Bloomsbury

Wat is er zo leuk aan Bloomsbury, vroeg Marcel.

Wat is er zo leuk aan Bloomsbury. Even nadenken.

1) De vroegste boeken die over en door hen geschreven zijn zien er altijd mooi uit. Er is iets aan die mensen, of het nou hun upper class afkomst was, of hun temperament, of een gelukkige combinatie van beiden, dat maakte dat ze hun produkten goed verzorgden. Het is een genoegen om een Hogarth boek in handen te hebben, ook al hoef ik niet per se gecharmeerd te zijn van de inhoud, of van de decoraties van Vanessa Bell. En: of ik gecharmeerd ben van de inhoud of niet, hij zit in elk geval wel goed in elkaar.

2) De mensen die wij “Bloomsbury” zijn gaan noemen waren mensen met een leven en een werk. Ze hadden een arbeidsethos en een groep vrienden. Ze hadden een carriere en een prive-leven. Helaas voor de waardering van hun werk fietste het leven er vaak doorheen, waardoor het makkelijk is te denken dat deze mensen weinig anders deden dan thee drinken, brieven schrijven en elkaars boeken recenseren. Het is anders. Ze werkten zich drie slagen in de rondte, en als ze hun drie slagen hadden gehad voor de dag dan gingen ze thee drinken en roddelen en neuken met elkaars levenspartners. Ze hadden energie genoeg voor zowel leven als werk, en dat vind ik heel spannend, want ik ben niet overtuigd dat ik dat ook heb.

3) Virginia Woolf. Ik zet hier blauwgrijs op wit wat ik mezelf al een tijd geleden heb toegegeven; ik vind het non-fictie werk van Virginia Woolf leuker dan de fictie. Haar dagboeken zijn, indien in hun geheel gelezen, een drie a vier weken durende splurge van scherpe, friszure observatie en messcherpe onweerstaanbare roddel. Haar brieven idem. Haar essays zijn, in haar eigen woorden, a lark, a plunge in de wateren van een heldere en flexibele geest. May Sarton heeft ergens geschreven dat Virginia Woolf belangstellend was maar niet warm, en dat is te lezen in haar werk. Ik denk niet dat ze aardig was maar wel heel heel erg boeiend en waarschijnlijk ook heel grappig (mits je niet het bokje was van haar grappen, want ze was, zoals ik al eerder suggereer, heel erg scherp).

En ook zij had een arbeidsethos. Ze was een dame, het was voor haar mogelijk geweest om een huwelijk te zoeken waarin financieel voor haar gezorgd werd. Dat kon ze niet. In plaats daarvan werkte ze zich drie slagen in de rondte (als ze geen thee dronk of de hond uitliet).

Als op dit moment de telefoon gaat en de verkoper van de uitvaartpolissen vraagt me in een melige bui: Wie is je voorbeeld? Dan kan ik, voordat ik de hoorn neerleg, met droge ogen zeggen: Virginia Woolf.

4) De mensen die schrijven over Bloomsbury kunnen zonder uitzondering goed schrijven. Leon Edel schrijft wat badinerend en Quentin Bell vertelt je niet alles; maar het leest altijd heerlijk heerlijk weg zoals alleen zoetvloeiend Engels weg kan lezen.

…dat vind ik leuk aan Bloomsbury. Zo’n beetje. Er is vast meer over te zeggen, maar dat doe ik later wel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s