¶ Hieronder vind je een mini-Zondag-Proza. Laat Tamar maar een weekje tukken; volgende week doet ze de afwas.
¶ Heb je wel eens een schrijfcursus gedaan? Heb je daar een (wellicht negatieve…) mening over? Zou je een vijftal vragen willen beantwoorden? Email me op Ralloblog apenstaart gmail punt com. Alvast dank.
¶ Vriend D. was afgelopen maand 2 keer in de Efteling. (Nee, vraag maar niks.) De tweede keer was er een heus bal, met als thema sprookjes, dus vriend D., sowieso de beroerdste niet, doste zich uit in zijn beste pak, met drie stropdassen in vriendelijke pastelkleuren. Stropdassen dus. Drie. ( Het valt nog mee. Vriend D. heeft veeeel meer dan drie dassen aan zijn professionele dassenrekje hangen). Het zou een sprookjesfiguur moeten zijn, maar welke? Ik vermoed hier enige literaire hanky-panky; is dit zijn idee van de Mad Tie-maker? Repeldasje? De Dassenkraker? De jongen met de stropdasjes? Het is een lastige kwestie.
Toen ik deze prangende vraag voorlegde aan het Zaterdags Koffieberaad, zei vriendin R. meteen: Google! En ja, dat is natuurlijk wat je doet als je er niet uitkomt; je tiept in sprookjes, “drie stropdassen”, je doet enter, en je kijkt wat er gebeurt.
Alleen- nee. Ik zat naar de foto van vriend D met zijn drie stropdassen te kijken en ik vond het prettig om mijn hersenen te horen kraken. Tegen vriendin R. mompelde ik iets verontschuldigends (kan ook moeilijk anders want vriendin R. is de huidige incarnatie van Prgma, Boddhisattva van de Praktische Oplossingen), maar toen ik thuiskwam wist ik het weer: ik hecht aan kennis. Ik wil weten dat ik het weet en pas als ik weet dat ik het niet weet ga ik te rade bij Google. In deze antwoordgerichte tijden wil ik weten dat mijn hersenen het doen, en niet alleen een opslagplaats zijn voor zoekstrategieën.
Blijft de vraag: welke sprookjesfiguur is 1.92 m, loopt rond in grijs driedeel en heeft 3 zegge drie stropdassen om?? Knoopdasje, natuurlijk.
¶ Ik zal hier een coming-out moment inlassen: ik heb de schurft aan films kijken. Laat ik het anders zeggen. Ik kijk zelden naar films om de volgende redenen:
-Ik ben een sentimentele muts en ik voel me nog dagen slecht (nee, echt slecht) als iemand lijdt in een film die ik zie. En er lijden nogal wat mensen in films, dus ga er maar aan staan.
-Ik heb meestal het gevoel dat ik iets beters kan doen met mijn tijd. Schrijven of zo, of lezen, of mijn kledingkast uitmesten, of schrijven. Of zo.
De situatie speelt zich vaak als volgt uit: Marcel zet de video aan om een film te kijken en ik begin te brommen en te mompelen en te miepen. Als ik voor de derde keer de kwijl van mijn toetsenbord af moeten vegen omdat ik toch weer in trance naar de TV zat te staren, pak ik mijn boeltje en vertrek ik naar mijn bureau boven. Vervolgens kom ik naar beneden om thee te halen of iets dergelijks, en dan vraag ik aan Marcel:
“Is ze zwanger?”
“Hm?” vraagt Marcel.
“Is ze zwanger? Ze kijkt zo raar.”
“Hij is haar neef,” zegt Marcel dan, zijn ogen op het scherm, “en hij wordt verdacht van moord op haar broer.”
“Oh. Vandaar dat ze zo raar kijkt.”
“Kijkt ze raar?” vraagt Marcel afwezig, en ik besef weer waar ik mee bezig ben en ga naar boven.
Op deze wijze krijg ik circa 34% van zo’n film te zien, en ik weet dan dus dat De Neef het niet gedaan heeft, maar ik kom er niet achter of Ze nou zwanger is of niet.
Je voelt hem waarschijnlijk al aankomen: de keren dat ik tijdens een of andere film wel zo geboeid raak dat ik hem uitzie, of als we eens een keer naar de bioscoop gaan, dan ben ik na afloop helemaal blij en gelouterd, en roep ik huppelend uit: wanneer is de volgende? Marcel doet dan hoopvol een nieuwe film in de video, & de hele cyclus vangt weer aan.
Dit alles is al aan de orde zolang als Marcel & ik samen zijn, en voor mijn lieve meegaande man is de maat nu vol. Hij heeft me bevolen, op straffe van echtscheiding, om mijn zaterdagavonden vrij te houden. Hij heeft zes jaar de tijd gehad om een uitgekiend filmprogramma voor me te maken, en nu is de tijd gekomen dat ik dat over me uitgestort ga krijgen. Hij heeft de films zorgvuldig Anna-proof gehouden; geen kindermishandeling, geen verkrachtingen, geen kannibalisme, geen zombies of echt akelige vampiers (Buffy the Vampire Slayer telt dus niet mee). Ik heb derhalve niks te zaniken en ik zal die films uitkijken or else, voegde hij me toe, terwijl hij woest en veelbetekenend zwaaide met een rol ducttape.
“Mag ik er dan over bloggen?” piepte ik.
“Ja, je mag er over bloggen, ” zei hij, en hij legde de rol ducttape weer neer.
Goed- dit is het begin van de Orson Welles Movie Night. Om de zaterdag. Bij de Rallotjes. Zaterdag 3 april beginnen we met Annie Hall; lees er alles over op Ralloblog.
Indikken en afknijpen
03/02/2010
In april 2009 heb ik op de besloten Bontekoe.ning ( beter bekend als de Koeclub) een blogpost geschreven over Het Verhaal waar ik intussen al tien jaar mee bezig ben, en de contorsies die dat verhaal en ik zoal hebben gemaakt. Gedicht wordt verhaal, verhaal dijt uit en krimpt dan weer, en wordt vervolgens bijna volledig geamputeerd waarna er uit de ene flashback een heel nieuw verhaal ontstaat. Gekwelde mensen die gaandeweg te rusten zijn gelegd, bizarre situaties die helaas moesten kennismaken met de delete-knop (wel eens geprobeerd om met droge ogen iemand van het dak van het Ziekenhuis-nu-studentenhuis aan de Hooigracht te laten springen?) en de hoeveelheden tijd die ik aan allerlei doodlopende wegen besteedde voordat ik de stekker eruittrok en maar weer een avond ging zitten simmen op de bank met Harry Potter -
Ik geloof dat ik nu op zou moeten schrijven dat ik er niet meer aan wil denken. Soms klopt dat. Op pre-menstruele dagen (en anders wel op post-menstruele) wens ik alleen maar te zien wat voor een zooitje onaffe shit er overschiet van mijn oprechte, maar ongefocuste literaire ambitie. Aan de andere kant ben ik over het algemeen een redelijk goedgemutst persoon die niet al te veel last heeft van menstruele ongein, en op een dag als vandaag, als het zulk helder weer is en er zit wat vorst in de lucht, wat het zicht zeer bevorderd, op een mooie dag als vandaag dus, zie ik de lol wel in van tien jaar pielen aan een verhaal. Op een dag als vandaag wil ik graag denken aan wat ik in m’n werk heb gestopt, nog los van wat eruit komt.
[Ik las hier even een pauze in voor degenen die Echt Helemaal Niks Hebben met Vage Spirituele Shit. Kijk hier maar even naar terwijl ik orakelend kakel over Hogere Dingen.]
Door de jaren heen ben ik dat geschrijf steeds minder gaan zien als iets wat groots & meeslepend moet of anders helemaal niet. Ik zie het als mijn practice; yogi’s yoga-en, zangers doen inzingoefeningen, en ik schrijf. Ik was al onderweg naar zo’n interpretatie maar toen las ik het boek van Nathalie Goldman, Writing Down the Bones, en toen was het zo ver. Ik had een nieuwe religie, of eigenlijk een discipline, in de religieuze zin.
[Kom maar weer terug!]
De reden dat ik hierover schrijf is mijn goede voornemen over het ein-de-lijk afmaken van een aantal verhalen. Ik besefte laatst ineens dat dat voornemen niet helemaal uit de lucht komt vallen. Ik heb in 2009 namelijk ein-de-lijk een aantal dingen afgemaakt, en ze zien er helemaal niet meer uit zoals ze ooit begonnen zijn. Ik had het kunnen weten, na negen jaar pielen aan een verhaal dat nog steeds niet af is; maar de ervaring slaat je graag voor het hoofd met een hamer die zo enorm is dat je hem niet eens aan ziet komen. Waarlijk, ik heb ooit, in een vlaag van adoratie voor Christopher Logue‘s Ilias-bewerking, een complete gedichtencyclus over Medea gepland, echt met een spanningsboog en verschillende oogpunten en allerlei personages die in de ik-vorm hun roerselen uitroerselden op een klassieke, maar toch heel moderne wijze- Die hele kolkende massa heeft uiteindelijk (maar god weet hoe definitief) zijn beslag gevonden in een verhaal van 700 woorden met circa vier regels dialoog en bijna geen actie. En de bewerking van het Danaïden-verhaal dat ik in gedachten had, compleet met regieaanwijzingen & volledige planning van de video-achtergrond (natte bruidsjurken, gevlekte schoenen en roestige olievaten) is uiteindelijk teruggebracht tot anderhalf handgeschreven A4; de scène waar ik mee begonnen was.
Wat vertelt dit ons, Socrates? Het vertelt hoe ik geleerd heb om beter te luisteren naar wat ik schrijf. Als een mooi klein verhaal zo mooi is, en zo klein; waarom zou ik haar stem negeren en er gelijk maar een roman van proberen te brouwen? Tegen de stroop inroeien is vermoeiend, en de persoonlijkheid van een verhaal ontkennen is beledigend voor verhaal en verteller. En het ergste is dat ik, tijdens het kloten en pielen, ergens op een heel erg basaal niveau wel wist wat ik aan het doen was. Dat brengt me bij mijn sub-voornemen: ik zal de rest van mijn schrijvende leven beter luisteren naar mijn lichaam, Elizabeth George indachtig: your body tells you all you need to know.
Mijn verhaal, dat ene waar ik negen jaar geleden mee begon, is dat dan eindelijk af? Nou, nee, hoewel ik een idee heb wat het wel af zou kunnen maken: indikken wat pit nodig heeft, en afknijpen wat al te lang aan het doorlopen is. Maar het is okee, het komt goed. Als het niet afkomt dan heb ik weer stof voor de komende tien jaar. Het houdt me van de straat en uit de kroeg, en (Jomanda-alert!) met mijn voeten stevig op mijn hoogspersoonlijke spirituele pad. Shanti shanti shanti, zou T.S. Eliot zeggen (en anders Madonna wel).