De Senseo van de muziekwereld
08/05/2010
Het is mij een aantal jaar geleden ter ore gekomen dat het succes van een heleboel ergerlijke dingen te maken heeft met wat ik zou willen noemen de irritatiecurve. Het is helaas geen bestaand woord maar het schijnt dus wel een oprecht serieus marketingbegrip te zijn. Producten die iedereen alleen maar leuk vindt worden een succes. Apparaten & zooi die iedereen alleen maar vreselijk vindt zijn gedoemd. Spullen daarentegen die precies op het goede punt op de irritatiecurve zitten, op de plek waar de verhouding tussen Wauw Cool en Oh Breuh precies goed is, zullen het grootste succes worden. Het uitgemolken cliché dat wat zich liefheeft, zich tevens nekt, is namelijk waar; en ergernis genereert luidruchtigheid en luidruchtigheid is publiciteit. En terwijl (ik noem maar iemand) Youp van ‘t Hek zijn ergernis ventileert over de Senseo denkt de burger die van ‘t Hek leest : He ja, wat irritant zo’n Senseo. Maar wacht es even, Buurvrouw Bets heeft er ook een en hij is wel erg handig. En hopla, weer een Senseo verlaat de Kijkshop.
Zoiets, vrees ik, moet het ook zijn met Lady Gaga. De nummers die ze maakt zijn niet spectaculair, hoewel je behoorlijk getalenteerd moet zijn om dit specifieke soort semi-onbenulligheid te produceren. Haar nummers bekken lekker, ze blijven in je hoofd hangen, en ze zitten goed in elkaar – met andere woorden, Ms Gaga weet precies wat ze doet. Het is dan ook bekend dat ze muzikaal onderlegd is. Waar het om gaat is de presentatie, de verpakking. Ik zou op dit moment in mijn betoog graag de retorische vraag willen stellen: wat bezielt deze vrouw om zich te kleden en op te maken zoals ze doet? behalve dan dat ik meen te weten wat deze vrouw bezielt. Ms Gaga zorgt ervoor om precies op dat punt te gaan zitten waar de Senseo ook zit. (De vraag is natuurlijk: waar zit Marylin Manson op de irritatie-curve? Maar dat is iets voor een volgend blog.) De eerste drie keer denk je ‘he wat irritant’, de vierde keer betrap je jezelf erop dat je ‘pompiedompiedompie, pompiedompiedompie dompie, papa, paparazzi’ zit te neurien, en de vijfde keer merk je dat je voor de lol nog een keer de clip van Bad Romance op zet, om te kijken of het nou een kat of een hond is die zo raar gaapt.
In de visuele wereld van Ms Gaga is niets plezierig voor het oog, in elk geval niet volledig plezierig voor het oog. Neem nou de clip van Bad Romance. Alles is pervers, naar en incomfortabel. Zelfs in de fragmenten waarin ze er relatief normaal uitziet, is ze opgemaakt in groentinten die haar een ronduit ziekelijke uitstraling geven. De gefotoshopte ogen van Het Meisje In Het Bad, de ruggegraat van het Wezen In De Schaduw, de kat/hond waar ik het net over had- is er een lelijker wezen op aarde dan een haarloze kat/hond? De hakken waarop ze loopt zijn helemaal afstotend. Het zijn geen schoenen, het zijn martelinstrumenten, en dat bedoel ik niet eens fysiek. Ze zijn niet bedoeld om mee te verleiden, laat staan om er mee te lopen, maar ze zijn bedoeld om je eerst te verbazen, dan te ergeren en uiteindelijk een gat mee in je hoofd te slaan. Toch weet Ms Gaga in deze clip aan al deze narigheid glamour en fascinatie te geven. Het is boeiend om naar te kijken; pervers, naar en incomfortabel, maar boeiend. In de afstoting zit de aantrekkingskracht, en dat heeft Ms Gaga heel goed gezien.
Is er nog iets positiefs over haar te zeggen? Oh ja. Vrienden van mij die het kunnen weten hebben respect voor het feit dat ze alles altijd live zingt, en dat er van al haar nummers een versie met alleen piano bestaat. Dat is inderdaad cool. Ze houdt strak de controle over haar kleding en over haar clips; over smaak valt te twisten maar controle van een vrouwelijke artiest over haar product is altijd aan te moedigen. Bovendien is haar persona eerder freak dan ho, wat verfrissend is. Ze wordt in de clip van Bad Romance dan wel geveild, maar die aanschaf komt de koper duur te staan (doorkijken tot het eind, vrinden). In een moment van extase zei vriend D ooit dat Ms Gaga een creatief genie is. Als een creatief genie hetzelfde is als een hele slimme dame die uitgevogeld heeft welke lelijkheid we met z’n allen nog aan kunnen, en die langzaam maar zeker wat grenzen op dat gebied verlegt, dan heeft hij gelijk. Ik vind de persona Lady Gaga ergerlijk, en spannend, en lelijk (nuthin’ personal, honey), en interessant. Ik zal niet zeggen dat haar invloed van voorbijgaande aard is, in het artiestenleven is alles mogelijk (ten slotte zitten we met z’n allen al dertig jaar tegen Madonna aan te loeren); maar zolang als de muziek van Lady Gaga niet interessanter wordt en haar unique selling point vooral zit in de presentatie, kan ik het niet meer vinden dan spannende, ergerlijke en interessante bullshit.
The El Topo Story: A New Hope
16/02/2010
Het is jammer maar helaas, Uw lievelingsteam is gisteren tweede geworden van het Algemeen Klassement van de Meneer Jansen Filmquiz 2009/2010. Het lot heeft het zo bepaald. Letterlijk; de laatste ronde was de onvolprezen Filmcliché-Bingo, die niet alleen zorgde dat een & ander nogal uitliep maar ook dat El Topo, de koningen van de inhoud, deze ronde eindigden met eén enkele punt. We dragen ons verlies menshaftig en zinnen op The Return of El Topo.
Nee, dan de vragen van in mijn vorige post. Ik weet niet of er iemand is die de antwoorden eigenlijk wil weten, maar hier zijn ze:
¶ Hoe heet het voetbalteam in de nederlandse film All Stars? En hun concurrenten? Bobs finest hour: Swift Boys. En Poldervogels.
¶ Wat was de debuutfilm van Patrick Dempsey? Maartens gènemomentje: Money Can’t Buy Me Love.
¶ Wie speelt de hoofdrol in de absolute topfilm Ice Princess? Mijn dieptepunt: Michelle Trachtenberg. Voor de Bonus: Kim Catrall doet ook mee.
¶ Waar wordt in de film Chinatown het eerste lijk gevonden? Een Marcel-vraag. In de waterleidingduinen van Los Angeles.
¶ Wat vond John Wayne van paarden? Hij vond het klotebeesten.
¶ In welke film kust Marlene Dietrich, gehuld in rokkostuum inclusief hoge hoed, een vrouw? (Vet op der bek, zegt Marcel verlekkerd.) Vriend D! Vriend D! Waar ben je als ik je nodig heb! Morocco, Dietrichs eerste Amerikaanse film.
¶ Op welke Franse film is 12 monkeys gebaseerd? Ja, dat is een esoterische, en derhalve een Marcelletje. La jetée, een fijne experimentele film die bestaat uit stills.
¶ Welke actrice bedankte voor de rol van Trinity in the Matrix? Sandra Bullock. Zie je het voor je?? Ik niet. Sandra Bullock heeft een leuke glimlach maar ze is way niet uitgehongerd genoeg voor Trinity. En dat bedoel ik niet fysiek.
¶ Wie zingt het titelnummer van de film Neverending Story? Daan de Dr was in voor de schrik van z’n leven. Limahl natuurlijk! De man met een naam als het Staats-nagellakmerk van de DDR tussen 1976 en 1988 en het meest verschrikkelijke kapsel van de jaren ’80. Kijk hiernaar en huiver. De draak heeft echt een betere kapper.
¶ Wie maakt zijn acteerdebuut in “Plop en het Vioolavontuur”? Hoe heet het personage? Frans “Diamantstrotje” Bauer. Kabouter Amadeus. Hoe minder we hier over zeggen hoe beter.
Sorry voor deze vragen- ik heb gisteren, nadat de post was geplaatst (en al gelezen door jullie) de hele dag allemaal veel zinniger vragen lopen bedenken waar mensen ook nog echt een antwoord op konden weten. Die komen een andere keer; en dit zijn toch weer minstens 3 eurotjes voor een nieuwe Bijbelstandaard voor de Vereniging van Lesbische Doopsgezinde Dominees van Papua Nieuw Guinea.
Facebook-correspondente M. heeft vandeweek een Youtube-filmpje van Fabrizio de Andrè op Facebook gezet. Het was een nummer dat ik goed ken, in een opname die ik niet kende, en voerde me op een waarlijke trip down memory lane. Fabrizio de Andrè (1940-1999) was een Italiaanse singer/songwriter die voor de Nederlander het beste te beschrijven is als een mengsel van Leonard Cohen (thematiek, niveau & algehele beatnikkerigheid) en Boudewijn de Groot (thematiek, niveau, zangtalent & impact op langharige meisjes met korte rokjes anno 1960). Ik ken eigenlijk weinig Italiaanse muziek, maar naar De Andrè heb ik heel veel geluisterd, zonder hem ooit te delen met iemand. De teksten in zijn liedjes zijn namelijk erg belangrijk, en in Nederland kon niemand hem verstaan.
Ik ken De Andrè omdat mijn oom Nino ergens in de jaren 1980 een geel cassettebandje bij ons thuis heeft achtergelaten. Mind you, dit was op het moment dat de mogelijkheden om muziek te luisteren bij ons thuis beperkt waren tot de TV, een cassettespelertje, en een draagbare koffer-pick-up uit de jaren vijftig waarvan de stekker op geen enkel stopcontact paste. De geluidsdragers waarop wij werden geacht te overleven waren een aantal cassettebandjes bevattende Eine Kleine Nachtmuzik, iets van Beethoven, de Vier Jaargetijden, en de Grootste Successen van het Festival di San Remo 1983. Nee, dan het Gele Bandje. De ene kant bestond vooral uit ruis doorheen hetwelke de laatste helft van een nummer van Cat Stevens en een handvol liederen van Lucio Battisti te horen waren, die klonken alsof ze waren opgenomen vanaf een platenspeler die op een olietanker stond die in een donkere nacht naar Bombay voer, met windkracht zeven tegen. Kggggggggg ik heb ook dieieoewioewiewoe kant wel eens gedraaid maarpgsggssgs daar kreeg ik gauw genoekgggggg vanssssggg. Ik spoelde hem dus gauw door, en luisterde vooral naar de andere kant.
Dat was een live-optreden van een folk-achtige band, de muziek was meeslepend, met een fluit en een viool en een bassist die een stuk of zeven vingers per hand leek te hebben, en met een lead-zanger die een welluidende stem had maar heerlijk kon snerpen en sneren, en een synthesizer en een accordeon die ook niet mis was en man, wat was dit? Dit was een legendarisch live-optreden van Fabrizio de Andrè met de band PFM, en dit was geweldig, en zo anders dan wat er op Toppop was en op die idiote bandjes van ons. Ik begreep er alleen niks van. Verstaan deed ik het wel, maar ik had geen idee waar het echt over ging. Iets over een ketting van perzikpitten, en iemand die naar kattenpis stonk (huh?) en een treurig nummer met veel bas over een schoonmoeder die hem drie olifantenharen cadeau deed (hùh??), en iets over een hart dat te dicht bij een aarsgat zat (HÙH???).
Het eerste nummer dat ik echt begreep was een langzamer nummer. Het begon met iets dat klinkt als een Middeleeuwse riedel, als je niet zoveel weet over Middeleeuwse riedels. Dan begon de zanger te zingen, heel rustig en helemaal niet snerend en snerpend.
Je ligt in een korenveld begraven te slapen, het zijn niet de rozen en de tulpen die over je waken; maar duizend rode klaprozen.
(Geef toe, prachtig beeld, simpel genoeg voor de twaalfjarige die tegen de verwarming aan zat te lezen, maar vol historische connotatie voor de cognoscenti.)
Iemand in het nummer ploegde met zware bepakking door de winter langs een stroompje, en betreurde de soldatenlijken in het water. En hij, Piero, heette hij, werd uitgenodigd om even stil te staan en om zich heen te kijken; hij zou gauw genoeg aan het front zijn. Maar Piero sjouwde voort, en stak de grens over op een mooie dag in de lente.
Terwijl hij marcheerde met zijn ziel in zijn ransel zag hij een man aan de andere kant van de vallei, die eruitzag zoals hij zich voelde; maar zijn uniform had een andere kleur. Schieten Piero! Schiet hem neer! Doe het nou!
Ja maar, dacht Piero, als ik hem nu neerschiet heeft hij alleen nog maar tijd om dood te gaan; ik zal alle tijd hebben om in zijn ogen te kijken en hem te zien sterven. Dus Piero laat zijn geweer zakken, en op dat moment draait de andere man zich om, en hij ziet Piero, en hij is bang; en hij grijpt zich vast aan zijn geweer en schiet.
(Hier voelde ik dat strakke gevoel om m’n ogen opkomen. Piero? Weifelende Piero die zo onwillig naar de oorlog ging – d-d-dood?)
En Piero had alleen maar tijd om te beseffen dat hij geen tijd zou hebben om vergiffenis te vragen voor zijn zonden; hij ging sterven – en het was lente! Lieve Ninetta, doodgaan in mei, het is echt too much- als ik toch naar de hel moet, waarom niet in de winter? En het koren luisterde terwijl hij zijn geweer vastgreep met zijn handen, en bevroren woorden vastgreep met zijn mond.
(Hier trilde mijn onderlip zo dat ik mijn eigen naam niet had kunnen uitspreken. Door mijn tranen heen zag ik een pre-Napoleontische soldaat voor me, met een staartje en zo’n prullenbak op z’n hoofd en een geweer met een bajonet, en een bloederige vlek op zijn wit-met-rode uniformjas. )
Daar ligt hij dan, tussen de klaprozen. Psuedomiddeleeuwse riedel – uit.
Meteen zette de accordeon in voor een lustig up-tempo lied over een dwerg die rechter wordt en uit wraakzucht iedereen naar de galg stuurt, maar dat hoorde ik niet. Ik huilde tránen met tuiten. Mijn moeder spoedde zich naar mijn zijde maar tut-tutte een beetje besmuikt- het was maar een liedje, Anna. Okee, een prachtig liedje, en ik was op een susceptibele leeftijd… Toch kan dat niet het enige geweest zijn. We zijn een goede twintig jaar later, maar op het moment dat De Ander zich omdraait en schiet en Piero neerzijgt in het korenveld hou ik het zelden droog. Ik heb later nog wel eens een traan weggepinkt bij een liedje maar dit was de eerste en de meest gloeiende. Met het Gele Bandje begon zowel mijn eigen muzikale smaak, als het besef dat er meer was dan Toppop, als mijn gevoel voor poëzie (en/of pathos – op twaalfjarige leeftijd nog moeilijk te scheiden…), in muziek maar ook op zich.
Luister maar. Het valt vast tegen, maar geloof me, het vertelt een prachtig treurig verhaal. Had je ook gevonden als je het kon verstaan
Update: Helaas, mijn geheugen speelde mij parten! het nummer meteen na “La Guerra di Piero” gaat niet over de wraakzuchtige dwerg, dat is het nummer ervoor. Het nummer erna is “Il Pescatore” een mooi, hoopvol en ook up-tempo nummer over een visser, een vluchteling en de ondergaande zon. Maar dat zet ook heel lustig in.
Echo’s
06/10/2009
Kleine Naomi en ik zitten op het marmer in de ronde zaal, omringd door deuren. Twee ervan zijn echte deuren, achter een ervan zit mijn oom te bellen. Marcel is stilletjes verdwenen maar wij zitten en lopen hier en maken echo’s.
“Hai?” zegt Naomi, en van alle kanten zegt een klein opgewekt stemmetje HAI hai hai… ik voel het in mijn binnenste en dat is raar, maar wat Naomi voelt weet ik niet. Ze kijkt wel tevreden, ze neemt wat stapjes en valt weer op haar kont en zegt
“Hm?”
MM, m, m…zegt het opgewekte stemmetje dat dwars door ons heen gaat.
Zilveren en gouden zonlicht komt door het ene raam naar binnen, buiten raast Palermo maar binnen is het vandaag helemaal stil in het teatro Massimo, op wat voetstappen na en een eenzame bastrombone in de kelder die we vanaf hier niet kunnen horen.
“Eu,” zegt Naomi, “B’m.”
EUM, eum, eum…
“Luister, liefie,” zeg ik, “hoor es…”
Vanuit de gang zweeft heel zachtjes Gymnopedie van Satie de ronde zaal binnen. Geen echo’s en we kunnen het niet heel goed horen. We zitten allebei even helemaal stil.
“Is hij aan het spelen?”
De ene deur is open en mijn oom, met het Italiaanse-mannen-lange golvende haar en de bijhorende baard, kijkt in de richting van het geluid.
Ik knik vertederd maar Flaminio loopt op een drafje de gang af.
“ Oh, mag het niet?” zegt Marcel zonder enige schaamte als hij en Flaminio de gang weer doorkomen.
“Nee,” zegt Flaminio, “ je hebt overal toestemming voor nodig.”
“Het is een Yamaha,” zegt Marcel , tevreden dat hij gespeeld heeft.
AHA, aha, aha, zegt de ronde zaal.
Chi Coltrane
15/09/2009
Of ik Chi Coltrane kende, vroeg werkgever A. De vraag leek er een in de categorie ”Leeft ze nog?”, een spelletje dat ik graag mag spelen op een rustige vrijdagochtend (Julie Driscoll, anyone?). Meestal komt zo’n vraag niet uit de lucht vallen, en inderdaad, op dit moment hangt er een onwaarschijnlijk jonge foto van Chi Coltrane her & der in de stad, en ze treedt binnenkort op in de Stadsgehoorzaal. We zijn er dus maar vanuit gegaan dat ze nog leeft.
Niet echt meer een grote naam; het enige nummer dat iedereen zich kan herinneren is Go Like Elijah, dertien weken op nummer eén in 1973. Een keer tijdens een retro-aflevering van Toppop werd een clipje gespeeld waarin Chi Coltrane dat nummer zong, moederziel alleen met haar piano, compleet met intermezzo waarin beelden van haar wapperende blonde haar extatisch stil werden gezet temidden van grote, zeer gedateerde, rookwolken. Enfin, dit was eind jaren tachtig niet een clipje dat mijn hart harder deed kloppen. Toch bleek Go Like Elijah al Youtubend een nummer waarbij moeilijk stil te zitten viel; ms Coltrane werd dus aan een onderzoek onderworpen. Tot mijn spijt klinkt ze intussen erger dan Phil Collins die de soundtrack schrijft voor de musical Job and the Amazing Technicolor Dung-heap, dus ik heb me vooral geconcentreerd op de tijd dat ze het groene blaadje van de Gospel-rock was. Dat was ze namelijk, begin jaren 1970; een wervelwind van blonde haren en gebonk op de piano en blijde boodschappen over redding en eeuwig geluk in de armen van De Ene. ( Het is vanuit Europees standpunt een beetje onduidelijk over Wie ze nou precies zingt maar de gemiddelde Born-Again-Amerikaan doet er niet moeilijk over, dit is gewoon witte gospel en er kan er maar een de HEERE zijn tenslotte. Hallelujah, zoals Chi zelf al zong.)
Wat hoor je precies als je een nummer van Chi Coltrane draait? Je hoort een zeer effectieve pianostijl en een flinke stem met een rafelrandje (maybe she’s born with it, maybe it’s zware shag), je hoort een razend tempo, en je ziet Dr John en Bo Diddley in de achtergrond goedkeurend knikken. Je hoort de bazuinen schallen, maar misschien is het de Hemelse Sessiemuzikanten Fanfare; je hoort engelenkoren antwoorden, maar misschien is dat het dameskoor van de Baptistische Gemeente Saint-Barack-in-the-Fields. En, zoals ik al zei: je kan maar moeilijk stil blijven zitten, het swingt als een tierelier en de zwarte Amerikaanse uit-je-pan-kerkmuziek klinkt mee in iedere noot.
Helaas hoor je hier en daar ook een ballad. Ik heb er drie geluisterd, en bij alledrie snakte ik naar een trompet, of een zwarte achtergrondzangeres, of zelfs maar een kleine versnelling in het tempo, please, Chi, please! (Bij “Let it Ride” dacht ik eigenlijk dat ze een weedplantage begonnen was, maar het bleek toch weer over de HEERE te gaan.) Daar toont zich het nadeel van wat de Belgen wel eens noemen “een machtige klep” ; de schaal waarop de stem van Chi Coltrane het beste functioneert, of in elk geval functioneerde ten tijde van haar grote successen, is nou eenmaal die van het rocknummer met de extatische boodschap.
Met andere woorden; als iemand op een verjaardag ooit aan komt dragen met De Grote Successen van Chi Coltrane dan zeg ik Hallelujah; maar dit is geen artiest waar ik elke noot van hoef te bezitten.
Het enige wat ik me nu nog afvraag is dit: hoe kan iemand 15 jaar verkeren met Jan de P, en zelfs curator zijn van de (inmiddels afgesloten) Collectie- Jan de P; en al die tijd nooit van Chi Coltrane hebben gehoord?
You just look at them and sigh
14/08/2009
Crosby Stills Nash & Young zijn helden, samen en apart, en in al hun verschillende constellaties. Ze zijn legendarische zangers, ze kunnen allemaal in elk geval bruikbaar gitaar spelen, en op hun gezamelijke platen staan parels van populaire liederen. Toen ik ergens in de jaren ngentig hun platen kocht vond ik Steven Stills de meest beluisterbare. Crosby en Young waren te quirky, te stug en te rauw, en ik zou bijna willen zeggen: te mannig; en Graham Nash hing er wat mij betreft een beetje bij, liedtechnisch gesproken, met zijn weeige liedjes over huiselijkheid en toerisme. Nee, de andere Frozen Noses (ze hielden nogal van witte poeiers) waren de mannen, en Graham “Razor Throat” Nash kon ik tolereren omdat hij zo mooi de discant overal bovenuit wist te piepen.
Het is Jan de P. geweest die me heeft bekeerd tot Dave Crosby. Zijn favoriete nummer van CSNY, of in elk geval een nummer dat veel voor hem betekende, was “Almost cut my hair”, een dramatische beschrijving van een rouwproces met een paar lekkere gitaarsolo’s. Alleen Jan kan dansen op zoiets, en ik heb het hem geloof ik een keer zien doen. Jan vervolgde zijn missionaire werk met Neil Young, de meest sjaggereinige van de vier, en degene die zich altijd afzijdig gehouden heeft omdat hij nou eenmaal een buitenstaander is, een eigengereide loner, toen en nu nog steeds.
Toch heeft het tot halverwege dit jaar geduurd tot ik Graham Nash kon waarderen. Om te beginnen kwam ik erachter dat hij jarenlang samen was met Joni Mitchell, en vrienden van Joni Mitchell zijn mijn vrienden. En daarna was ik op een woensdagmiddag alleen op mijn werk, en ik zette Crosby Stills & Nash op, hun relatief lichtvoetige eersteling, met al die mooie gedateerde liedjes over blonde vrouwen met blauwe ogen die in groene gewaden door boomgaarden zwerven, en over afscheid nemen van die blonde vrouwen, en zo voort en zo fluffy voort. Het laatste nummer van deze Cd, een geremasterde versie uit 2006, was een akoestische versie van ‘Teach Your Children” van jawel, Graham Nash, een nummer dat ik altijd maar matig interessant gevonden heb. Simpel geschreven met weinig uitdagende achtergrondzang, met een fijne onweerspreekbare moraal en een fijne feel-good conclusie- wat moet een mens ermee. En dan klonk deze versie ook nog eens alsof ze om een kampvuur zaten met alleen die gitaar. Wat moet een mens ermee.
Maar enfin, het was laat op de middag en het was niet druk en de zon scheen buiten, helder en koud en roze, en ik luisterde naar de tekst. Daar ging’ie hoor.
Teach your children well, their parent’s hell did slowly go by; and feed them on your dreams, the one they pick is the one you’ll know by- Don’t you ever ask them why, if they told you you would die, so just look at them and sigh (haa-hai) and know they love you.
Nou, die ging nog well. Toen kwam nog een onbegrijpelijk couplet; en bij het volgende refrein begon me te dagen waar het nummer over gaat.
Teach your parents well, their childrens’ hell will slowly go by, & feed them on your dreams, the one they pick is the one you’ll know by- op dat moment zei ik Snif. Maar het nummer ging genadeloos door:
Don’t you ever ask them why, if they told you you would cry, so just look at them and sigh (haa-hai) and know they love you.
Het ging over groot worden! Verdammt noch mal. Het ging over hoe erg het is om opgevoed te worden en hoe klote het uberhaupt is om jong te zijn, maar het gaat voorbij, heus, op een dag ben je volwassen en dan kun je naar je ouders kijken, die je zo op je kop hebben gezeten voor je eigen bestwil, en je beseft dat ze je hebben gevoed met hun dromen (hier drupte een traan langs mijn neus) en dat jij daaruit de dromen hebt gevormd waar je naar leeft (hier begon mijn andere oog ook te tranen); en dat je een band deelt, maar geen idee hebt wie ze echt zijn omdat je in je ontwikkeling altijd in fase en uit fase groeit op de momenten waarop het het minste uitkomt (hier begon ik blindelings en wanhopig naar papieren zakdoekjes te zoeken in een la vol papieren, pennen & elastieken) maar het is okee, geloof ze nou maar, ze houden echt van je (papieren zakdoekjes, papieren zakdoekjes, waar zijn m’n papieren zakdoekjes?).
En het ergste moet nog komen. Ik besefte ineens dat ik jong geweest ben en groot ben gebracht op onvervulde dromen, en dat ik ook een jong iemand in huis heb, en dat ik haar flink op haar kop zal zitten de komende jaren. En dat ik haar zal proberen groot te brengen met regels en suggesties en kusjes als ze lief is en constructieve straf als ze stout is, en dat ze desondanks toch allemaal vreselijke dingen zal doen. Maar van al die dingen, bedoelingen en plannen en verwachtingen en andere pijnlijke zaken, van al die dingen zal in haar herinnering uiteindelijk vooral blijven leven wat ik deed en hoe ik het deed. Of ik eerlijk was en of ik niet met twee maten mat, en vooral of ik tevreden was met hoe ik mijn leven leefde.
Ik gaf het op. De papieren zakdoekjes waren verborgen onder een stapel aanbiedingscatalogi, en ik liep naar de wc om daar mijn neus te snuiten.
Dat is de verborgen grootheid van Graham Nash. Hij zegt de waarheid in z’n weeige liedjes vol huiselijkheid en toerisme. Hij komt met een cliche en laat je zien waarom het ook alweer een cliche is, en zingt daarbij zo zoet dat het niet opvalt hoe echt het bezongen sentiment eigenlijk is.
Oh man. Ik liep terug over de gang, en ik was blij dat niemand me had gezien, en ik zette het nummer weer op (want als je eenmaal aan het huilen bent kun je het beter maar gewoon laten lopen). Het kunnen heel goed mijn hormonen geweest zijn hoor; maar op dat moment heeft Graham Nash dezelfde heldenstatus bereikt als Crosby Stills & Young.