Hieronder kun je de serie Ansichtkaarten lezen. Deze gedichten zijn geschreven tussen 3 oktober en 14 oktober 2011.

Alle foto’s bij de gedichten zijn door mijzelf gemaakt, behalve de foto bij “Heiligdom” die door mijn broer Max Rallo is gemaakt in de zomer 2008, en die bij “Ansichtkaart IV” die door hem gemaakt is in december 2004.

Ansichtkaart IV

27/10/2011

Dit eiland blijft golven onder mijn voeten.
Dagen geleden verliet ik de boot, nog steeds
Strompel ik van muur tot muur.

De golven zijn hier nooit stil.
Het water leeft hier,
Ik zweer het je. Op een dag,

Binnenkort, zal het stijgen,
Me recht in het gezicht kijken
En me meenemen, de diepte in.

Fantoomvreugde

26/10/2011

Ze had ongestoord gescheten in de zon,
Ze had een half brood gevonden
In de schaduw achter de vuilnisbak.

De hondin had drie werkende benen
En acht gezwollen tepels
En een roodgloeiende staartstomp
Waarmee ze desondanks kwispelde.

Ansichtkaart III

25/10/2011

Als het regent waait een zwaar gordijn van water
Schuins het hele eiland over.
Raakt alles aan, noemt iedere naam.
Bevrijdt de geur van grond uit de grond.

Dan is het bijna stil en spreekt de donder
vasthoudend als een cirkelende straaljager.

De ochtend na het onweer ogen
De zware wenkbrauwen licht,
De sombere blikken opgeruimd.

Ze hebben hier nog echte goden.

Ansichtkaart II

24/10/2011

Zulke wolken hebben we thuis ook.

Kasteel

23/10/2011

Die keer dat ik zonder pen
Zonder fototoestel zonder telefoon
Naar boven klom
Naar het kasteel van de prinses;
Nergens heb ik het opgeschreven,
Ik heb niemand ge-smst.
Niemand weet ervan
Behalve ik en de prinses.

Ansichtkaart I

22/10/2011

De mensen hier houden niet van boten.
Ze mennen ze, zoals een koetsier zijn paarden.

Natuurlijk raken ze aan hen gehecht,
Maar ze wensen hun boten geen welterusten,

Ze geven ze geen nachtzoen,
Ze gaan niet naar hen kijken
Bij het licht van de volle maan.

De ouderdom is ellendig, kind.
Kijk naar mijn voeten; hoornige klompen.
Kijk naar mijn lip: eén grote wond.

Zo had ik het me niet voorgesteld.

Vroeger, als vrouwen dochters kregen waren ze blij.
Tegenwoordig zijn dochters net zo astrant
als kerels. En wie zorgt er dan voor je,
als je oud bent?

Waarom kom je niet terug?
Waarom blijf je niet?

Heiligdom

20/10/2011

Vandaag opende mijn grootmoeder
de poorten van de hof.

Ze hobbelde haar gieter van pot naar pot.
Ze raspte een lied voor haar toornige god.
Ze streelde de dorre bladeren.

Zo was het hier vroeger niet, zei ik.
Er is weinig regen geweest, zei zij.

Eiland

19/10/2011

De schaduwen die meereizen
in de plooien van mijn koffer
zijn rond het middaguur
op hun langst. Weerspiegeld

in mijn zonnebril zien zij
hoe elk jaar weer dit eiland
opdoemt uit deze zee.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.