” Dit is het moment,” zei G, “om je te vertellen hoe ik tot man gemaakt ben.”
We zaten in een klein bruin koffiehuis en schuilden voor een hoosbui, G, Toep en ik. Het was een warme, sombere zomerdag en de hemelsluizen waren die dag nog niet gesloten geweest.
” Ik ben de enige man hier, ” had G gezegd, toen we net zaten.
Ik keek om me heen: eén meisje achter de bar, eentje ervoor, eén bij de broodjestoonbank en eén in een hoekje met de krant. En Toep en ik, natuurlijk. Hij had gelijk.
” Zelfs de kat is een vrouw.”
” Hoe weet je dat?” vroeg ik.
“Lapjeskatten zijn altijd meisjes.”
“Ah.”
G monkelde nog wat voor zich uit, ik gaf Toep nog een scheut appelsap en mijn koekje, en toen zei hij het.
” Dit is het moment om je te vertellen hoe ik tot man gemaakt ben,” zei hij.
Niet wat ik verwachtte te horen op een regenachtige zaterdagochtend. Eigenlijk wilde ik ook helemaal niet horen hoe mijn oom ooit ontmaagd was,  net zomin als ik dat van pak ‘m beet mijn ouders of Maxime Verhagen wilde horen; maar als G eenmaal bezig is met een verhaal gaat hij door tot hij klaar is, of tot Armageddon begint, wat er eerst is. Ik deed dus niet eens een poging om te suggereren dat dit niet het moment was, maar bad dat de andere dames in het etablissement geen Italiaans spraken, en ik zette me schrap.
” Ik was 22. Dat was behoorlijk laat als je ervan uitgaat dat ik zeeman was vanaf mijn 17e. Ik had namelijk nooit naar de hoeren gewild.”
” Um,” zei ik. Ik pakte Gs koekje van zijn schoteltje. Hij keek afwezig naar de lapjeskat.
” Mijn collega’s vonden dat… – ik werd nogal eens uitgelachen, en er werden er ook een paar kwaad, maar ik wilde gewoon niet. Vond het een naar idee. Niet dat ik nooit in de verleiding ben geweest- er waren er twee in Marokko, die hadden een ogen, ze hadden het gemunt op mij en een vriend, en ze begonnen van alles voor te stellen en te suggereren, maar wij vertrouwden het niet. Ik ben nog steeds blij dat ik niet met ze ben meegegaan maar ik heb nog nachten liggen zweten bij de gedachte aan die twee.”
” Oh?” zei ik beleefd.
” Ja en dan had je nog die wat sjiekere hoer in Lissabon- je wist dat ze meer high class waren als ze je lieten douchen, en zelf hun condooms bij zich hadden. Deze wenkte me en ze maakte een praatje en ze was nog redelijk beschaafd dus ik dacht, weet je wat, ik ga haar veroveren. Dus ik zei, nee ik ga nu niet met je mee, maar ik neem je morgenavond mee uit eten.
Nee, zei ze, ik kan niet mee.
Hoezo? vroeg ik. Negentien was ik, hè.
Ik kan niet weg zei ze, met die grote bruine ogen vol saudade, ik moet werken.
En overmorgen?
Overmorgen moet ik ook werken.
Dat was het. Als ik ooit al met de gedachte had gespeeld om met een prostituée mee te gaan, dan was het dan en daar afgelopen. Ze was een slavin, en ik ging daar niet aan meewerken.”
” Ah,” zei ik. Toep zat wat te spelen met haar rietje, blies belletjes in de appelsap en knoeide op tafel. Ik wilde G niet onderbreken dus ik liet haar maar.
” Maar toen ik 22 was  had ik genoeg geld bij elkaar om te gaan studeren, en het was augustus en ik had geen zin meer om te gaan varen. Ik hing een beetje rond, te wachten tot het academisch jaar begon. Toen werd ik gevraagd door een stel feministen – “
” Feministen? Op Sicilië?”
” Het was 1978, iedereen was toen feministisch. En ze hadden allemaal gestudeerd hoor, allemaal zelfstandige werkende vrouwen. Maar deze dames wilden een co-operatieve camping oprichten op Marettimo,en ze hadden een token male nodig als manusje-van-alles, ook omdat de plaatselijke bevolking het anders helemaal niet zou vertrouwen. Dus ik ging met de feministen naar Marettimo. Een camping opzetten is best geinig, en ik was natuurlijk padvinder geweest.”
” Hm-m?” zei ik. Toep was duidelijk best moe, maar ze vond het ook gezellig, en zat dus om zich heen te kijken en een beetje te kletsen over wat ze zag.
” En toen was ik daar twee weken geweest en toen kwam de opperfeminist. Ze was klein en blond, en ze was architect. We snuffelden wat aan elkaar en drie dagen later was het zover.”
Hij staarde nog steeds naar de plaats waar de kat had gezeten, maar die kwam naar ons toegelopen en kroelde langs de tafelpoot.
” Poes!” zei Toep blij.
” Het was geweldig. Ik was allang over het idee heengestapt dat je als man een sexgod moest zijn, dat doet vijf jaar op zee wel met je, en zij was…”
” Poes,” zei Toep, “aaien?”
” Hee, ja, Toep,” zei ik, ” laten we de poes aaien.”
Toep en ik gingen op de grond zitten en aaiden de poes. De poes legde zich genietend neer en liet het zich welgevallen, ook toen Toep naar haar staart greep.
“ Dat was mijn eerste seksuele ervaring. Nou was er in die groep nog een andere vrouw, en die wist het allemaal niet zo zeker, of ze eigenlijk wel van de mannen was, en die zag mij zo bezig, en ik was blijkbaar niet erg bedreigend of zo, en bovendien had ik het goedkeuringsstempel van de opperfeminist, en die andere knoopte dat goed in haar oren, en toen we weer op de universiteit waren, maanden later, toen klom ze bovenop me.”
” Nee, Toepsje, niet aan haar oortjes trekken liefie. Dat vindt de poes niet prettig,” zei ik.
” Maar het was vrij snel duidelijk, zij was niet van de mannen en de mannen niet van haar. Ik heb er nog een tijdje mee gezeten hoor, was het mijn schuld, had ik iets verkeerds gedaan? Maar het moest gewoon zo zijn. En dat was mijn tweede seksuele ervaring. Een wereld van verschil. “
G zweeg en keek nadenkend voor zich uit. Ik zette me weer schrap.
A tabbycat,” zei hij, ” dat zijn altijd meisjes.”
Godlof, hij was opgehouden.
” Hee, het regent niet meer,” zei ik, ” zullen we verder lopen?”
” Ja,” zei G.
” Spetteren in de plas,” zei Toep, ” met de voetjes?”
” Maar dit was dus het verhaal van hoe ik man werd,” zei G, vriendelijk lijzig onverstoorbaar, met een laatste blik op het koffiehuis, ” tegen alle zeemanstradities in ontmaagd door een feministische architect.”
Ik zei niks en hees Toep in haar regencape. Het was een mooi verhaal, en ik was in elk geval niet deelachtig gemaakt aan de intieme geschiedenis van Maxime Verhagen. Dat was wel een zonnestraaltje op deze regenachtige dag.

Omdat ik een sucker ben voor tradities, of ze nou echt zijn of voorgenomen, ben ik in de afgelopen Kinderboekenweek met Naomi naar de boekhandel gegaan. ( Bijkomende jolijt: in de Kleine Wereld van Naomi gaan ouders altijd Boeken Verkopen. En nu ging zij eens Boeken Kopen met mama. Ze was zeer onder de indruk.) Prentenboeken, daar moeten we het momenteel van hebben; boeken met veel kleur, een minimaal verhaal, en een liefdevolle clou. Tijgertje valt in slaap in de armen van Mama Tijger, de taart wordt gered, Muis loutert zijn woede door een half uurtje stokstijfstilstaan; dat werk. Dat soort boeken zijn er in alle soorten en maten,varierend van  prachtig mooi tot liefdeloos slecht, en van zeer sympathiek tot ronduit vervelend. Je hebt ook nog de incongruente variant, waarbij het verhaal tja-tja is maar de tekeningen fantastisch, of andersom. Dat maakt de keuze voor een mooi boek best lastig, vooral voor iemand van twee jaar oud; als ik Naomi was dan zou ik in een boekhandel op zoek gaan naar iets dat ik al kende.  Naomi, die wel vaker bewezen heeft dat ze Gekke Henkie niet is, deed precies dat. Ze pakte een boek van een stapel, giechelde “Olifanten”, en duwde het ferm in mijn hand.

Daar was ik al bang voor. De Wiebelbillenboogie, van Guido Van Genechten. Diepe zucht.

De Wiebelbillenboogie is een gezellig boek, geschilderd in de frisse, ronde vormen die we van Van Genechten gewend zijn. Het is een genoegen om naar al die lieve dartelende ronde blote olifantenbilletjes te kijken. Met name het kleine olifantenbroertje is om op te vreten in zijn bolle circa-eenjarige olifantenbaby-heid. Enfin, op de tekeningen en de uitstraling van dit boekje heb ik niks aan te merken, echt niet. Alleen als ik het verhaal lees dan gaan mijn kieuwen rechtop staan. Dat gaat namelijk somethin’ like this:

Mama Olifant gaat in haar mantelpak op pad. Papa Olifant en de kindje-olifantjes (zoals Naomi hen noemt) blijven in hun pyjama thuis. Papa zorgt voor de kindje-olifantjes zoals hij alleen kan. Hij gooit hen in de lucht, ze spelen Zwartvoet-indianen door zich te verkleden en hun voeten zwart te verven, ze roosteren bananen (op dit moment in het verhaal begon ik te vermoeden dat ze dat midden in de huiskamer doen), en daarna gaan ze met z’n drieen in bad. Papa spuit de kindje-olifantjes en de hele badkamer nat. Dan dansen ze gedrieën de Wiebelbillenboogie en hebben ze de grootste pret. Maar zie, daar komt mama plots thuis! Ze zegt “O nee, wat een bende!”. Vermoeid zijgt ze in een stoel neer, waarna man en kroost de Wiebelbillenboogie voor haar dansen; mama Olifant moet ook erg hard lachen en alles is weer goed.

Wat doet mij hier zuchten, vrienden? (Ik zou er bijna een prijsvraag van maken.) Onder andere de manier waarop papa neer wordt gezet als de gezellige pipo die met zijn kinderen dolt zonder na te denken over vermoeiende zaken als opruimen. Dat is tot daar aan toe; maar het is overduidelijk dat mama vooral oog heeft voor de bende, ergo: een dag met haar zou er héél anders uitzien (lees: saaier). Voor de duidelijkheid: als er hier in huis met nattigheid of verf gespeeld wordt dan komt dat uit de koker van moeders, want vaders heeft op dat gebied niet zoveel verbeelding. En als mama weg is (voor haar werk of zo) en daarna afgepeigerd thuis komt, dan heeft papa best leuke dingen met Naomi gedaan, maar hij maakt er zelden zo’n infantiele bende van als Papa Olifant in dit boek. Ik wil maar zeggen, elke individuele ouder houdt er zijn eigen voorkeuren op na, er zijn saaie mama’s en blije papa’s en andersom in allerlei mengsels soorten maten en varianten. Dit boek werkt echter vanuit het cliché dat van papa alles mag want papa is eigenlijk ook een half kind. En dat, vrienden, vind ik ongeëmancipeerd. Het moet mogelijk zijn om een boek te maken waarin een ouder en een stel kinderen grote pret hebben, zonder dat ik me onbehaaglijk begin te voelen over wie de schoensmeer straks uit het hoogpolig tapijt van huize Olifant mag gaan schrapen.

De Wiebelbillenboogie is Prentenboek van het jaar 2010. Naomi vindt het een geweldig boekje en het liedje van de Wiebelbillenboogie (op de wijs van Blue Suede Shoes) is een grote hit en het olifanten-vingerpopje dat bij het boek zat ook, en ik ga de bevrijdingstheologie niet prediken tegen klein meisje met staartjes in roze leggings en een paars jurkje. Maar de boodschap van dit boek ergert me. En nu weten jullie ook waarom.

Als ik moslim was, dan zou ik een hoofddoek dragen. Ik zou allemaal rationele argumenten hebben, en emotionele, en een enkele religieuze. Aan het einde van de hele rits zou ik helaas en tot mijn schaamte, maar volledig legitiem toe moeten geven: het staat me ook goed.

Ik zou het doen omdat ik me verbonden voelde met het land van oorsprong, nog los van hoe daar momenteel de wind waait. Het is geen kattenpis om te horen tot een niet-dominante sociale groep, en als ik moslim was, waar ik ook vandaan zou komen, dan zou ik willen laten zien dat ik Een Van Hen was, en niet Een Van Ons. (Jullie, bedoel ik.) En ik zou het doen omdat ik mijn vader trots wil maken, zoals ik weet dat mijn sproeten en mijn ogen en mijn liefde voor schrijven hem trots maken.  Oh ja, en omdat al mijn vriendinnen er één droegen op de middelbare school en omdat ik er al zo lang een draag dat mijn Gestalt van mezelf een hoofddoek heeft. Een beetje dezelfde soort reden waarom Elsbeth Etty haar haar rood verft waarschijnlijk, en waarom Ilja Leonard Pfeijffer zo behaard is. Misschien was ik als moslim overtuigder gelovig dan ik nu ben (hoewel ik het betwijfel); dan zou ik afgezien van mijn vader ook God trots willen maken.

Dit zijn allemaal legitieme redenen om de persoonlijke keuze voor een hoofddoek te maken, en ik zie het mezelf zo doen.

Ben ik om, mensen? Waar zijn mijn principes van zelfbeschikking en vrijheid voor De Vrouw gebleven?
Wees gerust, Wilders; ik ben tegen de hoofddoek. Ik ben tegen alle dwingende, beperkende kledingvoorschriften, of ze nou cultureel of religieus zijn, die verschil maken tussen geslachten. Lange rokken en hele korte, wijde kleren en hele strakke; als de keuze voor een dracht gemaakt wordt door iets of iemand buiten de drager (met name v) van die kleren om, dan ben ik ertegen. Kleine meisjes met hoofddoeken, daar gaat mijn haar al helemaal (ongehinderd) rechtop van staan. Op die leeftijd is het pure stigmatisatie. Je bent een meisje, is de boodschap,  jij bent degene met de  menstruatie en de beperkingen, en daarom heb jij de hoofddoek. Andersom kan ook;  jij hebt de hoofddoek en daarom heb je de beperkingen en de menstruatie. (Niemand heeft kinderen van rond de twaalf ooit kunnen betrappen op al te grote helderheid in bio- en theologische zaken, maar sociaal gesproken weten ze verdomd goed waar ze staan.)

En laten we wel wezen, als het dragen van de hoofddoek  wordt verkocht als maatregel om De Vrouw te beschermen tegen de geilerigheid der mannen (abjecte honden zijn ze maar ze kunnen er niks aan doen, de HEERE heeft ze nou eenmaal zo geschapen en iemand moet de wijste zijn, dus weg met dat haar en die oren en die nek en bedek eigenlijk maar je hele gezicht als je toch bezig bent) dan slaan een heleboel jonge hoofddoekdragers de plank flink mis. Dan bedek je je haar en je oren en je nek;  maar je hult de rest van je jonge lijf in strakke kleertjes die heel subtiel de appetijtelijkheid nog eens accentueren- Make no mistake, dames. God ziet alles.

Een hoofddoek kan met religie te maken hebben, met emotie, en met lifestyle; hoe hou je dat uit elkaar? Begin jaren 1990 las ik een een interview met een vrouw van Marokkaanse afkomst, ik denk in NRC. Ik weet helaas niet precies meer hoe ze heet. Deze vrouw was sinds haar late tienertijd een militante hoofddoekdraagster geweest en activiste tegen discriminatie. Ze kondigde in dat interview aan, haar hoofddoek  definitief af te doen. Er stond een foto bij, een vriendelijke vrouw met diepbruin haar met een beetje slag dat vrij gewoontjes onder haar kaak was afgeknipt. Het was duidelijk dat ze de hoofddoek du jour net had afgedaan. Ze vertelde dat ze haar hoofddoek had gedragen zoals een punker zijn hanekam, en dat beeld is me altijd bijgebleven. In oorsprong waren tatoeages en hanekammen ook statements, en voor zover ze dat niet meer zijn; hoe weet je waarom iemand er een laat zetten of knippen? Hoe zou je iemands zelfgekozen uiting van eigenheid verbieden?

Ik zie het mezelf zo doen, een hoofddoek. Ik zou me  lekker afzetten tegen de dominante cultuur (zij moeilijk doen; ik ook moeilijk doen), ik zou God en de conservatievere leden van mijn familie tevreden houden, ik zou scherpe oordelen hebben over andere bevolkingsgroepen dan de mijne, en gefundeerde over mensen uit die groepen die ik persoonlijk zou kennen;  ik zou meedoen met mijn vriendinnen, ik zou gewoon een leven hebben met werk en koffie in de stad. Ik zou trouwen met een nette jongen die tijdens het liefdesspel mijn hoofddoek van me af zou rukken like there’s no tomorrow – en mijn hoofddoek zou me waanzinnig goed staan.

Goed, en zo is het weer 8 maart  geworden. Ik ben zelf de hele dag in de weer geweest met kleine Naomi. Te weten: wandeltocht in het winkelcentrum aan het 5 Meiplein, in stukjes snijden en voeren van een boterham met thjaas, uitgebreide verkenningstocht door de openbare bibliotheek, lezen van drie Dikkie Dik-boekjes, juke-box spelen met Lievelingsliedjes-boekje (Hansje Pansje is momenteel helemaal the man), slopen van een Nijntje-boekje, 14 keer mijn neus in haar nek steken, drie luiers met inhoud, eén gezamenlijk yoga-moment op de keukenvloer, eén nieuw woord, en twee maal een pertinente weigering om te gaan slapen. (Vriendin A.S. slikte en vond dat ik erg goed omging met N.’s kreten. Maar dit bepaald soort teerhartigheid leer je als jonge ouder wel af. Mijn alarm treedt pas na 23 minuten gekrijs in werking. Hard maar waar, en nuttig ook.) Tussendoor een was met toepekleertjes, een afwas, een financieel moment en lunch met vriendin A.S. – niet slecht met een toep die aan de broekspijp hangt.

Ik kan het niet laten om hier even gewag te maken van de vele miljoenen vrouwen op de wereld die onder vaak veel enerverender omstandigheden dan de mijne met hun kinderen bezig zijn, elke dag sinds de ouderliefde een plaats vond in onze genen; en aan de mannen die dat ook zijn geweest en zijn. Dus. Dank jullie wel, moeders van de wereld, voor alle kinderen die jullie op weten te voeden die wel deugen. En dank jullie wel, vaders van de wereld die inzien dat het niet alleen belangrijk is maar ook ontzettend leuk om voor je kind te zorgen, en voor het goede voorbeeld dat jullie hiermee geven. (Dit nog los van het heilzame effect van zo’n houding op de carrière van de moeder van je kind, want dat wordt wel weer een andere blogpost.)

Allemaal goed en wel maar wat gaat Ralloblog doneren aan Mama Cash, voor de restauratie van het bubbelbad van de Vereniging Candomblé-priesteressen Voor De Wereldvrede? Welaan; jullie hebben naar mijn beste weten sinds 1 februari 2010 wel 59 x gepost, en ik heb twee euro extra gerekend voor de goede antwoorden op filmquizvragen: wat ons brengt op een totaal van €31.50. Ik vind het wel goed zo, voor deze keer; volgend jaar ga ik een manier uitvogelen om jullie te laten betalen voor de goede zaak. En heel erg bedankt voor al jullie reacties. Elke keer dat er eentje binnenkomt springen mijn mondhoeken zowat tegen mijn ooghoeken van vreugde.

Gelukkige Internationale Vrouwendag voor iedereen! (Morgen: Internationale Mensendag.)

Op een mooie avond ergens in 2010 vroeg Marcel me met zijn liefste glimlach, of dit niet een programma voor mij was: “F#%k off, I’m a Hairy Woman!”, met ene Shazia Mirza. Nou en of, schatje, zei ik tandenknarsend, neem het maar op liefste poppedopje. En bedankt voor de hint.

Shazia Mirza blijkt een engelse stand-up-comedian te zijn die per jaar voor duizenden ponden uitgaf aan ontharing. Nu had ze er genoeg van. Waarom zou ze zich zo pijnigen? Bovendien ging ze zich afvragen waarom ze zo nodig haarloos moest. Wat is er walgelijk aan lichaamshaar? Waarom lijkt die walging beperkt tot vrouwenhaar?

Haar zoektocht voerde haar langs ontharingsstudio’s, een vrouw met een baard en de National Gallery. Ook ging ze de discussie aan met willekeurige passsanten op de pier van Brighton ( in een gorillapak, want dat helpt als je serieus genomen wilt worden). De meeste mensen zeiden:  Lichaamshaar van vrouwen is lelijk & vies, bah, benen & oksels scheren hoort tot de gewone lichaamsverzorging, bah, elke vrouw weet dat, bah, bah, bah. De ontharingsstudio’s, kunsthistorici en bladenmakers zeiden:  Zo is het schoonheidsideaal nou eenmaal, vrouwen willen er zo uitzien, mannen willen ook dat ze er zo uitzien, zo is het al eeuwen, zo is het nou eenmaal.

De kunstenares Tracy Moberly had een interessantere insteek. Ze heeft een collectie lingerie ontworpen die gemaakt is van en met geweven lichaamshaar. Wat als Shazia nu een modeshow op gang zette, met behaarde modellen, die de collectie as is zouden showen? Op de catwalk?? In het OPENBAAR??? VOOR HET OOG VAN DE NATIE????

Nou, het kwam allemaal goed. Na een oproep op de radio kwamen 32 vrouwen opdagen die onder het genot van een glaasje poepel werden overtuigd, en die op de Grote Dag in quirky lingerie met overal rare haartjes en bontjes over de catwalk flaneerden. Shazia heeft weer been- en armhaar en de eer van de documentaire is gered. Alleen: hij is niet bijzonder geslaagd. Er werd geen coherent punt gemaakt, de vraagstelling veranderde halverwege, en de montage was een rommeltje. En dat doet de zaak der harige vrouwen natuurlijk geen goed.

De zaak, mevrouw Rallo? De Zaak Der Harige Vrouwen?… Okee- maskers af: ik ben een hairy woman, en iedereen die daar problemen mee heeft  moet maar off-f#%ken. Sterker nog: ik vind een volledig haarloos volwassen lichaam, of het nou mannelijk is of vrouwelijk, eigenlijk een beetje akelig. Kinderen die nog niet in de puberteit geweest zijn, die zijn haarloos; op het moment dat een gezond mens volwassen wordt krijgt hij/zij haar. Sommigen veel, anderen weinig, maar haar krijgen we allemaal. Ik vind het onterecht dat (met name) volwassen vrouwen pas echt mooi worden gevonden als ze zich kaler voordoen dan ze zijn.

Ja maar Anna, jij hebt makkelijk praten over het ongeschoren leven, je hebt helemaal niet zoveel lichaamshaar. Op mijn armen en benen zijn mijn haren redelijk licht, dat is waar. Maar wie mijn oksels wel eens gezien heeft vlak na de winter zegt dit niet zo snel. Ik zie derhalve het nut van hygiënisch bijknippen heus wel in, ook in de verschillende werkplaatsjes mag wel eens een voorjaarsschoonmaak plaatsvinden. Maar die obsessie met haarloos, en het feit dat dat zelden wordt bevraagd, dat is mij een doorn in het oog.

Ja maar Anna, ik heb je oksels/benen/schaamte wel eens gezien, en ze waren geschoren.  Mijn schaamte heb je niet recentelijk gezien, vrind/-in. Maar verder: zie boven RE: hygienisch bijknippen.  Plus dat ik natuurlijk  gewoon een aan peer-group pressure bezwijkende hypocriet ben. Ja, ik beken: Ik scheer mijn benen ’s zomers. Maar ik vind eigenlijk dat ik dezelfde schaamteloosheid op zou moeten kunnen brengen als vriendin N. die jarenlang opgewekt weigerde te scheren. Sterker nog,  ze droeg gewoon rokken boven haar bontjes en daar deden we allemaal heel moeilijk over maar ze deed het mooi wel. (Die fase is nu trouwens voorbij.)

Gunst, Anna, je bent een puritein!  Eigenlijk wel hè? Het zal het Lamarckiaans doorgegeven zwarte-kousen-katholicisme van mijn grootmoeder zijn wat zich hier roert.  Wat de HEEERE!!1!! doet is welgedaan; in het geval van de meeste gezonde lichamen wel, vind ik. Ik heb daar nog wel een aantal woeste gedachten over, die een heel eigen blogpost verdienen. Op deze plaats wil ik vooral stellen hoe idioot het is dat lichaamshaar zo’n slechte naam heeft. Een relatief onschuldig lichaamsdeel dat niet uit zichzelf naar pis of oude kaas ruikt, en dat we in tegenstelling tot bijvoorbeeld ons gedarmte op redelijk makkelijke wijze schoon kunnen houden. Gaat ook op voor nagels, deze zin; en ik moet de eerste normale vrouw nog tegenkomen die in naam van sexy-heid en hygiëne haar nagels laat trekken met de Nail-o-tastic 3000.

Enfin, dit blogje zal jou (en mij) geen seconde afhouden van het geschoren leven. Denk er gewoon even aan als je de Hair-o-tastic 3000 straks ter hand neemt. En Shazia Mirza? Die doet  sinds de documentaire is uitgezonden geen uitspraken meer over haar ontharingsgedrag. Ik hoop echter van harte dat ze van duizenden ponden per jaar terug is gegaan naar 50; meer heb je voor een lekker scheermes en een paar tubes scheercrème van de Body Shop echt niet nodig.

¶ Al twee dagen hangt er een maan in de lucht die haar uiterste best doet om het occulte in me omhoog te halen. Ik kan een aantal minuten van de maan genieten omdat het de maan is, groot en wit en helder en kalmpjes bezig met de wereld verlichten zoals ze dat ook deed toen de wereld bevolkt werd door varens en reptielen. Het gaat mis als ik er over na ga denken, over dat witte hemellicht, dat zoveel mooier is dan lantarenpalen, en hoe lang het er al hangt; dan komt vanuit mijn achterhoofd alle fantasy, poëzie en mythologie die ik ooit gelezen heb als mist omhoog.

Een witte maan vraagt om keltische odes door bleke dichters, rondedansen van witgeklede priesteressen met lang loshangend haar en gevaarlijke ogen, en maagdenoffers. Een gele maan vraagt om Afrikaanse trommen, stonede zieners en voodoorituelen met gesnelde koppen en wassen poppetjes en naalden en WELJA JOH !! Het is de maan waar ik het hier over heb, potjandosie. Hij was gisteren groot en wit, en is vandaag, zondag, groot en geel, en zowel vandaag als gisteren was hij zo mooi dat mijn hart er van zou kunnen breken.  Ook als ik de bovennatuur er buiten laat; ook als ik mijn interne op hol draaiende zoekmachine uitzet.

¶ Nu ik toch ineens zo wired ben, dat ik me bijna kan invoelen in het intrigerende nummer Machine van Regina Spektor, kan ik net zo goed mijn wiredness gebruiken voor meer welbevinden dan alleen mijn eigen, bedacht ik laatst ineens. Een nieuwe instelling op Ralloblog, dus: De Liefdadigheid van Het Jaar. En omdat we het jaar niet alleen deugdzaam willen eindigen, en de hypocrisie van alleen maar doneren met Kerst ons ergert,  vindt deze actie plaats in het voorjaar. Zeg maar Nu.

Op Acht Maart is het bovendien Internationale Vrouwendag.  Eigenlijk is elke dag vrouwendag, en mannendag ook  (en dan hebben we het niet eens over Kinderdag en Hoogleraren Antropologie met Klitterig Anushaar-dag); maar Acht Maart is as good a day as any om stil te staan bij onze zusters die in meer nood zijn dan wijzelve. Zoals elk jaar voert Mama Cash  van december tot maart haar Campagne 88 Dagen, en dit jaar wil ik bijdragen.

Vanaf het moment dat ik deze post plaats, op maandag 1 februari 2010, tot aan 7 maart van dit jaar zal ik voor elk commentaar van jullie, dat bestaat uit minstens eén zin die daadwerkelijk een zin genoemd kan worden ( met een onderwerp en een gezegde en zo mogelijk ook een lijdend voorwerp &zo ) 50 eurocenten doneren aan het goede doel. Tot aan 20 euro  zal ik het hele bedrag verdubbelen, daarboven kijk ik wel wanneer ik het overdreven vind. Met andere woorden: als je een zinnig commentaar achterlaat, dan maak je mij blij. Laat je überhaupt een commentaar achter dan draag je bij aan het blij maken van vele vrouwen overal ter wereld;  en waar vrouwen blij zijn, worden mannen ook blij. (Andersom is dat geen gegeven, maar dat is een ander verhaal.)

Waarom Mama Cash? Omdat Mama Cash bijdraagt aan de zelfstandigheid van vrouwen. Vrouwengroepen die vanwege hun akelige perverse en subversieve doelen (bijvoorbeeld verkrachting strafbaar, homoseksualiteit bespreekbaar of abortus bereikbaar maken, of zorgen dat meisjes en vrouwen in alle waardigheid (huiver!)  een inkomen kunnen verwerven) weinig of geen steun krijgen kunnen een bijdrage krijgen, maar ook bedrijven die geen lening kunnen krijgen vanwege de vrouwigheid van hun eigenaar. Op deze manier heeft menige groep in verre oorden zich een een computer of een telefoonlijn kunnen veroorloven, en hebben vele vrouwen hun eigen bedrijf op kunnen zetten.

Loffelijk, niet? Leest dit niet als iets wat je zelf ook wilt steunen?  Schrijf dan eerst een commentaar, en kijk dan op www.mamacash.nl; en schrijf daarna nog een commentaar. Hier, op Ralloblog natuurlijk.

Waar is Rallo mee bezig? Wat valt haar op aan de wereld? Heeft ze iets gelezen of meegemaakt waar de stoom van uit haar oren kwam? Heeft Naomi iets geniaals gedaan, maar niet zo geniaal dat er een heel blog aan hoeft te worden gewijd? Lees het allemaal in Duiven in het Nieuws!

¶ Heb jij al plannen dit weekend? Zo nee, werp dan eens een blik in het waanzinnig mooi gekleurde boekje (of de site) van het Leidse Film Festival. Het ziet eruit als een geweldig programma, en het is met zeer veel genoegen samengesteld door een enthousiaste commissie. Bovendien hebben we hier te maken met een heus Leids laagdrempelig cultureel initiatief; steunen dus! (Plus dat woensdagavond 28 oktober de finale van de LFF Filmquiz zal plaatsgrijpen, waar Team El Topo zijn huid duur zal verkopen…)

Update:  Triomf! El Topo heeft de competitie van de LFF Filmquiz gewonnen & is heel blij met de t-shirts, de paraplu’s, de biografie van Kiefer Sutherland, de kaartjes voor het feest, en de eer! Vanaf hier grote zoenen voor mijn teamgenoten Marcel Bob Maarten en Rutger.

¶ In Italië is weeïg paars het nieuwe zwart, en dat is al erg genoeg; hier in Nederland is saai het nieuwe saai, waar het om overjassen gaat. Het is herfst, mensen, de wintertijd is net ingegaan, moeten we het allemaal erger maken dan het is, door ons te hullen in klassieke blauwe (boter op mijn hoofd…) zwarte en donkerbruine mantels? En als we iets aantrekken met een kleurtje, moet het dan persé zo’n praktische regenjas van de ANWB zijn? Laten we es iets afspreken. Laten we, dames en heren, morgen een sjaal gaan kopen van een werkelijk WAANZINNIGE kleur. Het geelste geel, het meest psychedelische paars, het razendste rood, het glanzendste groen. Of alles door elkaar. En overmorgen doen we die om, bij onze fijne sombere winterjas in crisis-kleuren.

¶ Hedendaagse waanzin: lees dit es.  Dus: om te beginnen luisteren ze zich drie slagen in de rondte, want ze zullen es een subversief mislopen. Ten tweede bewaren ze de opgenomen gesprekken veel te lang. En ten derde: het is waarschijnlijk geeneens uit principe dat ze de gesprekken zolang bewaren, maar de idioten van de politie weten gewoon niet hoe ze de gesprekken moeten verwijderen!!! (Drie uitroeptekens, een duidelijk teken van beginnende krankzinnigheid). En het ergste is: loop ik te hoop? Loop jij te hoop? Nee hè. Waanzin.

¶ Drie sjokkende jongens van rond de vijftien komen uit de ingang van een flatgebouw lopen.

” Mijn vrienden steunen mij door dik en dun, het zijn m’n vrienden. En weet je wat ik tegen haar ga zeggen?” brouwt degene met het langste haar, “Ik ben een man, jij bent een vrouw, ik ga je doodmaken.”

Hij wappert met zijn veel te grote handen zoals hij denkt dat een gangsterrapper dat zou doen. Zijn kompanen trekken hun broeken omhoog vanaf hun smalle kontjes. Grote truien met kwijlende doodshoofden erop. Eén sputtert wat tegen, maar de langharige brouwt nogmaals:

“Mannen en vrouwen, dat kan nooit goed gaan. Ik ga haar zeggen dat ik haar ga doodmaken.”

Ik kan het niet laten. Ik draai me om en geef hem de meest vriendelijke, vertederde, castrerende glimach die ik op kan brengen. Heb ik een mannen-ego in de knop gebroken, en voor den uchtend van zijn bloei ontdaan?  Zal hij nu stantepede op Internet een proppeschieter gaan bestellen om Columbine na te spelen? Heb ik hem met mijn stralenkrans tot inkeer gebracht en zal hij mettertijd uitgroeien tot het mannelijk boegbeeld van Feminisme 3.0? Ik weet het niet. Het was gewoon even sterker dan ik.

¶ En eindigend met een vrolijke noot: voor iedereen die zich afgelopen weekeinde naar aanleiding van het “Beest van de Week”  in het weekblad van het NRC verbaasd heeft over het gruwelijke maar bloedeloze leven der vissen, hier een gedicht van Ted Hughes over snoeken. “…and indeed they spare nobody.”

Mensen die mij lang of goed kennen, weten dat ik, zonder er nou een buitengewoon feministische levensstijl op na te houden (tenzij het aanhouden van een zachtmoedige man die minder uren werkt dan ik als zodanig telt), erg geporteerd ben van het oude BH-verbrandende feminisme. Het is een oude liefde die ooit ontstond uit oprechte maar puberale verontwaardiging, en het diep gevoelde verlangen om me te affiliëren met de ideologie waar mijn vader het aller-, allermeest van zou gaan schuimbekken. Zijnde wie ik ben is mijn actieve betrokkenheid beperkt gebleven bij erg veel over het onderwerp lezen &  me een aantal keer belachelijk maken in werkcolleges Algemene Nieuwe Geschiedenis; maar het is voor mij wel een levende belangstelling gebleven.

Dit alles resulteerde in een jarenlange loyaliteit aan de Opzij,  het enige tijdschrift waar enige opinie van niveau vanuit vrouwelijk oogpunt in te vinden was, en waar akelige seksisten (m/v) gewoon nog akelige seksisten (m/v) werden genoemd. Helaas steeg het niveau, en het steeg, en het steeg, totdat het leek dat Opzij geen blad voor kritisch denkende vrouwen meer was, maar een blad voor witte rijke carrièrevrouwen voor wie het glazen plafond het enige vuiltje aan de lucht was. Gesteld dat het glazen plafond bestaat (deze mevrouw vindt van niet) is het een flink vuiltje, laten we wel wezen; maar is vrouwelijke opinie alleen maar relevant voor bovenmodaal verdienende professionals? Uitgaande van mezelf zeg ik nee. Toch haakte ik af.  Ik raakte geïntimideerd door al die enorme jaarsalarissen die werden geinterviewd, en gepikeerd door het gebrek aan verbinding en (jaren ’90-alarm! jaren ’90-alarm!) solidariteit met de (bijvoorbeeld allochtone, en op haar eigen manier emanciperende) vrouw op straat.

Ah well. Oude liefde roest niet; dus toen Cisca Dresselhuys na 27  jaar trouwe dienst de meetlat aan de wilgen hing heb ik de Opzij weer ingekeken- en weggelegd.  De eerste uitgaven waren welgemoed maar ongemakkelijk, er was duidelijk sprake van een nieuw beleid, maar net zo duidelijk moest het nieuwe beleid nog coaguleren.

Deze afgelopen zaterdag pakte ik bij een koffie verkeerd de Opzij van Oktober 2009, de 13e  sinds het aantreden van Margriet van der Linden als hoofdredacteur. Ik zat in de zon en bladerde hem terloops door, gewoon zoals ik de Viva of de Esta door zou bladeren; en nou komt het mooie. Ik raakte enthousiast van de onderwerpen. Echt waar. Het was me in geen jaren meer gebeurd, maar ik legde het blad neer met een hoofd dat zoemde van de mogelijkheden en interessante ideeën.  Met het vaste voornemen om eens op de site van Women on Waves te kijken of ik iets kan doen, omdat ik vind dat veilige abortus voor elke vrouw beschikbaar moet zijn. Ik raakte geinteresseerd in de wereld van het ballet, & gefascineerd door het idee dat dansers tegenwoordig een leven hebben en ook wel eens kinderen (en vroeger blijkbaar niet). Ik kreeg zin om een tentoonstelling te bezoeken over Jane Jacobs, die in de jaren 1950-60 in de VS heeft geageerd voor menselijke stedelijke vernieuwing. Ik wilde ineens de zelfbeeldenquete op de Beperkt Houdbaar-site doen. Ik kreeg zin om naar Hilversum te gaan om mee te doen met Fietsvriendinnen, een initiatief waarbij nederlandse vrouwen allochtone  stadsgenotes om te beginnen leren fietsen, en hopelijk ook kennen. Zelfs Heleen Mees, die totnogtoe niet mijn favoriete publiciste is geweest,  maar zich ontpopte tot een zeer scherpzinnige Lieve Lita, kreeg een goedkeurende glimlach.

Ja, het is nog steeds een blad dat vanuit een feministisch standpunt geschreven wordt; wie daar bij voorbaat al akelig van wordt moet  er maar niet aan beginnen. En het is nog steeds een blad voor een bovenklasse; dat doet opinie nou eenmaal. En ik vind hun culturele katern nog steeds zozo-lala. Maar ik zie oprechte pogingen om het alledaagse feminisme waar dat leeft en nodig is, te volgen en te vormen. En ik zie de oprechte poging van een tijdschrift waar ik het nut van inzie, om zich om te bouwen tot een enthousiasmerend blad voor intelligente vrouwen met een chip on their shoulder. Ik raakte in elk geval enthousiast, en ik ga Opzij weer lezen; en Ralloblog neemt met een zwaai heur nieuwe Italiaanse hoed af voor de visie van Margriet van der Linden.  27 jaar Cisca Dresselhuys van je afschudden lijkt me geen kattendrek, maar van der Linden heeft er zin an, dat is duidelijk, en ik ga kijken hoe ze het doet.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.