Zondag Prozadag: Allert geeft een feestje I
28/02/2010
¶ Met enige schroom is het dat ik dit stuk proza op Ralloblog plaats. Dit is deel eén van een langer stuk, waarvan ik onder de naam “Allert geeft een feestje” een aantal zondagen een stukje zal posten. Now you keep in mind that I’m an artis’, an I’m sensitive about my shit!
Allert geeft een feestje I
Natuurlijk ging ik naar Allerts feestje; iedereen ging naar Allerts feestje. Hij deed de deur open en trok me binnen, gaf me drie klapzoenen en wapperde in de richting van de kapstok. Zijn gezicht was vriendelijk en alert. Hij opende mijn pakje heel precies, plakbandje voor plakbandje, zijn haar kwam in zijn gezicht gezakt maar hij veegde het niet weg en brulde zijn grote lach toen hij mijn cadeau zag.
“Ik weet niet of je hem al hebt…” begon ik, maar hij gaf me weer drie klapzoenen en beloofde dat hij meteen de volgende dag zou beginnen met lezen, Rituelen van Nooteboom, precies wat hij nodig had, Tamar je bent een vrouw uit duizenden. Hij ging me door de ijskoude gang voor naar de keuken, waar het loeiheet was. Pak wat te drinken.Toen ging de bel weer en hij rende naar de voordeur. Ik keek om me heen en probeerde me te oriënteren in het weinige licht, maar net op dat moment keek Rutger me aan en knikte. Ondanks dat ik wist dat zijn blik niet per se uitnodigend bedoeld was ging ik naast hem zitten in de vensterbank, met mijn voeten op het deksel van de vuilnisbak.
“Hai,” zei ik.
“Hallo,” zei hij.
“Gefeliciteerd met Allerts verjaardag,” zei ik.
Hij haalde zijn schouders op. Pakte een pakje shag uit zijn borstzak en bood me een voorgedraaide sigaret aan.
“Eh – dank je wel,” zei ik, God weet waarom maar ik nam hem aan, “m’n eerste peuk in vijf jaar.”
Hij keek me ongelovig en triomfantelijk aan en ik besloot deze sigaret op te roken al werd het mijn dood.
We waren in een grote keuken met overal mensen. In een hoek speelde een ouderwetse stereo iets wat ik niet goed kon horen. Aan de tafel midden in de kamer klaverjaste een groepje filosofen en om de tafel heen dreven losse mensen. Rutger en ik zaten in het hoekje bij de koelkast, maar omdat het meeste bier op het binnenplaatsje stond en de rest van de drank bij de stereo zaten we relatief rustig.
“Hoe is het met jou?” vroeg ik. Rutger rommelde wat in de koelkast en gaf me een pijpje.
“Mwah,” zei hij, “m’n artikel schiet niet op.”
“Waarover schrijf jij een artikel?”
Hij keek me aan alsof ik een geintje maakte.
“Over telescopen.”
“Oh,” zei ik. Ik inhaleerde diep en deed alsof ik niet genoot van mijn sigaret.
“Dat hoofdstuk van mijn proefschrift,” zei Rutger, “dat gaat over telescopen.”
“Oh,” zei ik, “maar wat heeft dat met je artikel te maken?”
“Mijn art-tikel,” zei hij, stotterend van afkeuring, “mijn art-tikel is een hoofdstuk van mijn proefschrift.”
“Oh,” zei ik weer. Ik hield me maar vast aan mijn sigaret.
“Maar het gaat dus niet goed met je artikel,” zei ik.
“Eigenlijk met m’n experiment,” zei hij, en terwijl hij praatte (…spiegels, gaswolken, computers…) veranderde zijn gezicht. Hij had diepliggende bruine ogen, zoals Allert (…pulsen, zoals zilverfolie op de v-vullingen van je kiezen, weet je wel?…) en hij keek me vanuit zijn scherpe smalle gezicht verwachtingsvol aan, stotterde enthousiast (…want ik kan dat met een goede-goede vijf procent opschroeven denkkikik…) en gesticuleerde met zijn handen, sigaret en pijpje inbegrepen. Zijn korte efficiënt gefatsoeneerde haar probeerde uit puur enthousiasme los te komen uit de greep van de gel.
Ik rookte mijn sigaret op en pakte twee nieuwe pijpjes, en ik probeerde af en toe een vraag te stellen. Verspilde moeite.
“Jeetje,” zei ik, toen hij eindelijk naar adem hapte, “wat interessant.”
Hij keek me streng aan en zei:
“Ik ben iets echt nieuws aan het doen.”
“Jeetje,” zei ik, “en wat ga je doen als je klaar bent?”
“Naar Chili,” zei hij, “er is daar iemand die onderzoek doet naar -” een paar mysterieuze bijzinnen volgden “en ik denk dat ik d-daaraan kan bijdragen.”
“Ah.”
We zaten in de vensterbank en namen een slok van ons bier. Rutger bood me een tweede sigaret aan die ik weigerde. In de ene hoek stond een groepje mensen vage dansbewegingen te maken bij de stereo. Op de bank zaten Hanna en Chiara, ze wierpen me medelijdende blikken toe, maar ze deden geen pogingen me te bevrijden.
“Wat ik ga doen hangt eigenlijk af van hoe het met Allert gaat,” zei Rutger ineens.
“Hoezo? Waarom? Wat is er mis met Allert?”
“Nu n-niks,” zei Rutger, zijn gezicht had zich weer gesloten en hij staarde onbewogen naar de klaverjassers.
“Eh, hoezo?” vroeg ik weer, “Wat is dat voor duistere hint?”
“Dat is geen d-duistere hint,” zei hij, “ik dacht hardop.”
Door zijn wolk sigarettenrook keek hij me veel langer aan dan ik prettig vond. Zo fronsend leek hij heel erg op Allert en ik vroeg me ineens af waarom ze samen in eén huis woonden. Ze waren misschien broers, maar zo graag mochten ze elkaar ook weer niet.
“En hoe is het met jou?” vroeg hij, nog steeds naar me starend.
“Oh, goed,” zei ik, “ik heb even een studiedip, maar dat is niet zo ernstig.”
“Hm,” zei Rutger streng. Hij dronk zijn pijpje leeg, drukte zijn peuk uit en vroeg wat ik nou eigenlijk wilde met zo’n studie als Engels. Ik kreunde hardop.
“Ik vind de taal gewoon leuk,” zei ik.
Rutger keek me aan alsof hij me zojuist Sanskriet had horen spreken.
“Hee,” zei ik resoluut, “is dat je zus, ik moet haar even gedag zeggen hoor.”
Rutger fronsde nog steeds maar maakte een overwacht hoffelijk gebaar met zijn hand, en ik maakte me uit de voeten.
Fire & Norton
25/02/2010
Omdat ik niet hoop iets te missen, maar wel een grazer ben, intellueel gesproken, ben ik een herlezer. Van herlezen en om boeken heenlezen komen mooie dingen, en mijn weg naar een mooi ding, via een leuk ding, daar gaat deze post over. Laten we met het leuke ding beginnen. Dat is een kinderboek, toevallig eén waar ik totaal niet ambigu tegenover sta. Het heet Fire and Hemlock, en is een van de inhoudelijk meer obscure werken van Diana Wynne Jones. Het gaat over magie, in een zeer alledaagse setting, en dat maakt het moeilijk te beschrijven (en in sommige gevallen te bevatten) wat er gebeurt. Toch is dit een page-turner; dat is knap.
Het verhaal: als Polly tien jaar oud is komt ze per abuis terecht op een sjieke begrafenis. Ze wordt thuisgebracht door de vriendelijke Mr Lynn. Ze worden vrienden, Mr Lynn blijft contact met Polly zoeken, zij schrijft hem brieven met verhalen en hij zal haar jarenlang boeken en kaarten en cassettebandjes met klassieke muziek sturen. Onderwijl probeert Laurel, de rijke, uncanny ex-vrouw van Mr Lynn te voorkomen dat Polly en Mr Lynn al te vriendschappelijk met elkaar worden. Polly kan zich niet voorstellen waarom en heeft het sterke gevoel dat het belangrijk is dat ze met Mr Lynn (of Tom, zoals ze hem intussen probeert te noemen) blijft omgaan. Totdat – ja wat? Vijf jaar later zit Polly op haar bed te lezen, en probeert ze zich te herinneren wat ze in godsnaam gedaan kan hebben waardoor Mr Lynn uit haar leven is verdwenen. Als ze er eenmaal achterkomt zijn de rapen pas echt gaar; nobody messes with the Faery Queen. Namelijk.
Vanaf het begin is er een dromerige onderlaag in het verhaal, een gevoel van tover in de buitengewoon alledaagse dingen die Polly meemaakt, maar dat gevoel wordt goed gedoseerd waardoor je vooral een beeld krijgt van het gewone puberleven met vriendinnen / vriendjes / Toestanden Met Ouders, jelui kent het wel. Op de voorgrond de puberteit van Polly, op de achtergrond de strijd om zelfstandigheid en zelfverwerkelijking van Mr Lynn, en het geheel wordt beschreven met compassie en vooral realiteitszin. En dan zijn er nog de luimen van de bovennatuur waar tussendoor genavigeerd moet worden.
Een van de belangrijkste elementen in het verhaal is Hunsdon House, het grote huis waar het allemaal begint. Als Polly er voor het eerst is, lijkt er niks aan de hand, gewoon een sjiek Engels huis waar een stinkend rijke familie in woont. De oma van Polly echter, die al haar hele levenin de schaduw van Hunsdon House woont heeft het consequent over That House, en heeft niet veel op met de bewoners ervan. (Oma’s Met Een Mening; in een boek als dit moet je daar scherp op letten.) Een groot huis waar een gezelschap in onduidelijke activiteiten verwikkeld is, met een grote tuin en een leeg zwembad tussen de rozenstruiken, dat in het zonlicht hints geeft van Geheimen en Mogelijkheden. Dat zwembad, daar is wat mee; het lijkt gevuld als je niet kijkt, en als je wel kijkt- wat zie je dan eigenlijk? Het is onaangenaam. Het is sinister. En het behoort toe aan Laurel, dus het is niet best.
Tot zover een intelligent boek voor oudere kinderen, ik vermoed dat 12 à 13 wel een mooie leeftijd is om dit voor het eerst te lezen. Maar. Ralloblog wijdt niet zomaar een post aan een leuk kinderboek. Dit is namelijk een boek waar je wat aan overhoudt. Het kan zijn dat je achterblijft met een enorme wolk vraagtekens om je hoofd; maar ook met een beter inzicht in de Engelse maatschappij, of dorst naar meer boeken van ms Jones, of het vaste voornemen om nooit te worden zoals de ouders van Polly, of een imposante leeslijst (wat mr Lynn Polly toestuurt is namelijk niet mals: een dwarsdoorsnede van Engelse kwaliteits-fantasy van de twintigste eeuw, plus de abridged Golden Bough en de Drie Musketiers, ga er maar aan staan. En allemaal functioneel!). Maar wat ik heb overgehouden aan dit boek is iets heel anders, namelijk een hele verse kijk op een werk dat niet letterlijk in Fire and Hemlock wordt genoemd maar dat het wel doorwasemd. Lees dit.
There they where, dignified, invisible,
Moving without pressure, over the dead leaves,
In the autumn heat, throught the vibrant air,
And the bird called, in response to
The unheard music hidden in the shrubbery,
And the unseen eyebeam crosses, for the roses
Had the look of flowers that are looked at.
There they were as our guests, accepted and accepting,
So we moved, and they, in a formal pattern,
Along the empty alley, into the box circle,
To look down into the drained pool.
Dry the pool, dry concrete, brown edged,
And the pool was filled with water out of sunlight,
And the lotos rose, quietly, quietly,
And the surface glittered out of heart of light,
And they where behind us, reflected in the pool.
Then the cloud passed and the pool was empty.
Toen ik dit voor het eerst las had ik kippenvel. Knappe jongen die me prima vista kippenvel bezorgt met een brok poezie, maar deze dichter is het gelukt. Het is een verhaal, dat is duidelijk, maar er is meer, spijt en sociale verplichtingen en iets scherps, en vlak voordat dit fragment begint heeft een vogel gesproken, en ik rechtte de rug en las door. Ik begreep er de eerste keer geen ruk van dus ik legde het weg, maar ik pakte het ook weer op, en nog eens. En in de tussentijd had ik Fire and Hemlock nog een keer gelezen en nou wilde ik echt weten waar het over ging, dus ik begon een beetje te spitten en ik internette me tegen dit essay van Diana Wynne Jones aan. (Ga je het echt lezen? Echt? Okee. Tip: het leest fijner als je het uitprint. En er staan spoilers in.) Nou is dat hele Fire and Hemlock veel ingewikkelder dan ik hier heb kunnen beschrijven, en ik heb het hier dus maar gelaten bij een behapbare portie mooi- en leukheid; maar stel je eens voor. Een kinderboek, okee, een boek voor oudere kinderen, maar toch voor mensen van onder de twintig, dat fokking gebaseerd is op Four Quartets van T.S. Eliot, want daar komt bovenstaand fragment uit. Stel je voor. Dat is toch geweldig? Het verklaart het kippenvel bij het lezen van beschrijvingen van Hunsdon House, en het verklaart het kippenvel bij het lezen van Burnt Norton (het eerste deel van Four Quartets) en het doet me in dankbaarheid verzuchten: What were you thinking, ms Jones?
Dit, vrienden, was de weg van leuk naar mooi die ik heb afgelegd met Fire and Hemlock. Kinderboek-poëzie-essay-hele nieuwe kijk op kinderboek-hele nieuwe kijk op poëzie. Is literatuur niet een heerlijk ding?
The El Topo Story: A New Hope
16/02/2010
Het is jammer maar helaas, Uw lievelingsteam is gisteren tweede geworden van het Algemeen Klassement van de Meneer Jansen Filmquiz 2009/2010. Het lot heeft het zo bepaald. Letterlijk; de laatste ronde was de onvolprezen Filmcliché-Bingo, die niet alleen zorgde dat een & ander nogal uitliep maar ook dat El Topo, de koningen van de inhoud, deze ronde eindigden met eén enkele punt. We dragen ons verlies menshaftig en zinnen op The Return of El Topo.
Nee, dan de vragen van in mijn vorige post. Ik weet niet of er iemand is die de antwoorden eigenlijk wil weten, maar hier zijn ze:
¶ Hoe heet het voetbalteam in de nederlandse film All Stars? En hun concurrenten? Bobs finest hour: Swift Boys. En Poldervogels.
¶ Wat was de debuutfilm van Patrick Dempsey? Maartens gènemomentje: Money Can’t Buy Me Love.
¶ Wie speelt de hoofdrol in de absolute topfilm Ice Princess? Mijn dieptepunt: Michelle Trachtenberg. Voor de Bonus: Kim Catrall doet ook mee.
¶ Waar wordt in de film Chinatown het eerste lijk gevonden? Een Marcel-vraag. In de waterleidingduinen van Los Angeles.
¶ Wat vond John Wayne van paarden? Hij vond het klotebeesten.
¶ In welke film kust Marlene Dietrich, gehuld in rokkostuum inclusief hoge hoed, een vrouw? (Vet op der bek, zegt Marcel verlekkerd.) Vriend D! Vriend D! Waar ben je als ik je nodig heb! Morocco, Dietrichs eerste Amerikaanse film.
¶ Op welke Franse film is 12 monkeys gebaseerd? Ja, dat is een esoterische, en derhalve een Marcelletje. La jetée, een fijne experimentele film die bestaat uit stills.
¶ Welke actrice bedankte voor de rol van Trinity in the Matrix? Sandra Bullock. Zie je het voor je?? Ik niet. Sandra Bullock heeft een leuke glimlach maar ze is way niet uitgehongerd genoeg voor Trinity. En dat bedoel ik niet fysiek.
¶ Wie zingt het titelnummer van de film Neverending Story? Daan de Dr was in voor de schrik van z’n leven. Limahl natuurlijk! De man met een naam als het Staats-nagellakmerk van de DDR tussen 1976 en 1988 en het meest verschrikkelijke kapsel van de jaren ’80. Kijk hiernaar en huiver. De draak heeft echt een betere kapper.
¶ Wie maakt zijn acteerdebuut in “Plop en het Vioolavontuur”? Hoe heet het personage? Frans “Diamantstrotje” Bauer. Kabouter Amadeus. Hoe minder we hier over zeggen hoe beter.
Sorry voor deze vragen- ik heb gisteren, nadat de post was geplaatst (en al gelezen door jullie) de hele dag allemaal veel zinniger vragen lopen bedenken waar mensen ook nog echt een antwoord op konden weten. Die komen een andere keer; en dit zijn toch weer minstens 3 eurotjes voor een nieuwe Bijbelstandaard voor de Vereniging van Lesbische Doopsgezinde Dominees van Papua Nieuw Guinea.
¶ Hoe heet het voetbalteam in de nederlandse film All Stars? En hun concurrenten?
Ongeveer twee jaar geleden zei Marcel een keer dat Rutger hem had gebeld. Of we mee wilden doen aan een filmquiz. Oh ja hoor, zei ik, filmquiz, leuk, en ik vergat het ogenblikkelijk. Marcel vergat het niet, en op die avond aan het begin van de zomer sjouwden we naar het Scheltema-complex. Het was druk en het was gezellig en er was popcorn, en wij waren er, en Rutger die ik al net zo lang ken als Marcel (hoewel iets minder goed) en een vriend van Rutger en de vriend van een collega van Rutger. ( Tussen de gezelligheid en de popcorn door vergat ik helemaal hun namen te onthouden. Raar is dat eigenlijk.) Ik geloof dat vriend S., vriendin E. en vriend D. er ook waren want ik had nog niet zo door hoe het werkte en ik had in het wilde weg wat vriendjes uitgenodigd. Rutger had ons El Topo genoemd want dat is een cultfilm waar hij en Marcel nogal om hadden moeten lachen, of juist niet, of zo; en gaandeweg de quiz bleek dat alle aanwezigen best wel veel dingen wisten. Plaatjesrondes, muziekrondes, Taiwanese plattelandsdramarondes; eigenlijk ging alles goed, behalve de chickflick-ronde en de Disneyfilms van na 1976-ronde. Misschien wonnen we daarom niet.
¶ Wat was de debuutfilm van Patrick Dempsey?
¶ Wie speelt de hoofdrol in de absolute topfilm Ice Princess?
Nou zit wat mij betreft de lol van zo’n quiz in weten dat je wat weet, en dat je dat wat je weet op het goede moment kunt reproduceren. Niks vervelenders dan een quiz of een spel waarin je al-tijd kansloos ten onder gaat omdat je echt he-le-maal geen enkele vraag kunt beantwoorden. Ik kan me, met moeite, inleven in mensen die altijd verliezen maar toch op komen dagen (are you out there, team Kapitein Rob?), maar ik vind dat niet leuk. Je moet wel wat goed hebben, en het allerleukste is natuurlijk als er een kans is, hoe klein ook, dat jij kunt winnen. Of net niet winnen, maar dat wel iemand wint die duidelijk beter is dan jij. Of deze keer niet winnen en de volgende keer weer wel. We wonnen dus niet, die eerste keer, maar we werden allemaal ineens heel erg ambitieus. El Topo, dat om acht uur ‘s avonds nog een losse verzameling kennissen van Rutger was geweest, was om half twaalf een team. Jawel; we werden allemaal door dezelfde agonistische instelling opgejaagd, en we zeiden met rode oren en verbeten blikken” Tot de volgende keer” tegen elkaar, waarna we voor de eerste keer plechtig onze secret handshake uitwisselden.
¶ Waar wordt in de film Chinatown het eerste lijk gevonden?
¶ Wat vond John Wayne van paarden?
Dit was the beginning of a beautiful friendship. Intussen hebben we twee keer achter elkaar de Leidse Filmfestival Filmquiz gewonnen, en doen we ook mee met de Meneer Jansen filmquiz. En is ons, oh ultiem compliment, wel eens gevraagd waar onze skills vandaan komen. Tja- dat brengt ons bij de teamleden. We hebben namelijk een buitengewoon goed gekalibreerd team, echt waar, en kalibratie dat is waar het om gaat. We hebben natuurlijk Rutger Marcel en Bob, drie veertigers met een overlappend referentiekader die met z’n drieën de kwaliteitsfilm coveren vanaf het prille begin tot gisteren. Ze kijken alles wat los en vast zit, of hebben dat gedaan, en ze hebben wel eens wat gelezen over de films die ze zagen. ( Als je vanaf nu bij wijze van tijdverdrijf niet meer gaat mijnenvegen maar voor de lol eens iets leest over je favoriete film, of je favoriete regisseur, of je meest gehate film of regisseur, en je houdt dat een tijdje vol ( jaar of dertig, in Marcels geval), dan gaat het snel met je kennis van de filmgeschiedenis, geloof me.)
¶ In welke film kust Marlene Dietrich, gehuld in rokkostuum inclusief hoge hoed, een vrouw? (Vet op der bek, zegt Marcel verlekkerd.)
¶ Op welke Franse film is 12 monkeys gebaseerd?
Dan hebben we Maarten. Maarten is een beminnelijke jongen van begin dertig die afgezien van actiefilms en fratpack films en zombiefilms en films met Steven Seagal ook nog goede films kijkt. Kijkplezier, daar gaat het hem vooral om en die zit hem, wat Maarten betreft, zowel in de zombiefilms als in klassiekers. Maar hij beantwoordt de vragen over spierbundels met zonnebrillen en teutoonse accenten, en hij mag zich dan behoorlijk generen dat hij weet dat die films uberhaupt bestaan (in sommige gevallen terecht…), maar de punten zijn binnen. En ik ben er ook. Ik heb gewoon een raar hoofd. Van binnen dan. ( Van buiten ga ik er steeds meer uit zien als mijn oma in 1955, maar dat is een ander verhaal.) Het labyrint van mijn brein, daar kan Pan nog een puntje aan zuigen; ik heb een achterhoofd vol gecategoriseerde en ongecategoriseerde kennis, dat er een beetje uit ziet als het Parlement in the Phantom Menace, inclusief groene mannetjes met voelsprieten. Ik ben er dus voor de trivia die de anderen over het hoofd zien, en ja, ik geneer me ook voor mijn antwoorden. Maar dat punt is binnen.
¶ Welke actrice bedankte voor de rol van Trinity in the Matrix?
¶ Wie zingt het titelnummer van de film Neverending Story?
Dat beantwoordt nog steeds niet de vraag waar de skills dan vandaan komen, maar ik vrees dat dat een mysterie is. Ik weet dat het in mijn geval een genetische kwestie is, mijn vader en mijn Rallo-ooms zijn trivia-verzamelaars, en mijn broers hebben diezelfde neiging tot het onthouden van nutteloze shit. ( Ik vrees ook dat onze kleine Naomi erfelijk belast is. Het arme kind. Voor ons neefje J. is er gelukkig nog hoop; zijn moeder is redelijk normaal.) Nieuwsgierigheid, obsessiviteit en betweterigheid, ik denk dat dat de voornaamste kenmerken moeten zijn van de quizliefhebber. Oh ja- en een fase in je leven met een heleboel vrije tijd. Overigens denk ik dat er niet veel soorten eekhoorns of leguanen of bonobo’s zijn die de lol inzien van een avond ondervraagd worden over zaken die niet met beukenootjes, insecten of seks te maken hebben. Ik wil maar zeggen; mee willen doen met filmquizzen (en willen winnen!) hoort waarschijnlijk thuis in zo’n rijtje van Dingen Die Ons Menselijk Maken, samen met onze duim, het wiel en het oeuvre van Ed Wood.
¶ Wie maakt zijn acteerdebuut in “Plop en het Vioolavontuur”? Hoe heet het personage?
Geen nood! Geen paniek! Morgen is de derde aflevering van de Meneer Jansen Filmquiz; overmorgen zal ik de vragen beantwoorden. Voor elke eerste keer dat iemand een goed antwoord in de comments zet doneer ik een euro (i.p.v. 50 cent) aan Mama Cash.
L#z*r op, ik ben een harige vrouw!
11/02/2010
Op een mooie avond ergens in 2010 vroeg Marcel me met zijn liefste glimlach, of dit niet een programma voor mij was: “F#%k off, I’m a Hairy Woman!”, met ene Shazia Mirza. Nou en of, schatje, zei ik tandenknarsend, neem het maar op liefste poppedopje. En bedankt voor de hint.
Shazia Mirza blijkt een engelse stand-up-comedian te zijn die per jaar voor duizenden ponden uitgaf aan ontharing. Nu had ze er genoeg van. Waarom zou ze zich zo pijnigen? Bovendien ging ze zich afvragen waarom ze zo nodig haarloos moest. Wat is er walgelijk aan lichaamshaar? Waarom lijkt die walging beperkt tot vrouwenhaar?
Haar zoektocht voerde haar langs ontharingsstudio’s, een vrouw met een baard en de National Gallery. Ook ging ze de discussie aan met willekeurige passsanten op de pier van Brighton ( in een gorillapak, want dat helpt als je serieus genomen wilt worden). De meeste mensen zeiden: Lichaamshaar van vrouwen is lelijk & vies, bah, benen & oksels scheren hoort tot de gewone lichaamsverzorging, bah, elke vrouw weet dat, bah, bah, bah. De ontharingsstudio’s, kunsthistorici en bladenmakers zeiden: Zo is het schoonheidsideaal nou eenmaal, vrouwen willen er zo uitzien, mannen willen ook dat ze er zo uitzien, zo is het al eeuwen, zo is het nou eenmaal.
De kunstenares Tracy Moberly had een interessantere insteek. Ze heeft een collectie lingerie ontworpen die gemaakt is van en met geweven lichaamshaar. Wat als Shazia nu een modeshow op gang zette, met behaarde modellen, die de collectie as is zouden showen? Op de catwalk?? In het OPENBAAR??? VOOR HET OOG VAN DE NATIE????
Nou, het kwam allemaal goed. Na een oproep op de radio kwamen 32 vrouwen opdagen die onder het genot van een glaasje poepel werden overtuigd, en die op de Grote Dag in quirky lingerie met overal rare haartjes en bontjes over de catwalk flaneerden. Shazia heeft weer been- en armhaar en de eer van de documentaire is gered. Alleen: hij is niet bijzonder geslaagd. Er werd geen coherent punt gemaakt, de vraagstelling veranderde halverwege, en de montage was een rommeltje. En dat doet de zaak der harige vrouwen natuurlijk geen goed.
De zaak, mevrouw Rallo? De Zaak Der Harige Vrouwen?… Okee- maskers af: ik ben een hairy woman, en iedereen die daar problemen mee heeft moet maar off-f#%ken. Sterker nog: ik vind een volledig haarloos volwassen lichaam, of het nou mannelijk is of vrouwelijk, eigenlijk een beetje akelig. Kinderen die nog niet in de puberteit geweest zijn, die zijn haarloos; op het moment dat een gezond mens volwassen wordt krijgt hij/zij haar. Sommigen veel, anderen weinig, maar haar krijgen we allemaal. Ik vind het onterecht dat (met name) volwassen vrouwen pas echt mooi worden gevonden als ze zich kaler voordoen dan ze zijn.
Ja maar Anna, jij hebt makkelijk praten over het ongeschoren leven, je hebt helemaal niet zoveel lichaamshaar. Op mijn armen en benen zijn mijn haren redelijk licht, dat is waar. Maar wie mijn oksels wel eens gezien heeft vlak na de winter zegt dit niet zo snel. Ik zie derhalve het nut van hygiënisch bijknippen heus wel in, ook in de verschillende werkplaatsjes mag wel eens een voorjaarsschoonmaak plaatsvinden. Maar die obsessie met haarloos, en het feit dat dat zelden wordt bevraagd, dat is mij een doorn in het oog.
Ja maar Anna, ik heb je oksels/benen/schaamte wel eens gezien, en ze waren geschoren. Mijn schaamte heb je niet recentelijk gezien, vrind/-in. Maar verder: zie boven RE: hygienisch bijknippen. Plus dat ik natuurlijk gewoon een aan peer-group pressure bezwijkende hypocriet ben. Ja, ik beken: Ik scheer mijn benen ’s zomers. Maar ik vind eigenlijk dat ik dezelfde schaamteloosheid op zou moeten kunnen brengen als vriendin N. die jarenlang opgewekt weigerde te scheren. Sterker nog, ze droeg gewoon rokken boven haar bontjes en daar deden we allemaal heel moeilijk over maar ze deed het mooi wel. (Die fase is nu trouwens voorbij.)
Gunst, Anna, je bent een puritein! Eigenlijk wel hè? Het zal het Lamarckiaans doorgegeven zwarte-kousen-katholicisme van mijn grootmoeder zijn wat zich hier roert. Wat de HEEERE!!1!! doet is welgedaan; in het geval van de meeste gezonde lichamen wel, vind ik. Ik heb daar nog wel een aantal woeste gedachten over, die een heel eigen blogpost verdienen. Op deze plaats wil ik vooral stellen hoe idioot het is dat lichaamshaar zo’n slechte naam heeft. Een relatief onschuldig lichaamsdeel dat niet uit zichzelf naar pis of oude kaas ruikt, en dat we in tegenstelling tot bijvoorbeeld ons gedarmte op redelijk makkelijke wijze schoon kunnen houden. Gaat ook op voor nagels, deze zin; en ik moet de eerste normale vrouw nog tegenkomen die in naam van sexy-heid en hygiëne haar nagels laat trekken met de Nail-o-tastic 3000.
Enfin, dit blogje zal jou (en mij) geen seconde afhouden van het geschoren leven. Denk er gewoon even aan als je de Hair-o-tastic 3000 straks ter hand neemt. En Shazia Mirza? Die doet sinds de documentaire is uitgezonden geen uitspraken meer over haar ontharingsgedrag. Ik hoop echter van harte dat ze van duizenden ponden per jaar terug is gegaan naar 50; meer heb je voor een lekker scheermes en een paar tubes scheercrème van de Body Shop echt niet nodig.
Een auto met wielen
07/02/2010
Naomi is na een uur huilen niet te bedaren, dus ik neem haar op schoot om haar te troosten.
“ Hm?” vraagt ze.
“ Ik versta je niet Toep,” zeg ik, rancuneus.
“ Hm?”
We zitten stilletjes met zijn tweeën op de commode. Ik vind het niet leuk, het is minstens 3 uur ‘s nachts maar ik heb speciaal niet op de klok gekeken om niet gedeprimeerd te raken, ik wil naar bed-
“ Hm?” vraagt Naomi.
“ Ik weet het niet Toep,” geef ik toe.
- maar het is ook fijn om dat kleine lijfje in die grote slaapzak tegen me aan te hebben, dat kleine meisje dat al bijna te groot is voor de commode en dat steeds minder vaak gewoon lekker op schoot komt zitten.
“ Hm?” vraagt Naomi maar nu heeft ze het door, ze neemt de speen uit haar mond en zegt: “ Bal.”
“ Ik weet niet waar jij in dit donker een bal ziet, lieverd,” zeg ik.
Naomi wappert met haar arm in de richting van het raam.
“ Towtow?” zegt ze. Het klinkt als een vraag maar het is een opmerking, want inderdaad, buiten rijdt een auto voorbij.
“ Nachtbrakers,” zeg ik, “ ja Toep, het is een auto. Waarom ze niet gewoon in hun bed liggen -”
“ Towtow,” zegt Naomi, “ bal? Towtow.”
“ Ja lieverd,” zeg ik, “ een auto, met wielen.”
“ Bal,” zegt Naomi, ze stopt haar speen in haar mond en leunt tevreden tegen me aan. Tot er weer een auto langskomt.
“ Towtow?”
Lieve kleine Naomi-Toep, ik vind het prachtig dat je leert praten. Je blijkt een stuk meer te begrijpen dan we dachten, en je elke dag leer je nieuwe dingen en begrippen bij naam kennen. Het is fantastisch, hoe je het afgelopen jaar van een hulpeloos klompje lusten langzaam een mensje bent geworden met duidelijke voorkeuren en een heuse actieve woordenschat van 15 woorden. Jouw ontwikkeling gadeslaan is echt heel erg tof- maar waarom moet dat om drie uur ‘s nachts?
“ Towtow? Bal.”
Ja, lieverd. Een auto. Met wielen.
The Tjomp-stomp
06/02/2010
Het zal de volle maan zijn, of de aardstraal die door het hoofdeinde van haar bedje loopt, of misschien het hoge drukgebied dat aan komt drijven vanaf IJsland, maar kleine Naomi is de afgelopen nachten vreselijk aan het spoken. Vanaf een uur of 03.00 ligt, zit en staat ze te jammeren alsof Marcel en ik zonder haar te waarschuwen zijn geëmigreerd naar Australië. Dat zijn we niet, en we horen haar akelig goed. Het gaat ongeveer zo:
N: Waaah. (sabbelt aan speen:) tjomp tjomp tjomp, waahaaa. Waaaa. Waa-haaa. Tjomp tjomp tjomp. [He, hallo!] Waaa-haaa!!
Ik: (Schrik wakker) Hn? Hn? Hn?
M: Hrnnnnnmmm.
N: Tjomp tjomp tjomp Waaa! Tjomp Waahhaaa! Tjomp tjomp tjomp tjomp WA- HA- HAAA!
Ik: Oh jee daar gaan we weer.
M: (probeert in mijn kont te knijpen) Hm? Oh, ja, Toeps. Rnfll.
Ik: Wat kan er nou met ‘r zijn??
M: Rnfll.
N: Waaa! Tjomp. Waaa! Tjomp tjomp- Mamamamamamamama!
Ik: Ze kan het niet koud hebben met die slaapzak met mouwen, toch? En ze heeft na het eten twee bakjes yoghurt en zowat een kilo mandarijnen gehad, dus trek heeft ze ook niet-
N: WAAmamamamajajajajajajaj-
-POK-
Ik: – en daar valt haar speen op de grond dus dat kon het ook niet wezen- ja nu wel natuurlijk.
M: Ruffflmhmm.
N: Waahhh!
Ik: Wat zou er nou aan de hand zijn? Waarom slaapt ze niet gewoon?? Wat is haar punt eigenlijk???
N: Waaah! Waaah! [Ik hoor jullie wel praten! waarom mag ik niet meedoen?!?] Waaah!
M: Hrm… ik weet niet. (Staat op, loopt naar het toepenkamertje en geeft N. haar speen terug. Stilte daalt weer neer, M. kruipt weer in bed, knijpt in mijn kont en snurkt verder.)
N: Tjomp tjomp tjomp.
M: Grrrrnflhmmm.
Ik: (klaarwakker) Maar wat kan er nou aan de hand zijn?
Indikken en afknijpen
03/02/2010
In april 2009 heb ik op de besloten Bontekoe.ning ( beter bekend als de Koeclub) een blogpost geschreven over Het Verhaal waar ik intussen al tien jaar mee bezig ben, en de contorsies die dat verhaal en ik zoal hebben gemaakt. Gedicht wordt verhaal, verhaal dijt uit en krimpt dan weer, en wordt vervolgens bijna volledig geamputeerd waarna er uit de ene flashback een heel nieuw verhaal ontstaat. Gekwelde mensen die gaandeweg te rusten zijn gelegd, bizarre situaties die helaas moesten kennismaken met de delete-knop (wel eens geprobeerd om met droge ogen iemand van het dak van het Ziekenhuis-nu-studentenhuis aan de Hooigracht te laten springen?) en de hoeveelheden tijd die ik aan allerlei doodlopende wegen besteedde voordat ik de stekker eruittrok en maar weer een avond ging zitten simmen op de bank met Harry Potter -
Ik geloof dat ik nu op zou moeten schrijven dat ik er niet meer aan wil denken. Soms klopt dat. Op pre-menstruele dagen (en anders wel op post-menstruele) wens ik alleen maar te zien wat voor een zooitje onaffe shit er overschiet van mijn oprechte, maar ongefocuste literaire ambitie. Aan de andere kant ben ik over het algemeen een redelijk goedgemutst persoon die niet al te veel last heeft van menstruele ongein, en op een dag als vandaag, als het zulk helder weer is en er zit wat vorst in de lucht, wat het zicht zeer bevorderd, op een mooie dag als vandaag dus, zie ik de lol wel in van tien jaar pielen aan een verhaal. Op een dag als vandaag wil ik graag denken aan wat ik in m’n werk heb gestopt, nog los van wat eruit komt.
[Ik las hier even een pauze in voor degenen die Echt Helemaal Niks Hebben met Vage Spirituele Shit. Kijk hier maar even naar terwijl ik orakelend kakel over Hogere Dingen.]
Door de jaren heen ben ik dat geschrijf steeds minder gaan zien als iets wat groots & meeslepend moet of anders helemaal niet. Ik zie het als mijn practice; yogi’s yoga-en, zangers doen inzingoefeningen, en ik schrijf. Ik was al onderweg naar zo’n interpretatie maar toen las ik het boek van Nathalie Goldman, Writing Down the Bones, en toen was het zo ver. Ik had een nieuwe religie, of eigenlijk een discipline, in de religieuze zin.
[Kom maar weer terug!]
De reden dat ik hierover schrijf is mijn goede voornemen over het ein-de-lijk afmaken van een aantal verhalen. Ik besefte laatst ineens dat dat voornemen niet helemaal uit de lucht komt vallen. Ik heb in 2009 namelijk ein-de-lijk een aantal dingen afgemaakt, en ze zien er helemaal niet meer uit zoals ze ooit begonnen zijn. Ik had het kunnen weten, na negen jaar pielen aan een verhaal dat nog steeds niet af is; maar de ervaring slaat je graag voor het hoofd met een hamer die zo enorm is dat je hem niet eens aan ziet komen. Waarlijk, ik heb ooit, in een vlaag van adoratie voor Christopher Logue‘s Ilias-bewerking, een complete gedichtencyclus over Medea gepland, echt met een spanningsboog en verschillende oogpunten en allerlei personages die in de ik-vorm hun roerselen uitroerselden op een klassieke, maar toch heel moderne wijze- Die hele kolkende massa heeft uiteindelijk (maar god weet hoe definitief) zijn beslag gevonden in een verhaal van 700 woorden met circa vier regels dialoog en bijna geen actie. En de bewerking van het Danaïden-verhaal dat ik in gedachten had, compleet met regieaanwijzingen & volledige planning van de video-achtergrond (natte bruidsjurken, gevlekte schoenen en roestige olievaten) is uiteindelijk teruggebracht tot anderhalf handgeschreven A4; de scène waar ik mee begonnen was.
Wat vertelt dit ons, Socrates? Het vertelt hoe ik geleerd heb om beter te luisteren naar wat ik schrijf. Als een mooi klein verhaal zo mooi is, en zo klein; waarom zou ik haar stem negeren en er gelijk maar een roman van proberen te brouwen? Tegen de stroop inroeien is vermoeiend, en de persoonlijkheid van een verhaal ontkennen is beledigend voor verhaal en verteller. En het ergste is dat ik, tijdens het kloten en pielen, ergens op een heel erg basaal niveau wel wist wat ik aan het doen was. Dat brengt me bij mijn sub-voornemen: ik zal de rest van mijn schrijvende leven beter luisteren naar mijn lichaam, Elizabeth George indachtig: your body tells you all you need to know.
Mijn verhaal, dat ene waar ik negen jaar geleden mee begon, is dat dan eindelijk af? Nou, nee, hoewel ik een idee heb wat het wel af zou kunnen maken: indikken wat pit nodig heeft, en afknijpen wat al te lang aan het doorlopen is. Maar het is okee, het komt goed. Als het niet afkomt dan heb ik weer stof voor de komende tien jaar. Het houdt me van de straat en uit de kroeg, en (Jomanda-alert!) met mijn voeten stevig op mijn hoogspersoonlijke spirituele pad. Shanti shanti shanti, zou T.S. Eliot zeggen (en anders Madonna wel).
¶ Al twee dagen hangt er een maan in de lucht die haar uiterste best doet om het occulte in me omhoog te halen. Ik kan een aantal minuten van de maan genieten omdat het de maan is, groot en wit en helder en kalmpjes bezig met de wereld verlichten zoals ze dat ook deed toen de wereld bevolkt werd door varens en reptielen. Het gaat mis als ik er over na ga denken, over dat witte hemellicht, dat zoveel mooier is dan lantarenpalen, en hoe lang het er al hangt; dan komt vanuit mijn achterhoofd alle fantasy, poëzie en mythologie die ik ooit gelezen heb als mist omhoog.
Een witte maan vraagt om keltische odes door bleke dichters, rondedansen van witgeklede priesteressen met lang loshangend haar en gevaarlijke ogen, en maagdenoffers. Een gele maan vraagt om Afrikaanse trommen, stonede zieners en voodoorituelen met gesnelde koppen en wassen poppetjes en naalden en WELJA JOH !! Het is de maan waar ik het hier over heb, potjandosie. Hij was gisteren groot en wit, en is vandaag, zondag, groot en geel, en zowel vandaag als gisteren was hij zo mooi dat mijn hart er van zou kunnen breken. Ook als ik de bovennatuur er buiten laat; ook als ik mijn interne op hol draaiende zoekmachine uitzet.
¶ Nu ik toch ineens zo wired ben, dat ik me bijna kan invoelen in het intrigerende nummer Machine van Regina Spektor, kan ik net zo goed mijn wiredness gebruiken voor meer welbevinden dan alleen mijn eigen, bedacht ik laatst ineens. Een nieuwe instelling op Ralloblog, dus: De Liefdadigheid van Het Jaar. En omdat we het jaar niet alleen deugdzaam willen eindigen, en de hypocrisie van alleen maar doneren met Kerst ons ergert, vindt deze actie plaats in het voorjaar. Zeg maar Nu.
Op Acht Maart is het bovendien Internationale Vrouwendag. Eigenlijk is elke dag vrouwendag, en mannendag ook (en dan hebben we het niet eens over Kinderdag en Hoogleraren Antropologie met Klitterig Anushaar-dag); maar Acht Maart is as good a day as any om stil te staan bij onze zusters die in meer nood zijn dan wijzelve. Zoals elk jaar voert Mama Cash van december tot maart haar Campagne 88 Dagen, en dit jaar wil ik bijdragen.
Vanaf het moment dat ik deze post plaats, op maandag 1 februari 2010, tot aan 7 maart van dit jaar zal ik voor elk commentaar van jullie, dat bestaat uit minstens eén zin die daadwerkelijk een zin genoemd kan worden ( met een onderwerp en een gezegde en zo mogelijk ook een lijdend voorwerp &zo ) 50 eurocenten doneren aan het goede doel. Tot aan 20 euro zal ik het hele bedrag verdubbelen, daarboven kijk ik wel wanneer ik het overdreven vind. Met andere woorden: als je een zinnig commentaar achterlaat, dan maak je mij blij. Laat je überhaupt een commentaar achter dan draag je bij aan het blij maken van vele vrouwen overal ter wereld; en waar vrouwen blij zijn, worden mannen ook blij. (Andersom is dat geen gegeven, maar dat is een ander verhaal.)
Waarom Mama Cash? Omdat Mama Cash bijdraagt aan de zelfstandigheid van vrouwen. Vrouwengroepen die vanwege hun akelige perverse en subversieve doelen (bijvoorbeeld verkrachting strafbaar, homoseksualiteit bespreekbaar of abortus bereikbaar maken, of zorgen dat meisjes en vrouwen in alle waardigheid (huiver!) een inkomen kunnen verwerven) weinig of geen steun krijgen kunnen een bijdrage krijgen, maar ook bedrijven die geen lening kunnen krijgen vanwege de vrouwigheid van hun eigenaar. Op deze manier heeft menige groep in verre oorden zich een een computer of een telefoonlijn kunnen veroorloven, en hebben vele vrouwen hun eigen bedrijf op kunnen zetten.
Loffelijk, niet? Leest dit niet als iets wat je zelf ook wilt steunen? Schrijf dan eerst een commentaar, en kijk dan op www.mamacash.nl; en schrijf daarna nog een commentaar. Hier, op Ralloblog natuurlijk.