichaam dat af en toe siddert alsof het de pijn af wil schudden als insecten, als water – nu, ik probeer ook maar wat ( & niemand zal het me kwalijk nemen als ik mijn eigen ervaringen projecteer op een onschuldig beest). Het geval wil echter dat zowel Ted Hughes als Koos Geerds erbij waren. Geerds’ gedicht komt uit zijn bundel ‘Staphorst’ die gaat over zijn jeugd in Staphorst-Rouveen. Zijn vader was hoofdmeester op de school in het dorp, en Geerds heeft er gewoond van 1954 tot 1965. Volwassen en dichter geworden vond hij dat het dorp van zijn jeugd een lofzang verdiende, en aangezien hij de enige dichter is die het heeft voortgebracht, moest hij het doen.
Ik vind het prachtige poezie, hoewel ik de barende koe tot nu toe altijd oversloeg. Maar nu hebben we het er toch over, and it goes somethin’ like this:

De koe moest baren en de koe was moe,
er staken poten achter uit haar lijf
en daaraan zaten touwen en daaraan hingen wij;
maar het kalf bleef halverwege steken en de koe
keek telkens achterom naar dat gedoe en loeide zacht;
het was nog maar een jonge koe,
het was haar eerste keer
en daarom moest ze kreunen en wij trokken weer
en met veel bloed kwam toen het kalf eruit,
dood, en ook de koe was stervende, en de boer,
hij keek van koe naar kalf, van kalf naar koe
en stond daar met gebalde vuisten, en alles vloekte,
maar hij vloekte niet.

Niet best, niet best, en ik ben blij dat men mijn kleine N. niet heeft hoeven verwijderen door er met het halve dorp aan te gaan hangen.

Ted Hughes’ gedicht komt uit zijn bundel Moortown. Hughes was zeer geïnteresseerd, vanuit z’n ingewanden geinteresseerd in alles wat leeft, kortstondig bloeit, en sterft, en dan met name dieren, en omdat hij heel erg veel van dieren hield ging hij de gruwel van hun leven en dood niet uit de weg. Hij heeft in zijn leven verschillende keren op boerderijen gewerkt, soms voor het geld en soms voor de show, en meestal voor allebei. Zoals in 1974, toen hij dit gedicht schreef over een onfortuinlijk schaap. Het is goorder dan bovenstaand gedicht, dus ik vergeef je als je vanaf hier doorscrollt naar beneden; als bloederige bevallingen niet je ding zijn wil ik je dat zelfs ten zeerste aanraden.

February 17th.

The lamb could not get born. Ice wind
out of a downpour dishclout sunrise. The mother
Lay on the mudded slope. Harried, she got up
and the blackish lump bobbed at her back-end
under her tail. After some hard galloping
some manoeuvring, much flapping of the backward
lump head of the lamb looking out,
I caught her with a rope. Laid her, head uphill
and examined the lamb. A blood-ball swollen
tight in its black felt, its mouth gap
squashed crooked, its tongue stuck out, black-purple,
strangled by its mother. I felt inside,
past the noose of mother-flesh, into the slippery
muscled tunnel, fingering for a hoof
right back to the port-hole of the pelvis.
But there was no hoof. He had stuck his head out too early
And his feet could not follow. He should have
felt his way, tip-toe, his toes
tucked up under his nose
for a safe landing. So I kneeled wrestling
with her groans. No hand could squeeze past
the lamb’s neck into her interior
to hook a knee. I roped that baby head
and hauled till she cried out and tried
to get up and I saw it was useless. I went
two miles for the injection and the razor.
Sliced the lamb’s throat-strings, levered with a knife
between the vertebrae and brought the head off
to stare at its mother, its pipes sitting in the mud
withall earth for a body.Then pushed
the neck-stump right back in, and as I pushed
she pushed. She pushed crying and I pushed gasping.
And the strenght
of the birth push and the push of my thumb
against that wobbly vertebrae were deadlock,
a to-fro futility.Till I forced
a hand past and got a knee. Then like
pulling myself to the ceiling with one finger
hooked in a loop, timing my effort
to her birth push groans, I pulled against
the corpse that would not come. Till it came.
And after the long, sudden, yolk-yellow
parcel of life
in a smoking slither of oils and soups and syrups-
and the body lay born, beside the hacked-off head.

Zo- zijn we er nog? Ik ben ook een beetje misselijk nu, dat was misschien wat veel natuur in een keer. Maar dit, en het gedicht van Koos Geerds, ik vind het mooi. Ik weet niet precies hoe hard te maken wat er belangrijk aan is voor de wereld, dus ik hou het maar bij wat deze twee gedichten belangrijk maakt voor mij.

De staccato taal, om mee te beginnen. Een bevalling beschrijven in zoetvloeiende verzen konden ze misschien in de Grote Negentiende Eeuw ( die in sommige delen van de wereld duurde tot 1955) ; maar strictly voor stadse maagden die hun oogleden dicht hadden laten naaien. Hakketie-hakketie, zo moet het; beheerst rondvliegende bloeddruppels.

In het gedicht van Geerds is er sprake van een gemeenschap die met z’n allen dat kalf haalt, maar de koe is het middelpunt, van het heelal wilde ik bijna zeggen. En de boer die daar Biblebeltse zwarte smartelijke gedachten staat te hebben, hij staat in het oog van de tyfoon, op dat moment is er niks anders gaande dan die koe en haar dode kalf. Geerds laat ons niet vergeten dat dit gedicht uit Staphorst komt; de boer vloekt niet. Dat betekent dat God ook ergens is, in die stal of op dat veld, en dat de boer en zijn vrouw en hun ongetwijfeld vele kinderen Hem vanavond weer zullen danken. De Aanwezigheid sijpelt tussen de woorden door en maakt het allemaal nog weer bitterder.

Bij Hughes is het een ander verhaal; de ik en het schaap zijn alleen op de hei en de HEEERE is nergens te bekennen, en de gemeenschap ook niet, en de ik beschrijft minutieus hoe hij een dood lam onthoofdt en uit z’n moeder trekt en hoe zwaar dat is voor iedereen. Hij vloekt ook niet, hij gaat te werk als een arts of iemand die kapotte kopieerapparaten uit elkaar haalt; maar met al die slithering oils and soups and syrups kan het nooit echt een fris werkje geweest zijn. En in het beschrijvende schuilt de ijzige werkelijkheid, zo en niet anders werkt het als een lam niet geboren kan worden, op een koude heuvel in februari 1974 terwijl mijn ouders op het punt staan te trouwen.

Advertenties

3 gedachten over “Barende beesten

  1. Ooh, aaah – het gebruikelijke. Mijn finest hour was een opstel in de 5e over de Werdegang van een mier die een suikerklontje naar het nest sleepte en er bijna aan onderdoor ging; verval, melancholie, ironie en de Condition Humaine over twee schriftblaadjes. Met illustratie. En de poëzie van mijn jeugd woont op zolder en blijft daar. Haar tijd is gekomen; haar tijd is gegaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s